Van die ene boom die ‘trouw’ is aan zichzelf.

Oké, oké ik snap hem al.

Het heeft wat geworstel gekost. En heel de week langs die enkele boom rijden confronteerde mij steeds met mijn geworstel.

Ik werd boos. Boos op die mannen die daar aan de slag waren. Boos op die boom. Want waarom zou je daar in je uppie blijven staan. Hup ga gewoon aan de wandel. Zoek een andere alleenstaande boom.

Je gaat daar toch niet vrijwillig blijven staan? Niemand die je beschermt, bemoedigt en troost. Zoek een bondgenoot. Wees samen boos. Meldt je aan als woordvoerder van boze bomen.

Maar uiteindelijk begon het te dagen. Wanneer je daar in je uppie staat ben je:

  • herkenbaar
  • zichtbaar
  • een ijkpunt

Kortom ik hou van deze boom omdat hij opvalt, herkenbaar is, een ijkpunt onderweg en heel de weg verlang ik er naar om hem te zien.

Die boom wil ik zijn:

Trouw aan mijzelf en aan de waarden die dienend zijn.

Met stevige wortels staan voor waar ik in geloof.

Niemands geweten, geen politieagent of een opvoeder willen zijn.

Bemoedigen  en vertrouwen hebben vanuit geweldloos verzet.

En ja…..mocht je me nu een beetje vreemd vinden?

Dan is dat de consequentie die ik aanvaardt.

 

 

 

 

 

 

 

Boom

Onderweg naar mijn werk kwam ik dit bord tegen.

 

Ook al rooien ze álle bomen, er kan er zomaar eentje blijven staan. Deze heeft een blauwe streep op zijn bast.

Waarom? Vraag ik me af. Al die bomen moeten toch gerooid en versnipperd worden?

Dit moet wel een hele bijzondere boom zijn. Zo anders dan de anderen. Waarom zou hij anders mogen blijven?

Hoe fijn zou het zijn dat jij, als boom, mag blijven staan en de rest wordt tot pulp vermalen? Je moet echt anders dan de anderen zijn. Je moet iets extra’s kunnen, iets bijzonders weten of gewoon iets voor iemand betekenen.

Maar ja, wil je eigenlijk wel zo speciaal zijn? Je bent ineens wel heel erg erg zichtbaar, voor iedereen.

En dat niet alleen, je vangt ook nog eens alle wind en regen. Er is niets meer waar je je achter kunt verschuilen Geen medeboom die jou nog bescherming biedt. En uiteraard vindt iedereen er ook nog iets van, zo van: ‘tjeetje wat een mager boompje is dat, hadden ze niet een andere uit kunnen kiezen?’

Soms, heel soms voel ik wel wat herkenning met die boom.

Gelukkig heb ik sterke wortels, die heel diep gaan.

 

En hier gaat het natuurlijk niet om een boom. Dat huis daarachter. Dat is ons huis.

Voor K met wie ik woon in dat Pentakelhuis en die soms die ene boom is, met zijn kruin ver in de Cloud. En voor mijn jongste zoon L Gelukkig heb je diepe wortels en ben je stevig genoeg om alle wind te vangen.

Vrij vertaald naar:

Met SQ wordt bedoeld de intelligentie waarmee we problemen van zingeving en waarde aanpakken en oplossen, de intelligentie waarmee we onze daden en ons bestaan in een ruime, vruchtbare, zingevende context plaatsen, de intelligentie waarmee we bepalen dat de ene handelswijze of levensweg zinvoller is dan de andere. SQ is de onmisbare grondslag voor een effectief functioneren van het IQ en het EQ. Het is de essentie van onze intelligentie’.

Aanwijzingen voor een hoog ontwikkeld SQ zijn onder andere:

  • het vermogen flexibel te zijn (actieve en spontane aanpassing);
  • een hoge graad van zelfbewustzijn;
  • het vermogen lijden onder ogen te zien en ten goede aan te wenden;
  • het vermogen pijn onder ogen te zien en te overstijgen;
  • zich laten inspireren door visies en waarden;
  • de onwil onnodig leed te veroorzaken;
  • de neiging verband te zien tussen uiteenlopende dingen
  • een uitgesproken neiging om vragen als ‘waarom’ of ‘wat gebeurt er als’ te stellen en naar ‘fundamentele’ antwoorden te zoeken;
  • ‘veld-onafhankelijk’ zijn, zoals psychologen het noemen: het vermogen hebben om tegen conventies in te gaan.

Spirituele intelligentie
Danah Zohar en Dr. Ian Marshall.
uitg. Kosmos Utrecht, 2000

 

 

 

 

 

Eigenlijk, eigenlijk zijn wij héél erg saai bij BOR.

En geloven we dat bij herhaling de spiegelneuronen aan het werk gaan.

 

Bij BOR staan de kinderen centraal.

 

We bieden ze een plek waar we regels en afspraken hebben.

 

Tuurlijk weten we dat dat ouders volwassenen zijn die het soms onhandig doen.

 

Soms lijkt het wel dat ouders een soort burnout verschijnselen krijgen wanneer ze te veel strijden.

 

Maar we geloven bij Humanitas ook heel sterk dat iedere ouder een goede ouder wil zijn.

 

Daarom roepen we héél vaak dat de kinderen kanjers zijn en zo veel meer ‘weten’ dan dat ze laten zien of zeggen.

Dus…………… blijven herhalen en worden we heel saai.

Vrij vertaald naar Reinalda Kerseboom.

Het symbool geeft als eerste antwoord.

Janco komt in mijn spelkamer omdat zijn ouders tamelijk recent zijn gescheiden. Iris komt op een ander tijdstip spelen omdat haar vader 2 jaar daarvoor plotseling is overleden.
Allebei de kinderen hebben psychische problemen. Ze slapen slecht, zijn huilerig en chagrijnig. Hebben geen plezier in school en kunnen zich niet goed concentreren.
Spelen helpt dan. In de spelkamer wordt anders gespeeld dan alleen thuis of met leeftijdsgenoten. De spelkamer is een plek waar je je verhaal mag doen met symbolisch of creatief materiaal en er is een volwassene die zo meespeelt dat het verhaal eerst gehoord wordt en vervolgens een andere wending kan krijgen.
Janco en Iris missen allebei hun vader.  Met Playmobil en ander speelgoed laten zij mij zien wat er in hun binnenwereld leeft. Daar zijn woorden soms handig bij, maar niet altijd nodig.

Janco was laaiend boos op zowel zijn vader als zijn moeder. In het echt kon hij met die boosheid geen kant op, bang als hij was ze allebei of een van beiden te kwetsen of kwijt te raken. Spelen gaf hem wel de mogelijkheid zich te uiten. Weken achtereen bouwde hij met allerlei spullen een stad. “Rampenstad” noemde hij het. In die stad reed een auto rond met een baby als chauffeur. Die baby kon natuurlijk nog niet goed autorijden en daarom gebeurden er allemaal rampen waar een vader en een moeder slachtoffer van werden. “Net goed”, zei Janco vaak.
Iris was vooral in de war en vond het moeilijk zichzelf weer toe te staan om blij te zijn. In het echt had ze het nooit meer over haar vader. Ze kon het woord papa zelfs niet meer uitspreken. Ze legde thuis zonder dat moeder het zag wel heel regelmatig iets moois neer bij zijn foto op het buffet. In de spelkamer kon ze er lange tijd maar niet toe komen te kiezen wat ze zou willen spelen. Maar op een goed moment koos ze voor het poppenhuis, dat ze inrichtte en waar een moeder met haar kinderen leefde.

Wat de levensverhalen van Janco en Iris gemeenschappelijk hebben is dat op een goed moment hun moeders weer verliefd werden. En dat ze een poos later allebei aan mij vroegen hoe ze dit hun kind het beste konden vertellen. Zowel de moeder van Janco als de moeder van Iris waren er van overtuigd dat ze de verliefdheid en de potentiële nieuwe partner voor hun kind verborgen hadden weten te houden. En dat hadden ze gedaan om hun kind niet verder in de war te brengen. “Je bent de eerste aan wie ik dit vertel”, zeiden ze. “Niemand weet het nog”.
Ze waren dan ook nogal verbaasd dat ik, via de symbooltaal van hun kinderen, allang op de hoogte was van die nieuwe man in hun leven.
In Janco’s spelverhaal was namelijk ineens een 2e vader (samen met de echte vader van de baby in de auto) aanwezig. Janco sloot ze samen ergens op met de mededeling: “zo laat die hier maar een poosje samen zitten, aan jullie heeft de baby ook niks”.
En in Iris haar poppenhuis verscheen ineens stilletjes en bijna verborgen een manfiguur. Ik ontdekte hem de eerste keer pas na afloop van de sessie tijdens het opruimen. Iris had die man op de bank neergezet. Hij was er alleen maar, als een soort baken of stille getuige, terwijl in het spel de moeder en de kinderen bij een foto samen treurden om een overledene. In de volgende sessies bleef die man op de bank zitten, maar hij was er steeds.

 

Het gaat maar gewoon over een rode schoen en een roze sok.

 

Dag vader met de rode schoen.

 

Dag moeder met de roze sok.

 

Dag stomme rode schoen.

 

Nee, dag stomme roze sok.

 

Nee, jij hebt pas een stomme rode schoen.

 

Nee, jij hebt pas een stomme roze sok.

 

Jij bent stom met die stomme rode schoen.

 

Nee, jij bent stom met die stomme roze sok.

 

Jij bent stom. Nee, jij bent stom.

 

Tjeetje jullie zijn stom. Het gaat om jullie kind.

Vrij vertaald naar:

Dag Papegaai, zei de Pinguïn.
Dag Papegaai, zei de Papegaai.
Nee, zei de Pinguïn, jij moet dag Pinguïn zeggen.
Nee, zei de Papegaai, jij moet dag Pinguïn zeggen.
Nee, zei de Pinguïn, ik ben een Pinguïn.
Nee, zei de Papegaai, ik ben een Pinguïn.
Jij bent een Papegaai, zei de Pinguïn.
Jij bent een Papegaai, zei de Papegaai.
Stomme Papegaai, zei de Pinguïn.
Stomme Pinguïn, zei de Papegaai.

Erik van Os

Hoever kan je zien met je ogen dicht?

Even achterom kijken naar de luxe van Vegas.

 

Op pad.
Hé dat lijkt een bekende.

 

The Valley of Fire.

 

Gewoon het pad volgen.

 

Je eigen schaduw achterna.

 

Op zoek naar het licht aan het eind.

 

Bewondering voor wat was.

 

De Hoover Dam nog even aangetikt.

En nu onze koffer pakken. Vaarwel luxe van Las Vegas.
Vaarwel sobere woestijn van Las Vegas.

Vrij vertaald naar:

Het vertrek van de mier

De eekhoorn was het verdrietigst van iedereen. Hij zat aan zijn tafel, met zijn hoofd op zijn armen, en fluisterde zachtjes: ‘Mier, mier…’

Hij kneep zijn ogen dicht en in zijn gedachten kwam de mier aanhollen, bleef onder de beuk staan en riep omhoog:’ Eekhoorn, ik ben er weer!’

De eekhoorn hield zijn ogen stijf dicht en even later zat de mier, nog buiten adem, aan tafel en keek om zich heen om te zien of er wat te eten was.

‘Waar was je?’ vroeg de eekhoorn. Maar de mier hijgde en gaf geen antwoord.

‘ Ik heb iets voor je bewaard…’ zei de eekhoorn. Hij ging naar zijn kast. Maar toen hij zijn ogen opendeed om een pot beuken-noten-honing te pakken die ergens achteraan stond, was de mier weg. De eekhoorn kneep zijn ogen meteen weer dicht en de mier kwam weer aanhollen en riep: ‘ Eekhoorn, ik ben er…!

Als ik ze eens dichthoud….dacht de eekhoorn.

Hij hield zijn ogen heel lang dicht en de mier at de hele pot honing op en vroeg of er nog iets was, en de eekhoorn stond op, tastte in de kast rond en vond een pot lindehoning.

Maar na een tijd deed hij zijn ogen toch weer even open. De mier zou zijn ogen voorgoed kunnen dichthouden…dacht hij somber. De mier stelt zichzelf nooit teleur.

Hij voelde zich verdrietig en nog iets. Hij wist niet wat dat was. Ontredderd, dacht hij. Nee. Ontroostbaar. Nee. Hij krabde aan zijn achterhoofd. Onherbergzaam, dacht hij toen. Dat ben ik. Verdrietig en onherbergzaam. Hij was dat nog nooit geweest.

Na een tijd kneep hij zijn ogen niet meer dicht. Hij was bang dat de mier zou zeggen:’ Zo is het wel genoeg, eekhoorn ik ben niet voor niets weg!’ en helemaal niet meer zou terugkomen.

Hij legde zijn hoofd op zijn armen.

Niemand was zo verdrietig als hij.

Uit: Het vertrek van de mier

Door: Toon Tellegen

 

 

Hoe Eggie op zoek ging naar de vragen maar de antwoorden niet kon horen.

Eggie durft ‘de Strip’ te verlaten en dieper Las Vegas in te gaan.

 

Je treft er de vreemdste vogels aan.

 

Het is duidelijk niet allemaal goud wat er blinkt onderweg.

 

We naderen waar we voor komen.

 

De wens.

 

De gedachte.

 

De illusie.

Van Las Vegas.

Sorry S ik weet dat jij in mei wel je wens gaat vervullen.
Maak er wat moois van.

Vrij vertaald naar:

Vragen

‘…………wees geduldig met wat onopgelost is in je hart en probeer de vragen zelf lief te hebben, alsof het gesloten kamers zijn of boeken die in een totaal vreemde taal geschreven zijn.

Ga niet op zoek naar antwoorden die je niet gegeven kunnen worden, want je zou niet in staat zijn ze te leven.

En daar gaat het om: alles te kunnen leven.

Leef de vragen op dit moment.

Misschien zul je ooit, zonder het te merken, op een dag het antwoord binnen leven.

Besluit om altijd opnieuw te beginnen

om een beginner te zijn

 

Rilke on love and other difficulties

John J.L. Mood

 

Hoe lastig is het om trouw te blijven aan jezelf in Las Vegas?

Hoe gemakkelijk raak je de weg kwijt? Nou vannacht lukte dat prima! Mijn Ipadje gaf de tijd aan. Oef op welke dag en waar leven we nu?

We staan iedere ochtend om 5 uur op. Eerst vanwege de jetlag maar nu willen we niet ‘hier’ aankomen.

 

Om 6 uur een wandeltje naar het ontbijt.

 

Uiteraard kom je dan eerst door het casino. Dat kan niet anders. Alles loopt door het casino. K moest hier wel even achter het apparaat kruipen anders mocht ik geen foto maken.

 

Via het Marco Polo Plein. Zie je die lucht? Dat is een schilderij. Het water is echt en er varen gondels met zingende gondeliers. Klein Venetië maar dan binnen.

 

Langs de winkels. Alle luxe merken. Nergens zie je een prijskaartje.
Zou het gratis zijn?

 

Eerst maar even ‘foute’ sokken kopen voor zoon R

 

En ja hoor, daar is Elvis. Bij aankomst in ons hotel zag ik hem langsflitsen met zijn rolkoffertje.

 

En dan naar buiten voor de eerste frisse lucht vandaag. Pffffffft.

Dit voelt als gekooide luxe.

Vrij vertaald naar:

Trouw

Trouw, werkelijk trouw aan zichzelf

en aan de waarden die men

hoogschat en de moed hebben zich

ter wille van die trouw onbemind te

maken bij anderen.

‘De nagelaten geschriften’

Etty Hillesum

uitg. Balans, Amsterdam, 1986