Wat je ziet wanneer je om je heen kijkt 3

Iedere dag laat ik alles even achter me.

 

Wandel ik langs het strand

 

tot daar

 

helemaal
op de punt.

 

daar kan ik naar boven

 

om van het uitzicht te genieten

 

en over de zee te kijken.

 

Op het strand liggen grote velden
afgestorven bladeren
van het Neptunusgras

 

Keurig opgehoopt
tot aandoenlijke honden
die plat op hun buik
met hun kop
op de vloedlijn liggen.

 

Al lopend volg ik de weg die het Neptunusgras gaat

 

om Neptunusballetjes te worden.
Kijk het filmpje en zie hoe het werkt.

Eigenlijk vertonen de balletjes
best wel een menselijk aspect.

Of wij mensen
een Neptunusballetjes effect.

We worden gevormd door de omstandigheden,
de plek waar we zijn.
Onder invloed van wat we leren, ervaren en doen
krijgen we uiteindelijk onze vorm.
En net als bij de Neptunusballetjes schuurt dat soms.

We worden ‘Echt‘.

“Wat is Echt?’ vroeg het Konijn op een dag, toen ze naast elkaar lagen, vlak bij de haard in de kinderkamer. ‘Betekent het dat je van binnen iets hebt dat zoemt en van buiten een palletje?’
‘Echt is niet hoe je gemaakt bent,’ zei het Leren Paard.
‘Het is iets dat met je gebeurt.
Als een kind lang, heel lang van je houdt,
niet alleen om met je te spelen, maar Echt van je houdt, dan wordt je Echt.’
‘Doet het pijn?’ vroeg het Konijn.
‘Soms wel, ‘ zei het Leren Paard,
want hij sprak altijd de waarheid.
‘Als je Echt bent, dan geef je er niets om dat het pijn heeft gedaan.’
‘Gebeurt het allemaal ineens, net als opgewonden worden?’ vroeg hij,
‘of stukje voor stukje?’
‘Het gebeurt niet allemaal ineens,’ zei het Leren Paard.
‘Je wordt het gewoon.
Het duurt een hele tijd. Daarom gebeurt het niet vaak met dingen die gemakkelijk breken, of scherpe randen hebben, of heel voorzichtig behandeld moeten worden.
In het algemeen ben je tegen de tijd dat je Echt wordt,
meestal kaalgeknuffeld,
en je ogen zijn eruit gevallen en je poten bengelen erbij en je ziet er haveloos uit.
Maar dat geeft allemaal niets, want als je eenmaal Echt bent,
ben je niet lelijk meer, behalve voor mensen die het niet begrijpen.’
Het Konijn zuchtte.
Hij verlangde ernaar om Echt te worden en te weten te komen hoe je je dan voelde.
En toch was het een nogal verdrietige gedachte dat hij eerst kaal zou worden
en zijn ogen en zijn snorharen kwijtraken.
Hij wilde maar dat hij Echt kon worden zonder dat al die vervelende dingen met hem zouden gebeuren.

‘Het fluwelen Konijn’
(of ’hoe speelgoed Echt wordt’)
Margery Williams
uitg. Bruna, Utrecht, 1973

 

 

Wat je ziet wanneer je om je heen kijkt 2

Ik ben met K. mee.
Hij werkt.
Met 600 collega ‘s,
van over de hele wereld,
om kennis met elkaar te delen.

De spouses mogen mee
dit keer.
Uiteraard is dát niet gratis.

 

De spousejes hebben zo hun eigen plek.
We ontbijten en lunchen apart

 

Ik ben vroeg.
Alles is nog netjes opgestapeld.

 

Oww deze zijn zó lekker.

 

Ik hou het gewoon bij een kop thee en yoghurt,

 

Na het ontbijt ga ik de omgeving verkennen.
K. is zich dan al druk aan het delen
door 600.

 

Het is een prima plek om mee naar toe te gaan
Hier kan ik me wel gedragen als een braaf spouseje.

 

Ik waag me even van het terrein af

 

en vind wonderbaarlijke dingen
langs het strand.

 

Vriendin M. weet het.
Ze worden de ballen van neptunus genoemd.

Het zijn de vezels van de waterplant
neptunusgras
die gemengd met zand
heen en weer rollen door de golven
en bruinachtige zachte ballen vormen.

Het ziet en voelt als wol die vervilt is.

 

 

 

Wat je ziet wanneer je neus richting de grond is 2

De autovloer van zoon R. die ons naar Schiphol brengt.

 

Haha
mijn hardloopschoenen
en mijn rolkoffer.
Dat geeft alweer iets van informatie.

 

K. gaat reizen.

 

En ik reis mee.

 

We hebben nogal een reis voor de boeg.

 

We beginnen  op Schiphol.

 

We boffen.
Wij hoeven niet lang in de rij te staan.

 

Het is een groot voordeel dat K. een frequent flyer is.

 
B

Mogen we snel langs alle rijen.

 

Lekker makkelijk.

 

We vliegen als eerste op Rome.

 

 

K. zit ergens ver naar voren.

 

Gelukkig heb ik alles zelf bij de hand.

 

Ik vermaak me wel

 

zo in mijn uppie.

 

Na 2 uur

 

moeten we eerst,
met de bus,
heel het vliegveld over.

 

Naar de volgende vlucht
van Cagliari.

 

Dit tripje duurt niet eens een uur.

 

Gauw naar

 

de bagage

 

en rennen naar de trein

 

Dan is het zoeken naar de bus.

 

Geen idee
waar ze die nou verstopt hebben.

 

Gevonden.
Het is nog een uurtje.

 

Pppffttt
we zijn er.

Maar waar?

Met mijn neus naar de grond
leer ik
hooguit
iets van mijn schoenen.
Helaas
niks over waar ik ben.

 

 

Hoe ik weer uit de olie kom?

Het waren bijzondere dagen hier op Tenerife.

 

Ik denk dat we bij elkaar 11 uur
op de bank hebben gelegen.

 

Liters kruidige olie,
zijn overal,
op onze lijven gesmeerd.

 

We hadden keurig
een soort papieren stringetje aan
om de plekjes te bedekken
die niet in de olie gingen.

 

Ik had een geweldige vrouw.
Eindeloos geduldig
ging ze op zoek
naar al mijn pijnplekken.

 

Ze heeft ze allemaal gevonden
aangeraakt
en waar mogelijk
laten verdwijnen.

 

Ik spreek geen Spaans en
zij 3 zinnetjes Engels:
– ola face up?
– ola face down?
– ola you oké?

 

Meer woorden waren er niet.
De rest deden we met onze ogen
zij met haar handen
en mijn lijf vertelde haar waar ze moest zijn.

 

De laatste dag was een knuffel
een zoen
en een ‘weerziens’
nos vemos de nuevo’
vanzelfsprekend.

 

Zou al dat opruimen hebben geholpen?

De eerstvolgende dag
en ‘dezelfde’ beauty,
schrok ik tóch weer
toen hij
nieuwsgierig zijn tongetje
naar mij
uitstak.

Ik wist het natuurlijk al.
Ik leer niet van mijn fouten.
Soms wordt ik gewoon niet wijzer.
Maar
dat geeft allemaal niets
wanneer
ik lekker in mijn vel zit.