Een stilte periode

Ssstttttttt…..in onze voortuin ligt een egeltje in Winterslaap. Soms trekt dat idee me zo aan.

 

Alles op een laag pitje. Tijd voor MijmeringenInkeer en reflectie.

 

Even mezelf met fluwelen handschoentjes aanpakken.

 

Zo rond de kortste tijd van het jaar beginnen.

 

Een beetje Thuis bij mijzelf.

 

Gezicht en leven op neutraal.

 

Een beetje verdwalen in het Verleden.

 

En dan de weg weer terugvinden met Uber als voorbereiding voor het komende jaar. Yehhhhhh Vegas her I come.

Vrij vertaald naar:

Levensverhaal

Ieder mens schrijft al doende zijn levensverhaal.

Elk stukje dat geschreven wordt bepaald wat er op moet volgen. Je reageert op gebeurtenissen vanuit je levensverhaal en dat gaat altijd over jou als hoofdrolspeler en als regisseur.

Soms zijn er gebeurtenissen die in een inbreuk maken op je levensverhaal soms zelfs je levensverhaal onder zware druk zetten en toetsen.

Het gaat dan om je eigen rol en de afwijking van de toebedachte rol aan anderen.

Je wordt geconfronteerd met je verleden, met de waarde die je tot dat moment had.

Je gevoel van eigenwaarde wordt op de proef gesteld.

Als deze toets anders uitvalt, dus als je jezelf als regisseur en hoofdrolspeler anders had ingeschat, zul je belangrijke delen van je levensverhaal moeten herzien en raak je je gevoel van veiligheid kwijt.

Je staat dan voor de opgave de gebeurtenis een plaats te geven in je levensverhaal op een zodanige manier dat je gevoel van veiligheid hersteld wordt.

Je zal proberen weer duidelijkheid te krijgen over je eigen rol en die van anderen, je autonomie en de inbedding van je verhaal in het groter geheel.

De manier waarop je dat doet is afhankelijk van het idee dat je over jezelf hebt als regisseur en als hoofdrolspeler, de gebeurtenis zelf en de manier waarop je omgeving reageert.

De verstoring van je levensverhaal roept vaak heftige emoties op die zeer veel energie vragen. Het is de spanning die ontstaat omdat in het levensverhaal vreemde elementen binnendringen.

‘Het is net als met de regisseur die bezig is met de montage. Hij heeft alle opnames gemaakt en is nu bezig om ze in de juiste volgorde achter elkaar te zetten. Terwijl hij bezig is, stuit hij op een stukje film dat hij niet kent en dat hij niet geregisseerd heeft en dat hij toch in de film moet verwerken. Zijn eerste reactie is er één van ongeloof, schrik en verbijstering. Hoe komt dat stukje ertussen, wat moet ik ermee, het past niet in mijn verhaal. De tijd gaat door en de film moet op de afgesproken tijd klaar zijn. Hij draait alle stukjes film keer op keer af om de juiste plaats te vinden voor het stukje vreemde film.’

Basistraining Slachtofferhulp
Drs. J.A. Huisintveld
uitg. Slachtofferhulp Nederland, 1996 2e druk

Wat Heksen en KerstStallen met elkaar gemeen hebben?

Weinig dacht ik?!
Van beiden is een tentoonstelling in het Museum Catharijneconvent in Utrecht.

E ging voor de Heksen van Bruegel.

 

Ik ging voor de KerstStallen.

 

Mmmmmmmm waar gaat het eigenlijk over bij Kerst?

 

Over de Kerstman.

 

Met zijn onafscheidelijke Rendieren.

 

Gaat het om de Kerstboom met zijn lichtjes?

 

De KerstSter ( in dit geval nog een neppert ook)?

 

Het verhaal van de Os en de Ezel?

 

En de geboorte van het kindje Jezus.

 

Wellicht het idee om een ‘anonieme’ KerstEngel te zijn?

De overeenkomst is dat beiden, zowel Heksen als Jezus, collectieve Zondebokken werden.

Zondebokken zijn van iedere tijd.

Op mijn werk  zie ik het  wanneer Verschillen gezocht, gevonden en gebruikt worden om te Escaleren.

Het is en blijft ‘geven en nemen’ in persoonlijke relaties maar ook in een breder perspectief.

Vrij vertaald naar:

Geven en Nemen

Een centrale rol voor het slagen van een relatie speelt het evenwicht tussen geven en nemen. In een relatie is het evenwicht tussen geven en nemen een eerste vereiste voor het slagen van een verhouding.

Deze regel luidt als volgt: als een man onaardig is tegen zijn vrouw, moet zij ook onaardig zijn tegen hem, maar net iets minder onaardig. As hij aardig is tegen haar, moet zij ook aardig zijn, maar net iets meer. Het evenwicht tussen geven en nemen komt op deze wijze op een hoger niveau. Natuurlijk geldt dit ook omgekeerd, als de vrouw onaardig/aardig is tegen de man.

De eerste zin dat zij ook onaardig moet zijn als hij onaardig is, klinkt ons vreemd in de oren. Als christenen of als product van een eeuwen oude christelijke cultuur hebben wij geleerd dat de ander nadat hij ons geslagen heeft ook de andere wang toe te keren. Deze oerchristelijke regel heeft tot gevolg dat het evenwicht tussen geven en nemen verstoord raakt. Wat gebeurt er in een relatie waar de één te veel geeft (te aardig is) en de ander slechts neemt?

Bea is een 35-jarige vrouw en leeft met Joost samen. Joost leeft van een uitkering, omdat hij na een verkeersongeluk en verschillende operaties niet meer kan werken. Hij ligt thuis op de bank, leest de krant en kijkt televisie, terwijl Bea werkt, aansluitend de boodschappen doet en voor hem kookt. Als zij te laat thuis komt, is hij teleurgesteld, als zij teveel geld uitgeeft, wordt hij kwaad en als hij niet zijn lievelingseten voorgeschoteld krijgt, reageert hij chagrijnig. De volgende keer haast zij zich naar de winkel, rekent precies uit hoeveel de boodschappen kosten en vervult zijn wens in de keuken. Het evenwicht tussen geven en nemen klopt hier niet.

Hoe groter de kloof tussen geven en nemen, hoe groter de kans is, dat zij uit elkaar zullen gaan. Het klinkt misschien onlogisch, maar het zal Joost zijn die de relatie zal beëindigen. Diegene die slechts nemen kan, om wat voor reden ook, houdt het verschil niet meer vol en gaat. De goedzak wordt voor zijn moeite uiteindelijk gestraft.

Bea heeft twee mogelijkheden om het evenwicht te herstellen. Enerzijds door minder goed te geven en anderzijds onaardiger te zijn. In plaats van zijn lievelingseten te koken, maakt ze nu iets klaar dat ze zelf lekker vindt (minder aardigs geven) en in plaats van zijn verwijten aan te horen, verwijt zij hem nu van zijn handicap te willen profiteren (ook onaardig zijn). Dit zijn natuurlijk slechts eenvoudige voorbeelden. Het aantal mogelijkheden biedt genoeg ruimte voor creativiteit. Hoe kleiner de kloof tussen geven en nemen wordt, hoe dichter het paar weer bij elkaar komt.

Sommige mensen hebben een groot hart en geven veel. Hun ervaring is dat ze teleurgesteld worden, stank voor dank krijgen. De ander kan niet zoveel geven en moet een schuld afbetalen die voor hem te groot is. Niet iedereen heeft een gevoelige antenne voor dit evenwicht. Voor het lukken van een relatie is het echter van uitermate groot belang op dit gebied een gevoelige sensor te ontwikkelen. Het zal menigeen verbazen dat na herstel van het evenwicht de partner plotseling anders reageert en over de brug komt.

Nathalie vertelde dat ze haar getrouwde broer – hij woont in Australië – voor zijn verjaardag altijd een cadeautje stuurde. Ook zijn vrouw en zijn dochter stuurde zij jaar in jaar uit een aardigheidje. Hij op zijn beurt vergat haar verjaardag, belde niet op, stuurde geen kaartje, laat staan een cadeau. Nadat zij in contact was gekomen met bovenstaande regel negeerde ze zijn verjaardag. Drie maanden later, een week na haar eigen verjaardag, vertelde ze enthousiast dat ze een pakketje uit Australië had ontvangen. Haar broer had haar een presentje gestuurd. Het evenwicht tussen geven en nemen was hersteld.

 Familieopstellingen Bert Hellingers systemische familietherapie

Nick Blaser

uitg. Bres, 2002

 

 

Wanneer vaders en moeders er samen niet meer uitkomen gaan ze naar BOR.

Wanneer vaders en moeders er echt niet meer samen uitkomen, over die rode schoen en die roze sok, dan roepen ze: ‘laten we maar naar BOR gaan’.  Ook stuurt de rechter ze wel eens.

 

En tegen die tijd dat de kinderen naar BOR gaan is hun rugzakje gevuld met verdriet over de ruzies. Soms hebben ze één ouder al een tijdje niet gezien.

 

Bij BOR hebben we dan het troostbankje van P. Zij is al heel lang vrijwilligster bij BOR en heeft het troostbankje gemaakt.

 

P. (en alle andere vrijwilligers) zorgt dat het gezellig is voor de kinderen. Bij BOR doen wij altijd de koetjes en de kalfjes en zorgen we dat we het goed hebben. Kijk maar P. is het koetje op het bankje.

 

Die giraf op het bankje is M. Een giraf heeft een hele lange nek en kan over alles heen kijken. Dat doet M. ook. Zij kijkt of het met iedereen goed gaat. Ze verteld wat we bij Humanitas BOR doen.

 

We praten met vader.

 

We praten met moeder.

 

Allebei mogen ze 1 x vertellen waarom ze zo ’n hekel hebben aan het rode schoentje, waarom ze  een hekel hebben aan het roze sokje en de ruzies die ze daarover maken.

 

Dan zeggen we bij BOR: ‘STOP met ruzie zoeken en zeuren over die rode schoen en die roze sok, dat is niet goed voor kinderen. Jullie kind is voor de helft rode schoen en voor de helft roze sok. Jullie zijn ‘samen’ ouders.

 

Bij BOR doen ook de vaders en moeders de ‘koetjes en kalfjes’, zorgen ze dat ze het ‘goed’ hebben en vertellen ze elkaar wat een prachtig kind ze hebben.

En dat is soms hard werken. Maar daar is niks mis mee, want dat kunnen volwassenen.

En wie weet, als vaders en moeders laten zien dat ze hard werken, kan een kind er misschien ook nog iets goeds uit leren.

Vrij vertaald naar:

Opvoeden

‘In de theorie van het opvoeden is het belangrijk dat we een kind niet alleen leren de waarheid te respecteren, maar dat we het ook leren een leugen te herkennen.

We moeten leren niet alleen lief te hebben maar ook te haten, niet alleen te respecteren, maar ook te minachten, niet alleen zich te onderwerpen, maar ook in opstand te komen.’

‘Hoe houd je van een kind’

Janusz Korczak

 uitg. Bijleveld, Utrecht, 1984

 

Hoe het komt dat ouders strijden en wat wij daar bij BOR van vinden.

Soms zitten er grote verschillen tussen vaders en moeders.
De één heeft rode schoenen.

 

En de ander heeft roze sokken.

 

Zo lang ze van elkaar houden gaat dat goed.
Ze vinden elkaars schoenen en sokken dan GEWELDIG!

 

Maar ja, wanneer de liefde over is dan kan het zomaar ineens zijn dat die rode schoenen stom zijn en die roze sokken gewoon lelijk.

 

Soms draven ze dan ook zo door dat ze roepen: ‘Als jij zulke stomme rode schoenen draagt kan je geen goede vader zijn’.
Of ‘Als jij zulke lelijke roze sokken draagt kan je geen goede moeder zijn’.

 

En daar zit jij dan als kind.
Eigenlijk ben jij namelijk voor de helft rode schoen en voor de helft roze sok.

 

Het lijkt dan ineens of jij gevangen zit tussen die rode schoen en die roze sok. Want waar hou je nou het meeste van?

 

En weet je, ze hoeven echt niet meer van elkaar te houden en in één huis te wonen. Je wilt gewoon dat ze van jóu houden en het ‘samen’ goed doen als ouders

Dan blijven je ouders die volwassenen waar je als kind op kunt vertrouwen.

Voor alle kinderen van gescheiden ouders die bij Humanitas BOR komen.

Vrij vertaald naar:

Handreiking

Ouders kunnen hun kind helpen bij het ontwikkelen van zelfvertrouwen door bij het vallen eerst af te wachten, niet meteen toe te schieten om het te helpen bij het opstaan maar eerst te kijken of het kind het zelf kan.

Wanneer het kind het zelf kan is het niet nodig om hulp te bieden.

Het kind kan de volwassene leren ervaren als hulp om beperkingen te leren overwinnen.

Door middel van de volwassene kan het kind de eigen mogelijkheden leren ontdekken en vergroten.

Zo leert het op zijn eigen mogelijkheden te vertrouwen en deze te gebruiken en leert het vanuit een aanvankelijk niet-kunnen.

Een vorm van hulpverlening is het aanbieden van de hand van de volwassene en het kind begeleiden zijn evenwicht zelf te hervinden.

De volwassene laat, door het aanbieden van de hand aan het kind, voelen dat het niet alleen is.

Dit is voor het kind vaak voldoende om te kunnen voelen dat het de bewegingsbeperkingen zelf kan overwinnen, op eigen kracht en niet door de kracht van de volwassene.

‘Het voelen gevoed’

Margo Knaapen

Overasselt, 1992 (5e druk) blz. 32

 

 

 

.

Waarom Eggie zich toch ook even voegt in de discussie.

Eggie heeft even plaats genomen op de ‘Sinterklaas’ bank.

 

Laten we vooropstellen, Eggie houdt niet van zwart.

 

En zeker niet van wit.

 

En ook al zijn er vele, vele tinten grijs.

 

Eggie is van de kleurtjes.
Het kan hem niet bont genoeg zijn.

 

Bij sommige tradities gaat het wel degelijk over Zwart en Wit.

 

We vinden iets van wit.

 

We vinden iets van Zwart.

 

En kleurtjes …………zijn om te kleuren.

 

Eigenlijk gaat het bij tradities toch om de binnenkant?
Dat wat het je brengt.

 

Aan de binnenkant is geen kleur, is geen zwart, is geen wit.

Aan de binnenkant is licht. ‘ECHT’ licht.

Kijk dat snapt Eggie.

Wat Eggie niet zo snapt is de hele discussie erover en die emotie.

Vrij vertaald naar:

Zelfbeheersing

Hoe zit dat met dat uiten van emoties?  Moet je zomaar je emoties uiten, of zou het beter zijn als we wat minder zelfexpressie en wat meer zelfbeheersing hadden?

Hoe moet je je kinderen hierin opvoeden? Mijn kinderen mogen bijna alles: laat naar bed gaan, liegen als het nodig is, van school wegblijven als dat beter uitkomt, wijn drinken onder het eten, geld uit mijn portemonnee pakken, noem maar op. Maar ze mogen niet in een slecht humeur zijn. Dat is bij ons thuis verboden. Voor mijzelf geldt dat natuurlijk ook. Wij zijn met ons drieën, een werkende moeder en twee middelbare scholieren van zeventien en dertien. Ik denk wel eens dat het makkelijker is een dergelijk regime vol te houden als alleenstaande moeder; want volwassen mannen hebben meestal ook volwassen slechte humeuren die ze met grote overtuiging en mentale kracht weten te rechtvaardigen. Natuurlijk overtreden wij het verbod op een slecht humeur ook weleens, vooral ik, maar het is en blijft huisregel nummer een. Niet dat je een bui moet onderdrukken, maar als je ergens mee zit, moet je het of oplossen (indien het oplosbaar is) of accepteren (indien onoplosbaar) Je mag er niet mee blijven zitten. Het blijkt dat er verder eigenlijk nauwelijks regels nodig zijn in de opvoeding. Problemen oplossen (waarbij je recht hebt op alle beschikbare hulp) en ze anders accepteren voorkomt in de praktijk allerlei ongewenst en onaangepast gedrag. Op dagelijks niveau betekent het niet mogen toegeven aan een slecht humeur ook de afwezigheid van gepest, gekibbel en al die andere lichte vormen van zinloos huiselijk geweld die in de meeste families zo normaal zijn. Eigenlijk komt het hierop neer: wij moeten bij mij thuis onze emoties zelf beheersen, we mogen elkaar er niet ongeremd mee lastig vallen. Zelfbeheersing is ouderwets. De publieke opinie is diep geschokt door zinloos geweld, onbeheerste uitingen van agressieve emoties. Maar de meeste kinderen leren van jongs af aan juist om hun emoties te koesteren en onbeheerst te uiten. Emoties zijn heilig in onze maatschappij. Dat zie je vooral in de media: hoe emotioneler mensen zich uiten, hoe interessanter ze zijn voor de pers.

Emotionaliteit is langzamerhand gelijk komen te staan aan authenticiteit en individualiteit. Wat raar is, want als er iets universeel en gelijkvormig is aan mensen, zijn het wel hun emoties. Alle slechte humeuren lijken op elkaar. Agressiviteit uit zich overal en altijd op vrijwel dezelfde manier.

Geschokte en verdrietige gezichten zijn niet uit elkaar te houden.

Niets is zo slaapverwekkend voorspelbaar als een beledigde of gekwetste reactie. Emoties lijken spannend maar in werkelijkheid vervelen ze zo snel dat er sprake is van een stepping stone-effect: je hebt steeds sterkere prikkels nodig om zelf nog een gevoelsmatige respons te kunnen voelen op de emoties van anderen. Onze maatschappij wordt in zijn geheel onbeheerster. Daartegen helpen stille tochten niet.

Wat wel zou helpen, is opvoeden tot zelfbeheersing; gevoelens in jezelf leren herkennen, er verantwoordelijkheid voor nemen en ze onder controle houden in plaats van ze in een soort emotionele incontinentie aan alle kanten naar buiten te lekken. Ik heb het principe begrepen bij een spirituele leraar, de Australier Barry Long. Maar het past in een westerse traditie die teruggaat tot de klassieke oudheid met filosofen als Socrates, Epicurus en Seneca. De enige ware vrijheid van de mens berust op zelfbeheersing.

Lisette Thooft

De Volkskrant.