Valt er wel wat te zien in januari?

4 januari 2017

Uiteraard valt er van alles te zien!
Niet aan de bomen op zich.

 

7 januari 2017

Kaal is kaal,
zeg nou zelf.

 

7 januari 2017

De natuur staat een soort van stil
rond deze tijd van het jaar.

 

14 januari 2017

De zon schijnt,
er is mist
soms wat ijzel
of iets van sneeuwachtigs.

 

16 januari 2017

Heel af en toe is er leven in de brouwerij.
De man met de kettingzaag.

 

18 januari 2017

Kijk daar zit J. van de mmm boerderij.
Stilletjes en in zichzelf gekeerd.

 

22 januari 2017

Het geeft mooie plaatjes en beelden dat winterse uitzicht.

 

Het leemstuc krijgt een opfrisbeurt

Hé vreemde schoenen in huis?

 

Er gaat gewerkt worden?

 

Wat is dat voor troepje?

 

Dat zier er écht heel vreemd uit.

 

Getver,
het moet niet gekker worden.

 

Oké,
dit geeft meer herkenning.
Hier gaat iets gebeuren.

 

Kijk,
het is Christo die aan het werk is.

 

Het leemstuc wordt bijgewerkt.

 

Er zijn wat lelijke hoekjes die een stukje leem kunnen gebruiken.

 

Zo zag het er allemaal in het begin uit.

 

Met hier en daar een prachtig accent.

Maar bovenal geeft leem een aangenaam leefklimaat:
– het werkt vochtregulerend
– het werkt warmteregulerend
– is antistatisch en schimmelwerend
– het ‘ademt’
– het is brandwerend
– het werkt geluiddempend

 

Wanneer de zon in huis staat waan ik mij,
met een beetje fantasie,
in Antilope Canyon.
Ik hou van de prachtige tinten die het leemstuc geeft.
En vooral van het gevoel dat het huis ‘ademt’.

 

 

Oww, ja Bartje!

Goed,
we gingen dus Bartje wegbrengen.

 

Hij had een paar daagjes buiten mogen wennen.
Want van de warme voetjes
gelijk over naar de koude voetjes
is best wel een overgang.

 

Op naar Groenekan.

 

Bartje heeft er zin in!
Eindelijk weer tussen familie.

 

In de rij van de 6000 serie.
Kijk 6045 is er ook al.

 

‘Ons’ Bartje is 6044.

Het goede nieuws is?
Bartje wordt volgend jaar Bart.
Hij gaat van klasse wit naar klasse rood.

Ach ja,
opgroeien gaat ook zo snel.
Voor je het weet kijk je gewoon tegen hem op.

Dag Bartje,
tot volgend jaar.

 

 

 

 

 

 

Ja! Ik geloof er ‘echt’ in.

We gingen Bartje wegbrengen.

 

Hij had al een  paar nachtjes buiten gestaan om te wennen.

 

KIJK!
Kijk nou.
Het zat niet in of op Bartje.
ECHT NIET!
Wel op de foto.

 

We hebben,
sinds het overlijden van de vader van K.,
meer van die kleine dingetjes.

Ineens loopt zijn klok weer.
Dat ding hangt er al jaren.
Stil.
Geen beweging in te krijgen.
En nu….

hij pingelt ieder half uur,
bijna op de goede tijd.

 

En dan de TomTom.
Die heeft het nooit gedaan.
Beetje vette pech, achteraf, bij de koop.
Afijn Google is toch K.’s best friend.
Sinds een paar dagen springt doet de TomTom het weer.

Ik geloof  dat er ‘iets’ is nadat iemand overleden is.
Dat wil niet zeggen dat ik het altijd zie, kan zien of wil zien.
Soms, zoals nu bij de vader van K., laat het zich niet missen.

 

W. is ook mijn beschermengel geweest.
Op kerstavond, net na zijn overlijden, reed ik naar huis.
Ik was alleen.
Het was laat, donker en verdrietig.

Ineens een knal.

hè?

wat?

waar?

Ik veerde recht overeind.
Ik geloof dat ik even weggezakt was.

Thuis zag ik een gat,
midden op de Duitsland-stikker,
en er liep een flinke barst over de voorruit.

Sorry, dat ik niet het juiste plaatje heb bij het gat en de scheur.
Als ik geweten had dat ik hiér een plogje over ging maken,
had ik zeker een foto gemaakt.