Op naar Las Vegas.

Deze schoenen gaan naar Vegas.

 

En deze schoenen gaan mee :-).

 

Dit weer gaan we niet missen.

 

Helaas, geen economy comfort deze keer :-(.

 

Maar wel veel meer zon.

 

Na echt wel een flinke vlucht.

 

Moet je eigenlijk niet meer denken in ‘hier’ en ‘daar’.

 

Met één voet uit het vliegtuig en je weet: ‘ik ben in Las Vegas’.

 

Waar alles goud is wat er blinkt.

 

Waan je je in een compleet ander wereld.

 

 

 

 

Eggie doet spreekwoorden en gezegdes.

Zachte heelmeesters maken stinkende wonden. Hoop dat het een mooi litteken geworden is M :-).
(een halve oplossing maakt het probleem alleen maar erger)

 

Er is geen koe zo bont, of er zit wel een vlekje aan.
(iedereen heeft wel iets waar hij niet zo goed in is)

 

Een cactus in de broekzak zijn.
(dat is geen bijdrage van serieuze betekenis)

 

Iets op drijfzand baseren.
(iets op een ongefundeerde aanname bepalen)

 

Steen en been klagen.
(luid en heftig klagen)

 

Niet over één nacht ijs gaan.
(een voorzichtige aanpak hanteren)

 

Geen haar op mijn hoofd die eraan denkt.
(ik wil hiermee niet akkoord gaan)

 

Met beide benen op de grond staan.
(Een realist zijn)

 

De kat op het spek (Eggie) binden.
(iemand in verleiding brengen)

 

Het licht aan het einde van de tunnel zien.
(begrijpen wat men daarvoor nog niet begreep)

 

En dit is er één. De beste van al.
Eentje die mijn oma, de moeder van mijn moeder, altijd gebruikte. Deze oma was een wijze vrouw.

 

Zoo loopen de goten als het regent.’
(het een is een natuurlijk gevolg van het ander)

Voor A, een dierbare vriendin, die al haar wijsheid aan moet spreken op dit moment.

Vrij vertaald naar:

Herbezinnen

De achteruitgang van onze fysieke en verstandelijke vermogens maakt dat we ons kunnen herbezinnen op het leven, dingen uit het verleden kunnen verteren en goedmaken, geeft de rust die nodig is om de wonderen van het leven  te kunnen waarderen. Voorwaarde is wel dat onze laatste levensjaren niet gericht zijn op doorleven en volhouden – wat volgens James Hillman eerder ingegeven is door doodsangst dan levensdrift – maar loslaten en vertrekken. Dan kan ons karakter zich verdiepen en vervolmaken.

Daarom is het van belang dat we ergens tussen ons veertigste en vijftigste levensjaar beginnen met loslaten en een herbezinning ten aanzien van levenshouding en waarden.

Psychiater A. G. Welman houdt in zijn boek Ouder worden een warm pleidooi voor deze ‘kunst’. Heb je in de fase van de middelbare leeftijd enigszins leren relativeren en afstand kunnen nemen van je eigen impulsen, verlangens en verwachtingen – niet alles in het leven loopt zoals jij wilt – dan ontwikkel je een innerlijke vrijheid die je in de latere levensfase van de ouderdom, wanneer je onherroepelijk met gebreken en beperkingen wordt geconfronteerd, goed van pas komt.

Bovendien kunnen ouderen in het veroveren van die innerlijke vrijheid een stimulerend voorbeeld voor jongeren zijn. Dan kan zich de heilzame werking voordoen dat ouderen alleen al door hun aanwezigheid een weldadige invloed kunnen uitoefenen of voor een balans in de gemeenschap kunnen zorgen.

Ik denk dat als ouderen meer op die eigen karakteristieke en standvastige manier in het straatbeeld en openbare leven aanwezig zouden zijn, jongeren zich anders zouden gedragen.

Misschien hebben jongeren, juist omdat markante ouderen zo uit de openbare ruimte zijn verdwenen, deze wel erg voor zich opgeëist met alle gevolgen van dien.

Mirre Bots

De ziel van ouder worden

Jonas magazine nr. 41 januari 2001

 

 

 

Soms wordt de kou aan de buitenkant bijna de kou aan je binnenkant.

Zou koud aan de buitenkant ook koud aan de binnenkant voelen?

 

Zoek je dan een holletje om je te ‘verstoppen’?

 

Of een zonnige plekje zodat de zon je laat smelten?

 

Zorg je voor jezelf aan de binnenkant met ‘groene’ sapjes?

 

Zoek je ver’lichting’ om je binnenkant op te laten gloeien?

 

Soms ontmoet je mensen die aan de binnenkant koud zijn geworden door wat ze aan de buitenkant mee hebben gemaakt.

 

Ieder mens heeft zo zijn reden waarom hij geworden is zoals hij is.

 

Elke situatie kent meerdere zichtpunten.

 

Het is soms vanuit welk standpunt je de situatie bekijkt.

 

Van standpunt veranderen en op zoek gaan naar een ‘nieuw’ zichtpunt helpt soms om de kou, aan de binnenkant, te laten verdwijnen.

Met dank aan mijn vader die dit prachtige miniatuurtje gemaakt heeft. Het staat op de belangrijkste plek in huis.

Vrij vertaald naar:

Mensbeeld

Ik ga er van uit dat elk mens, binnen zijn vaak beperkende en soms diepkwetsende levensomstandigheden, er het beste van probeert te maken.

Op die manier kijk ik naar scheefgroei en kan ik op een vriendelijke – niet veroordelende -manier de ander helpen zoeken naar de goede redenen die hij heeft gehad om te worden wie hij nu is.

Van daaruit geloof ik ook in de mogelijkheden, die bij ieder mens naar boven komen, als zij geholpen wordt om het beste in zichzelf te zoeken, van onder de vele lagen die zij over hun kwetsbare zelf hebben opgetrokken.

Mijn optimistische mensvisie houdt niet in dat ik geloof dat alles voor groei en verandering vatbaar is en dat ik blind hoef te zijn voor de verschrikkelijke dingen die mensen zichzelf en anderen soms aandoen.

Het betekent eerder dat ik het ook zinvol vind om aanwezig te zijn en te blijven bij lijden waarvan mij de zin overstijgt, dat ik geloof dat wij iets wezenlijks bieden wanneer we met onze persoon – en niet met onze technieken – bondgenoot durven te zijn op terreinen waar we alleen maar onze machteloosheid kunnen erkennen.

Ik vind het waardevol om in contact te zijn met hoe die persoon zich op het moment zelf aan mij verschijnt.

Gids voor gesprekstherapie

Mia Leijssen

uitg. Elsevier/De Tijdstroom, Maarssen

1999 (2e druk)

 

Alle ouders zijn ‘trots en blij met de geboorte’ van hun kind, maar ze zijn niet altijd blij met elkaar.

Alle vaders en moeders houden van hun kind wanneer het geboren wordt.

 

Alle stekeligheden van het leven worden even vergeten.

 

Ze zijn gewoon blij met hun kind.

 

Maar het kan gewoon gebeuren dat die rode schoen en die roze sok ineens weer belangrijk worden. Want nou ja vaders en moeders zijn ook gewoon mensen.

 

En wanneer dat té veel en té vaak gebeurt, lijkt het wel of ze in hun eigen glazen huisje gaan zitten. Ze vergeten dat ze een kind hebben waar ze van houden.

 

Als kind sta er je er dan ineens helemaal buiten. Zoiets als een klein lichtpuntje, maar wel op afstand.

 

Je kunt roepen wat je wilt maar je zit als het ware vastgeplakt aan de buitenkant van hun glazen huis. Ze zien je wel maar ze horen je niet.

 

En soms moet er gewoon iemand roepen: ‘STOP, kom uit je glazen huis. Kijk naar je kind. Jullie hoeven elkaar niet meer aardig te vinden of in één huis te wonen. In het bijzijn van je kind doe je de ‘koetjes en de kalfjes’en zorg je dat je het goed hebt.’

 

Bij Humanitas BOR roepen wij dat heel hard, maar eigenlijk vinden wij dat iedereen dat moet roepen.

Vrij vertaald naar:

Ideaalbeelden

Mensen hebben een beeld van hun ideale partner. Dit ideaalbeeld is hen opgedrongen door de maatschappij, door ouders, door de film, door verkeerde vrienden. Als er iemand voorbijloopt die toevallig op hun ideaalbeeld lijkt, dan projecteren mensen dat beeld zo groot over deze persoon heen, dat zij de echte persoon niet meer kunnen zien. Zij zien alleen hun eigen ideaalbeeld, dat kan lopen en praten en vrijen, en worden daar verliefd op. Vervolgens gaan zij een relatie aan met hun ideaalbeeld en daar kunnen ideaalbeelden slecht tegen. Ideaalbeelden vervagen onder de invloed van tijd. Het vergrootglas van een gemeenschappelijk gevoerd huishouden doet de rest: de echte partner komt tevoorschijn.

Sommige mensen hebben geluk, die kunnen het goed vinden met deze persoon. Andere mensen zijn minder fortuinlijk: hun partner blijkt een onmens, een gek, een oninteressante figuur. De reactie van de meeste ongelukkigen op deze situatie is even begrijpelijk als tragisch: zij gaan proberen hun partner te veranderen. Dit is tot mislukken gedoemd. Het is moeilijk, zo niet onmogelijk, om mensen te veranderen. Het is nog drie keer onmogelijker om mensen te veranderen in een ideaalbeeld. Het einde van dit liedje is meestal, dat mensen ongelukkig worden. Vroeger werden ze samen ongelukkig, nu gaan ze uit elkaar en worden ongelukkig.

Ongeveer dit verhaal vertel ik met enige regelmaat aan mensen die met relatieproblemen bij me komen. Als ik het heb verteld, valt er een stilte. Ik wacht dan totdat iemand vraagt: ‘Dus we moeten uit elkaar?’ En dan zeg ik: ‘Nee, maar er is een grens aan wat jullie met mij kunnen bereiken. Ik kan jullie niet veranderen en jullie kunnen elkaar niet veranderen. Het enige dat jullie kunnen leren is ruzie maken, want de manier waarop jullie dat nu doen is hopeloos ineffectief. Meestal zeg ik dat Schopenhauer en Freud mijn verhaal hebben bedacht. Tegenwoordig vinden genetici steeds meer bewijzen voor de stelling dat persoonlijkheidskenmerken zijn ingebakken, dus daar kan ik fijn mee schermen. En sinds vorige week kan ik ook dokter Dick Barelds aanvoeren. Barelds promoveerde in Groningen op onderzoek naar de invloed van karakter op intieme relaties. Zijn conclusie: mensen die een relatie aangaan, hebben geen idee wie ze voor zich hebben. Pogingen om de partner te veranderen zijn zinloos. Als de liefde voorbij is heeft repareren geen zin. Als de liefde er wel is, moeten mensen leren aangeven wat ze willen en vechten voor hun belangen. Dat is iets heel anders dan toegeven voor de lieve vrede.

Gaat dus heen, mensen, hou van elkaar en maak ‘effectief’ ruzie.

Het Volkskrant Magazine

15 februari 2003

PSYCHO

Jean-Pierre van de Ven

 

Iets over mijn ochtendritueel. De vraag is … wil je dit wel van me weten?

Zelf vindt ik het prachtig om iets van Vet GezelligLisanne of Martine te volgen. Al die kijkjes in iemands leven. Prachtig.

Mijn ochtendritueel begint met wakker worden met ‘Two Silver Trees‘ en dat een half uurtje laten sluimeren. Dat sluimeren is K. hè.

Eerst een rondje met het hondje. Chesto heeft hier zijn nieuwe superriem. Hij volgt míj nu zelfs een beetje.

 

Als ik thuis kom heeft K. mijn ontbijt klaar staan.

 

K oefent zijn Barista  skills.

 

En na 1 kopje koffie vindt ik de wereld echt veel leuker.

 

Krantje, Ipadje en mobiel erbij en de dag kan niet meer stuk.

 

Op mijn werkdagen, zelfs wanneer het regent, is alles na dit ritueel veel leuker.

 

Oh ja…..ik ben natuurlijk één belangrijk ochtendritueel vergeten maar zeg nou zelf: ‘je wilt Eggie toch niet in zijn nakie zien?’

Toch, ergens in mijn achterhoofd, blijft een stemmetje zeuren.  Zou je dit wel willen weten van je kinderen? Of nog sterker willen je kinderen dit wel van mij als ouder weten.

Voor G, R en L.
Ik hoef niet alles van jullie te weten. En jullie niet alles van mij.
Tenzij nood, dan mag alles gezien en gehoord worden.

Vrij vertaald naar:

Je hoeft maar weinig te weten.

Er zijn maar weinig dingen die je moet weten
om een wijze ouder te worden.

Je moet weten dat je zult sterven,
want pas dan zul je echt kunnen leven.

Je moet weten wanneer je genoeg hebt,
want dan pas kun je tevreden zijn.

Je moet weten wat lachen is,
want pas dan kun je jezelf beter maken.

Er zijn zoveel dingen die je niet hoeft te weten.

Je hoeft niet te weten
wat je kinderen precies denken of doen.

Je hoeft hun dromen
en diepste verlangens niet te kennen.

Je hoeft niet te weten
wat het leven voor hen en voor jou in petto heeft.

Leef je eigen leven met hart en ziel.

Laat je kinderen hun eigen leven leiden.

Ze zijn er wonderwel toe in staat.

 

De Tao Te King voor ouders
William Martin
uitg. Becht, 1999

 

 

Na inkeer, verwachtingen op naar een TOP 2016

De Stilte periode hebben we doorgebracht in Broek in Waterland.

 

Waar alles gewoon prachtig ‘echt’ eeuwen oud is.

 

Op zoek naar onze verwachtingen voor 2016.

 

Uiteraard, uiteraard je zou er op kunnen broeden maar dat is geen garantie voor resultaat.

 

Nee Eggie, niet die verwachtingen.

 

Het gekke met verwachtingen is…..

 

Dat je hoopt dat ze naar je terugkomen.

 

Niet jezelf vastpinnen.

 

Meer het zoeken naar een evenwicht in beweging.

 

En rust.

 

De uitdaging met jezelf aangaan.

Voor mijn dierbare vriendin L.  een ‘top’mens is die af en toe een beetje ge’tob’ heeft.

Op naar een TOP 2016

Vrij vertaald naar:

Over tobtijden en toptijden

De laatste tijd heb ik nogal eens momenten waarop ik me helemaal niet goed voel, zonder dat ik nou kan zeggen wat er precies is. Het is lastig als je stemming bepaald wordt door iets wat je niet onder woorden kunt brengen. Je kunt er dus ook niet over communiceren met anderen. Ze merken wel aan je dat je anders bent dan anders, en met name anders dan zij je graag zien, maar je kunt niets uitleggen. Ooit heb ik om die reden een hond genomen. Die hoef je namelijk niets uit te leggen, die vindt je toch wel goed zoals je bent. Honden zijn echte meesters in onvoorwaardelijke liefde!

Mijn hond is echter al een tijdje dood, en ik zal het nu dus echt zelf moeten doen, ik zal die onvoorwaardelijke liefde aan mezelf moeten geven. Dat lukt vaak wel, en soms ook helemaal niet. Hoe doe ik dat? Door bijvoorbeeld voor de spiegel te gaan staan en tegen mijn spiegelbeeld te zeggen: het maakt niet uit wat er met je aan de hand is en hoe je je voelt. Ik hou toch van je! En iedere keer als er weer een nare gedachte voorbij komt, tegen mezelf te zeggen: het maakt niet uit, ik hou toch van je.

Die gedachten komen en gaan, maar af en toe lijkt het alsof er meer komen dan gaan en dan wordt het wel erg vol in mijn hoofd. Dan kan ik het niet bijbenen met onvoorwaardelijke liefde naar mezelf te sturen. Ik heb geleerd om me in dit soort tijden terug te trekken in mijn eigen hel en niet te verwachten dat anderen me kunnen helpen. De meeste mensen kunnen dat namelijk niet. Ik zelf kan het op zo’n moment ook niet, maar ik kan mezelf wel iets geven wat de meeste anderen niet kunnen. Ik kan tegen mezelf zeggen: ik weet ook niet waarom je je zo voelt, maar het is helemaal oké. Je hoeft het niet te weten en het hoeft niet anders te zijn dan het is. Het is zoals het is en ik blijf van je houden, wat er ook gebeurt.

In dit soort tijden val ik terug op een prachtige vrouwelijke kwaliteit (1): het kunnen verdragen. Zolang ik het niet kan veranderen, zal ik het verdragen. Ik beloof mijzelf dat ik mijzelf hierin zal blijven dragen, net zo lang tot het klaar is. En omdat ik niet meer zo piepjong ben en al wel het een en ander doorstaan heb, weet ik inmiddels dat alles voorbij gaat, ook dit. Er zal weer een tijd aanbreken dat ik weer gewoon vrolijk ben en bruis van energie. Dat maakt dat ik het vol kan houden.

Vaak merk ik achteraf ook dat een tobtijd vooraf gaat aan een toptijd. Kennelijk moet er in een tobtijd veel innerlijk werk verzet worden. Het is een tijd van grote schoonmaak. Als dat achter de rug is, voel ik me helderder, puurder en energieker dan ik ooit geweest ben.

Een tobtijd is niet verkeerd. Het gebeurt niet omdat ik iets fout heb gedaan. Ik geloof niet in goed bedoelde spirituele uitspraken dat je op ieder moment gelukkig moet kunnen zijn. Ik kan het in ieder geval niet en ik word er niet blijer van als ik dat wel van mezelf eis.

Iemand zei eens tegen me: als je aan het tobben bent, moet je eigenlijk helemaal lekker in de tobbe gaan zitten. Dat vond ik een mooi advies. Het sprak me wel aan: lekker ronddobberen in een tobbe. Ik beschouw het maar als een tijd van ziekte, want het lukt me dan toch niet om op een ‘normale’ manier te functioneren. En soms noem ik het gekte, want zo voelt het ook wel een beetje.

Marian van den Beuken

(1) Niet alleen vrouwen beschikken over vrouwelijke kwaliteiten; mannen zeker ook.