Ik kom van de hemel met zijn sterren, ik kom van de stralende zon.

Featured image

Daar, daar kom ik vandaan.
Dat plekje daar rechts tussen mijn oor en mijn pootje.

 

Featured image

Ik ging als in een glij.

 

Featured image

Met veel toeters en bellen.

 

Featured image

Van een plaats waar ze geloofden in sprookjes.

 

Featured image

Gewoon via de locker van Amazon.

 

Featured image

Geloven jullie nog in sprookjes?

 

Featured image

Ik wel, want ze kwamen me gewoon halen.

 

Featured image

Met de boot.

 

Featured image

Tjonge wat ben ik blij dat ik weer bij jullie mag zijn!

Vrij vertaald naar:

De Halsketting van Maria Poppins

Maria Poppins bukte zich over de nieuwe wieg tussen de bedjes van Marc en Barbara, en legde er het bundeltje dekens voorzichtig in.

‘Eindelijk ben je er! Alle snavels en staartveren Ik dacht dat je nooit zou komen? Wat is het voor één?’, riep een krassende stem vanaf het raam.

‘Een meisje, Annemarie.’ zei Maria Poppins kortaf. ‘En ik wou graag, dat je wat rustiger was. Je krijst en krast als een troep eksters!’

Maar de spreeuw luisterde niet. Hij buitelde over de vensterbank, en iedere keer als zijn kop boven was, sloeg hij zijn vleugels opgewonden tegen elkaar. ‘Wat een feest! O. ik kan wel zingen!’

‘Annemarie!’ barstte hij los, ‘dat is een aardige naam!’

‘Wil je stil zijn!’ vroeg Maria Poppins, die met haar schort naar hem sloeg.

‘Nee!’ riep hij, haar handig ontwijkend. ‘Dit is geen uur om stil te zijn. Ik ga het nieuws rondvertellen’. Hij vloog het raam uit.

Een harde stem klonk schril bij het venster.

De spreeuw zat weer op de vensterbank. En achter hem aan kwam een heel jonge vogel, die onzeker op zijn pootjes waggelde toen hij neerstreek.

Hij vloog neer op de rand van de wieg en hielp het jong naast hem zijn evenwicht te vinden. De jonge vogel staarde met ronde, onderzoekende ogen om zich heen.

De spreeuw hipte naar het kussen, ‘Annemarie, liefje,’ begon hij met een hese, vleiende stem, ‘ik houd erg veel van een lekker, bros, knapperig stukje biskwie.’

Zijn ogen schitterden begerig. ‘Je hebt zeker niets bij de hand he?’

Het krullenkopje op het kussen bewoog.

‘Nee! Nou je bent misschien nog wat jong voor biskwie. Je zusje Barbara… een lief meisje was het, heel gul en aardig dacht altijd aan mij. Als jij nu in het vervolg een paar kruimpjes voor je oude vriend wil bewaren…’

‘Natuurlijk,’ zei Annemarie uit de plooien van de deken. ‘Braaf meisje!’ kraste de spreeuw goedkeurend.

Hij hield zijn kopje scheef en staarde haar aan met zijn rond, helder oog.

‘Ik hoop,’ zei hij beleefd, ‘dat je niet te moe bent na je reis.’

‘Waar is ze vandaan gekomen………………… uit een ei?’ tsjilpte het jong opeens.

‘Huh, huh!’ spotte Maria Poppins. ‘Denk je, dat ze een mus is?’ De spreeuw keek haar beledigd en uit de hoogte aan.

‘Nou, wat is ze dan? En waar komt ze vandaan?’ riep het jong schril, en hij klapperde met zijn korte vleugels en keek omlaag in de wieg.

‘Vertel jij het hem, Annemarie!’ kraste de spreeuw. Annemarie bewoog haar handen onder de deken.

‘Ik ben aarde en lucht en vuur en water,’ zei ze zacht.

‘Ik kom uit het duister, waar alle dingen hun begin hebben.’ ‘0, zo duister!’ zei de spreeuw zacht, en hij boog zijn kop. ‘Het was ook duister in het ei,’ tsjilpte het jong.

‘Ik kom uit de zee met zijn getijden.’ Ging Annemarie verder.

‘Ik kom uit de hemel met zijn sterren, ik kom van de stralende zon.’

‘0, zo stralend!’ zei de spreeuwen knikte. ‘En ik kom van de bossen op de aarde.’

Als in een droom bewoog Maria Poppins de wieg heen en weer, heen en weer.

‘Ja?’ fluisterde het jong.

‘Eerst ging ik langzaam,’ zei Annemarie, ‘en ik sliep en droomde. Ik herinnerde me alles wat ik geweest was, en ik dacht aan alles, wat ik worden zal. En toen ik mijn droom gedroomd had, werd ik wakker en kwam vlug.’

Ze zweeg even, haar blauwe ogen vol herinneringen.

‘En toen?’ drong het jong aan.

‘Ik hoorde de sterren zingen toen ik kwam langs de wilde beesten van het woud en ik ging door het diepe, donkere water. Het was een lange reis.’ Annemarie zweeg.

‘Ja een lange reis!’ zei de spreeuw zacht, en hij hief zijn kop op. ‘En, ach, zo gauw vergeten!’

Annemarie bewoog onder de deken.

‘Nee!’ zei zij vol vertrouwen. ‘Ik zal het nooit vergeten.’

‘Larie! Bij alle staarten en klauwen! Natuurlijk vergeet je het! Tegen het einde van de week herinner je je er geen woord meer van wat je bent, of waar je vandaan kwam.’

In haar flanellen trappelzak schopte Annemarie wild. ‘Jawel. Jawel. Hoe zou ik het kunnen vergeten?’

‘Omdat ze het allemaal vergeten!’ hoonde de spreeuw.

Hij tipte zijn jong van de rand van de wieg en vloog naar de vensterbank.

‘Kom mee jongen’, en vloog met hem het raam. uit.

Annemarie was een week oud voordat de spreeuw terug kwam. Maria Poppins schommelde bij het flauwe schijnsel van het nachtlichtje zachtjes de wieg heen en weer, toen hij eraan kwam. Hij boog zijn kop naar de wieg. ‘En hoe staan de zaken? Slaapt Annemarie?’

Er was even een beweging in de wieg. Annemarie opende haar ogen.

‘Hallo!’ zei ze . ‘Ik wachtte op je.’

‘Ha!’ zei de spreeuw, die op haar afschoot.

‘Er is iets wat ik wilde onthouden,’ zei Annemarie met rimpels in haar voorhoofdje, ‘en ik dacht, dat ik er door jou op zou komen. ‘

Hij schrok op. Zijn donkere oog schitterde. ‘Hoe zijn de woorden?’ zei hij zacht. ‘Zo?’

En hij begon hees fluisterend: ‘Ik ben aarde en lucht en vuur en water…’

‘Nee! Nee!’ zei Annemarie ongeduldig. ‘Natuurlijk niet.’

‘0,’ zei de spreeuw ongerust. ‘Ging het over je reis? Je kwam uit de zee met zijn getijden, je kwam uit de hemel met. . ..’

‘Och doe niet zo dom!’ zei Annemarie. ‘De enige reis die ik ooit heb gemaakt was vanmorgen heen en terug naar het park. Nee, nee… het was iets belangrijks. Iets wat met een B. .. begon.’ Opeens kirde ze. ‘Ik weet het weer!’ riep ze.

‘Het is biskwie. Een half biskwietje op de schoorsteenmantel. Michiel heeft het na de thee laten liggen!’ ‘Is dat alles?’ vroeg de spreeuw verdrietig.

‘Ja natuurlijk, zei Annemarie geprikkeld. Is het niet genoeg? Ik dacht dat je blij zou zijn met een lekker stuk biskwie?’ ‘Dat ben ik ook, 0 dat ben ik ook!’ zei de spreeuw vlug. ‘Maar’

Annemarie draaide haar hoofd om op het kussen en sloot haar ogen.

‘Praat nu niet meer, wil je!’ Zei ze. ‘Ik wil slapen.’

‘Ze is het vergeten’ zei hij met een hapering in zijn gekras.

‘Ze is het helemaal vergeten. Ik wist het wel. Maar, och liefje, wat jammer! ,

‘De halsketting van Maria Poppins’              

L. Travers

uitg. Ploegsma, Amsterdam 1976

4 Replies to “Ik kom van de hemel met zijn sterren, ik kom van de stralende zon.”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s