Mijn moeder B. is in diepe rouw, hoe gaat zij verder zonder mijn vader J.

(De liefdevolle reacties op het overlijden van mijn vader J.)

Na het overlijden van mijn vader J.  
staat de wereld van mijn moeder B.
volledig op zijn kop.

(De rollator en de knop zijn niet gewenst maar noodzakelijk.)

70 Jaar hebben mijn vader J.
en mijn moeder B. een leven gedeeld.
Bijna een leven lang hebben zij elkaar
in evenwicht gehouden.

Mijn vader J. ondersteunde mijn moeder B.
onder haar arm
waardoor ze rechtop kon staan
lopen
haar evenwicht kon bewaren.

Na al die jaren is mijn vader J. vergroeid
naar de kant van mijn moeder B.

Vanwege haar handicap
was mijn vader J. mantelzorger
ergens in de laatste jaren
werd mijn moeder B. mantelzorgsters.

Mijn moeder B.
heeft tropenjaren geleefd.

(Ordening en opruimen zijn nu een onderdeel geworden van het dagelijks leven.)

De diepe rouw
het verlies
het besef dat een leven eindig is
de berusting dat het goed is zó 
strijden in haar hoofd en
in haar lichaam. 

De rouw heeft het leven
van mijn moeder B.
overgenomen.

(Opschrijven en de dingen blijven doen die je altijd deed zorgen voor ritme en regelmaat.)

Mijn moeder B. en mijn vader J.
waren zó lang samen 
waren zó verbonden 
dat er niet alleen iets fysieks
iets emotioneels 
maar ook iets chemisch verandert
in het lichaam van mijn moeder B.

De stresshormonen
hebben grote gevolgen
voor haar 90 jaar.

(Óók nu geeft de vijgenboom weer haar vruchten.)

Mijn moeder B. heeft nu
de vrije beschikking 
over al haar herinneringen
van de afgelopen 90 jaar
hun 70 jaar samen.

Ze kan bij iedere herinnering
willekeurig instappen
aansluiten
of overstappen 
waar ze herkenning ziet
in andere herinneringen.

Ik ken al de verhalen
al die aansluitingen
al die overstappen
ze zijn onderdeel van mijn leven
met mijn moeder B.

Het zijn de ijkpunten in mijn leven
ze hebben altijd houvast 
herkenning 
en geruststelling gebracht.

Uit hersenonderzoek weten we dat trauma’s kunnen leiden tot 
veranderingen in de hersenen. Als we schokkende gebeurtenissen
meemaken of ons bedreigd voelen, zenden we instinctief signalen
uit naar anderen om ons te hulp schieten. Maar als niemand te hulp
schiet of gevaar blijft dreigen, treden oudere hersengebieden
in werking: de emotionele hersenen, die uit de zoogdierhersenen en
de reptielenhersenen bestaan.
Dan blokkeert het talige deel van het brein en schakelen we over
op primitievere manieren van overleven: vechten, vluchten of verstijven.
Stresshormonen zijn de motor van die reacties. Bij getraumatiseerde
kinderen en volwassenen is de stressreactie chronisch geworden.
Daardoor raakt het alarmsysteem in de hersenen verkeerd afgesteld.

Bessel van der Kolk
Augeo Magazine
Ditty Eimers
5 september 2020

(Óók nu komen de vogels weer hun nootjes halen.)
Vanuit de Spiral Dynamics verkeren mensen die te maken hebben 
met extreme stress of in een shock verkeren, zich in de beige zone 
van het waardesysteem en is voeding en liefdevolle verzorging 
het allerbelangrijkste.
In deze laag heb je toegang tot subtiele zintuiglijke waarnemingen, 
een uniek gevoel voor tijd en ruimte en een sterke verbondenheid 
met de natuur.

Leida Schuringa, 
Op weg naar erkenning, 
Stichting Divers, 
Den Bosch, 2000 
(Óók nu geeft de jaarkalender van Kandinsky kleur aan de dag.)

Nu zoeft mijn moeder B.
in hoog tempo
door al haar herinneringen.

Ik volg haar
zo veel mogelijk
zo ver mogelijk.

(Óók dit jaar bloeien de ‘paarse potjes’ van ouwe oma.)

Mijn moeder B. is een knokker
al haar hele leven lang.

Samen doen we 
er alles aan
om handen
en voeten
aan haar rouw te geven.

Mijn moeder heeft de regie
geeft de route aan
ik volg…………….

We stoppen waar
we afdwalen
waar de intensiteit belastend wordt.

We ruimen op 
waar herinneringen
haar blokkeren
want
‘een opgeruimd huis
is een opgeruimd hoofd’!

We kiezen voor kleur

waar vervangen
moet worden.

Dierbare herinneringen
krijgen hun eigen plek
waar ze gekoesterd worden.

Zo ontstaat er een tijdlijn
waarlangs mijn moeder B.
de weg naar het heden
kan vinden.

Mijn broer, zus en ik
nemen over
waar de zorgen haar belasten
regelen waar haar regie
het af laat weten.

Mijn moeder B. zoekt naar 
een nieuw
fragiel evenwicht.

Wat is het temperament van mijn kind en hoe geef ik er richting aan?

Temperament
is een raar dingetje!

Iedereen heeft het
vroeg of laat
plopt het
altijd wel een keertje op.

Een volwassen temperament
is iets anders
dan een kinder temperament.

Een kinder temperament
reageert nog op

de temperatuur

de tijd van het jaar

de tijd van de dag

dat wat langskomt.

Kortom
het is er.

Als kind

geef je eraan toe

laat je het 
gebeuren.

Als volwassene
stuur ik
richt ik
kader ik
mijn temperament.

Als volwassene
leer ik mijn kinderen
hoe zij hun temperament
kunnen richten
sturen en
kaderen.

Dat is zo leuk met kinderen
je wordt er zelf
een leukere volwassene van
mits je natuurlijk
om kunt gaan 
met je eigen temperament.

Verdieping

Zo af en toe
zou ik dat temperament
van mijn kind
achter het behang willen plakken
of wegzetten op een plek
waar ik het eventjes niet zie.

Mijn oefening
als volwassenen
is mijn kind zijn temperament
te gunnen!

Mijn kind wil 
gerespecteerd worden in zijn
temperament
ongeacht zijn leeftijd
ongeacht zijn uitingsvorm.

Dat respect heeft mijn kind nodig
om te voelen
dat het er mag zijn
dat het oké is
dat ook zijn temperament er mag zijn.

Ik leer ik mijn kind
dat temperament iets is
dat komt
en weer gaat.

Ik leer mijn kind
hoe het zijn temperament 
kan ontladen
los kan laten.

Ik leer mijn kind 
dat ontspanning lucht geeft
en genezend werkt.

Zo zit er in tranen
van woede of verdriet
een bepaalde chemische stof
die als het in het lichaam
achterblijft zorgt
dat spanning  gevoeld blijft.

Wanneer ik 
het temperament van mijn kind
afwijs
op wil laten houden
negeer
dan
stapelt die chemische stof
zich op
en vindt het 
zonder controle een uitweg.

Ik geef mijn kind toestemming
om zijn temperament te voelen
het te mogen leven
het te uiten
passend bij leeftijd 
passend
bij normen en waarden
passend bij het moment 
passend bij de aanleiding
passend bij wat ikzelf
en mijn kind kan dragen.

Dan leert het
dat je temperament
een signaal is
van iets 
dat er iets aan de hand is.

Mijn kind confronteert
mij als ouder
voortdurend
met mijn eigen temperament
en hoe ik daarmee omga.

Het is mijn grootste opgave
tijd te nemen
om mijn eigen temperament
te mogen voelen
te onderzoeken
en te leren kennen.

Zo gun ik mijzelf
en mijn kind een kans
om je ‘temperament’ 
richting
en stuur te geven.

Mijn inspiraties zijn: 
Hanneke van Hasselt
Janusz Korczak
Rudolf Dreikurs
Het Theravada Boeddhisme.

Natuurlijke en Logische Gevolgen #oorzaakengevolg deel 1: Uit de strijd stappen

Na afloop van de persconferentie op 21 april 2020 stelde een journalist aan premier Rutte een heel boeiende vraag; ‘Al weken zegt u dat Nederland zich voorbeeldig gedraagt. En wat krijgen we ervoor terug?! Nog eens drie weken verlenging…Hoe rijmt u dat met elkaar?’

Tja dacht ik, dit gaat over beloning, een beloning voor het goede gedrag?

Wat gebeurt er wanneer ik mijn taart in de oven zet en hem vergeet? Het natuurlijke gevolg is dat mijn taart verbrandt.
Al van jongs af aan heb ik een weerstand tegen straffen en belonen. Straffen, en dat geldt ook voor belonen, is gebaseerd op macht en heeft alleen effect op korte termijn. Bij straf ligt de nadruk op mijn gedrag en niet op de consequenties ervan. Het legt de verantwoordelijkheid en de controle buiten mijzelf. Het enige waar ik misschien heel goed in ga worden, is het vermijden van situaties waarin ik gestraft kan worden of misschien heb ik juist die straf er wel voor over. Wanneer ik mijn straf heb gekregen voelt het als een soort betaling en kan ik het de volgende keer weer doen. Mijn ware zoektocht naar de kern van het niet geloven in straffen en belonen, maar naar denken en handelen in ‘oorzaak en gevolg’ begon toen mijn kinderen klein waren.

Wat kan ik doen als ik vind dat mijn kind niet gestraft hoeft te worden als het zich misdraagt en ook niet beloond als het goed gedrag laat zien?

Een van de zoons vergat iedere keer weer zijn sap en fruit mee naar school te nemen. Op het moment dat ik dat ontdekte, sprong ik op de fiets, bracht ik het onmiddellijk naar school en liet ik hem weten dat ik het gebracht had. Ik vertelde hem dat het niet handig was, dat ik ervoor op pad moest en dat het de les verstoorde. Ik hoopte hem op deze manier duidelijk te kunnen maken dat het me slecht uitkwam, omslachtig was en veel tijd kostte om hem iedere keer zijn sap en fruit na te brengen.

Meestal raakte zoonlief dan uit zijn humeur, reageerde een soort van nukkig en prompt vergat hij de volgende keer zijn sap en fruit weer. We zaten in een soort cirkeltje, een cirkeltje waar ik mijzelf vrijwillig in had gemanoeuvreerd door mijn ideeën over een goede moeder willen zijn. Ik kon het niet over mijn hart verkrijgen dat hij de enige in de klas was zonder fruit en sap. Ik had tijd en moeite gedaan om het klaar te maken en het idee dat de juf, en de andere ouders, er iets van zouden vinden hielden mij vast in het cirkeltje. Ik gaf mijn zoon de schuld, want als hij gewoon zijn sap en fruit meenam dan had ik al die gedachten en gevoelens niet. Probleem opgelost.

Wat is het natuurlijke gevolg als je je sap en fruit vergeet? Dat je in de klas niets te drinken of te eten hebt terwijl de andere kinderen hun sap drinken en hun fruit eten! Je hoort er niet bij en je krijgt honger. Om uit het cirkeltje stappen besloot ik niet langer verantwoordelijk te willen zijn voor het meenemen van zijn sap en fruit naar school. Wanneer hij het de volgende keer zou vergeten zou hij in de klas zitten zonder sap en fruit. Het zou geen nut hebben om daarover tegen mij te mopperen of boos op mij te worden. Het is tenslotte niet mijn probleem.

Zoonlief was het ondertussen natuurlijk zo gewend dat ik hem zijn sap en fruit achterna bracht dat de kans groot was dat hij gefrustreerd zou raken. Ik had hem eraan laten wennen dat hij zijn sap en fruit nagebracht kreeg. Dus werd het tijd om zoonlief op de hoogte brengen dat híj een probleem had en niet ík . Ik vertelde hem wat mijn plan was, hoe ik het ten uitvoer ging brengen en wat mijn antwoord zou zijn wanneer hij tegen de consequenties aanliep: ‘Wat vervelend dat je je sap en fruit vergeten bent.’ (Waar nodig zou ik school ook inschakelen, zodat niet iemand anders hem sap of fruit zou geven.) Vanaf dit punt mocht zoonlief zelf leren, ervaren en kiezen wat hij belangrijk vindt.

Wat doe ik wanneer ik geloof dat straffen en belonen eigenlijk alleen op korte termijn werkt en ik er zelf een lelijk mens van dreig te worden?

 Mijn grootste oefening is om mijn mond te houden, niet toe te geven aan mijn onwillekeurige beweging om hem zijn sap en fruit na te brengen. Ik zou mijzelf bevestigen dat ik júist een goede moeder zou zijn door hem zelf zijn verantwoording te laten nemen. De eerstvolgende keer zou ik het puntje van mijn tong afbijten en vooral niet zeggen dat het misschien een goede les voor hem is, want dat zou de consequentie onmiddellijk veranderen in een straf. Het gaat erom dat ik de woorden kies die het mijn kind duidelijk maken dat er een keuze is, een mogelijkheid om zijn problemen zelf op te pakken en dat hij niet iets moet omdat wij dat willen.

Het idee dat mijn kind honger zou lijden wanneer hij zijn sapje en fruit niet bij zich had, het idee dat ik geen goede moeder zou zijn wanneer ik er niet voor zou zorgen dat hij het kreeg, het idee dat hij het enige kind in de klas zou zijn zonder sap of fruit, zorgde ervoor dat ik mijn fietst pakte en de weg naar school voor de tweede keer aflegde. Stap voor stap moest ik dit voor mijzelf ontleden en beseffen dat het hooguit een onplezierig hongerig gevoel geeft waar hij de rest van de ochtend mee rond zou lopen, maar dat zijn lichaam daarvan geen schade zou ondervinden. Dat ongemak zou goed van pas komen om zoonlief ertoe te brengen er voortaan aan te denken zijn sap en fruit mee te nemen. Ik moest beseffen dat mijn ‘goede’ moederschap niet zou afhangen van het missen van zijn sap of fruit. Ik heb niet het recht de verantwoordelijkheid van mijn zoon op me te nemen en evenmin heb ik het recht de gevolgen van zijn daden voor mijn rekening te nemen. Die moeten hij zelf dragen.

Wat is gelijkwaardigheid? #oorzaakengevolg

Gelijkwaardigheid betekent niet dat we allemaal gelijk zijn aan elkaar,
betekent geen uniformiteit!
Gelijkwaardigheid betekent dat de mensen ondanks al hun persoonlijke
verschillen en kundigheden dezelfde aanspraken kunnen maken op
waardigheid en respect.

Kinderen dagen ons uit
Rudolf Dreikurs en Vicki Soltz
Het kind is in elke fase een volwaardig wezen en niet slechts 
een onaf mens, die nog niet alles kan.
Kinderen hebben het recht te zijn zoals ze zijn, het recht op de dag
van vandaag en het recht op hun eigen dood.

Het recht van het kind op respect
Janusz Korczak
Als ouders niet hardop hun eigen gevoelens en gedachten
delen met hun kinderen, terwijl ze die wel hebben
in de omgang, dan stappen ze uit de gelijkwaardigheid in de relatie.

vrije vertaling uit
Gewoon leven met ongewone handicaps
Hans Bom en Cor de Bode

Ik heb een eigenzinnig stukje 
dat komt ergens heel diep
vanuit mijzelf.

Wanneer ‘iets’
uit dat eigenzinnige stukje
omhoog borrelt
is het niet te stuiten
gaat meestal gepaard met
veel heftigheid en gedrevenheid.

Dat eigenzinnige stukje
heeft eigenlijk geen omschrijving
het omvat alles.

Het wordt geactiveerd door
een geur
een kleur
iets dat ik lees
een gevoel
iets dat ik hoor
proef
of door iets dat ik bedenk.

In de loop der jaren
ben ik handig geworden
om dat stukje ‘iets’
dat naar boven borrelt
woorden te geven.

Ik laat het als het ware
langs mijn hoofd
mijn denken gaan
zoek naar verbanden
geef het woorden.

Wanneer ik
voor wat daar diep binnen
in me borrelt 
een omschrijving geef
klinkt het als

– Gelijkwaardigheid
– Respect
– Eigenwaarde.

Vanuit gelijkwaardigheid
benader ik de wereld
mijn leven
met anderen
de kinderen waar ik een
opvoedingsverantwoordelijkheid voor heb.

Vanuit dat ‘iets’
aan mijn binnenkant
respecteer ik
de eigenheid
van de ander
de gelijkwaardigheid 
naar elkaar.

En wanneer iets
mijn gevoel van rechtvaardigheid raakt?

K. zegt altijd :
‘Stop er een kwartje in
dan komt er voor twee euro vijftig uit.’

Vooral bij dat gelijkwaardig
heb ik een beeld
van een kilo lood
en een kilo veren
op een weegschaal.

Beiden hebben
hetzelfde gewicht
maar een compleet andere
vorm
materie
samenstelling.

Wat wanneer je blaast?
Het in de lucht gooit?
Of het een schop geeft?

Hoe geloofwaardig is straffen en belonen? #oorzaakengevolg

Zolang als ik me kan 
herinneren
heb ik iets met 
straffen en belonen
eigenlijk
iets TEGEN 
straffen en belonen.

Met eenzelfde felheid
en heftigheid
heb ik iets tegen
‘leren van je fouten’.

Voor mijn idee leer ik
NIKS door straffen
of belonen.
Leren van mijn fouten
zit er bij mij  sowieso
niet in.

Ik leer
wanneer ik weet hoe
‘oorzaak en gevolg’
werkt.

Wanneer ik 
mijn verantwoording neem
de gevolgen 
de consequenties
van mijn daden 
acties
of gedrag
ervaar
zie
besef
is dat een eerlijke 
realistische
leerzame situatie voor mij.

Wanneer aan de gevolgen
geen straf of beloning
wordt verbonden
wanneer ik mijzelf
om een gevolg 
niet straf
of beloon

is er ruimte
om naar de situatie te kijken
overwegingen te maken
te kiezen
verantwoordelijkheid te nemen
zodat mijn inzicht
en wijsheid groeit.

Bij mijn kinderen merkte ik
net als bij de tweeling
hoe snel ze inzien
dat ‘oorzaak en gevolg’ 
rechtvaardig is.

Soms is er geen natuurlijk gevolg
moeten we wachten
tot een nieuwe mogelijkheid
zich voordoet.

Soms kan ik het probleem
oplossen
door het met de kinderen
te bespreken
te zien wat ze zelf in te brengen hebben.

Ik leer mijn kind  
wat een gevolg 
kan zijn van zijn gedrag.

Wanneer ik
als ouder of
opvoedingverantwoordelijke
met mijn kind
in een machtsstrijd gewikkeld ben
ben ik geneigd logische gevolgen
als straf te gebruiken
waardoor het effect verloren gaat.

Ik hou mijzelf constant voor ogen:
‘Ik heb niet het recht iemand te straffen
ik heb de plicht te vertellen
wat reële consequenties zijn.

Ik heb niet het recht om mijn kind
mijn wil op te leggen
maar ik ben ook niet verplicht
toe te geven
of mee te bewegen met 
de nukken en onrechtvaardigheden
van mijn kind.

Zo had één van de zoons
geen zin om mee te eten
met de rest van het gezin
aan tafel
hij regelde zijn eten zelf wel.

Het cirkeltje was compleet
niet willen eten aan tafel
de ongezelligheid van zijn gedrag
honger op vreemde tijdstippen
de behoefte om te snoepen
er was geen gesprek over te voeren.

Tot we overgingen op
oorzaak en gevolg.

Zoonlief hoefde niet
met ons aan tafel te eten
wanneer hij dat niet wilde.

Maar aangezien we met elkaar
aan tafel aten 
wij de gezelligheid een 
belangrijk onderdeel vonden
van de maaltijd
kon hij er niet bij te zitten
wanneer hij niet met ons
wilde eten.

Vanaf dat punt was hij niet
betrokken bij onze maaltijden
at niet mee aan tafel.

Een halve week scharrelde zoonlief
zijn eigen kostje bij elkaar
op het tijdstip dat hij dat wilde.

Op een middag kondigde hij aan
dat hij gewoon weer aan tafel
mee wilde eten.

Voor de avondmaaltijd 
hadden we niet op hem gerekend
maar hij was van harte welkom
de volgende ochtend 
aan het ontbijt.

Zonder mokken of morren
scharrelde hij nog één keer
zijn maaltje bij elkaar
en schoof de volgende ochtend
met de rest aan tafel.

Hij vertelde dat het
omslachtig was
om zelf eten je eten bij elkaar
te moeten scharrelen
het erg ongezellig is om
alleen te eten.

Hoe boeddhistische zou je mijn opvoeding kunnen noemen?

De rolverdeling
hier in huis is
dat K. boeddhist is
de Suta’s leest
Pāli leert
Dhamma-talks doet
mediteert
en een stichting opzet.

Ik ben van de 
praktische invulling
over het boeddhisme
het maken van plogjes
met uitleg
de vertaling
naar alledaagse dag.

Onderwerpen
die me al jaren
dicht aan het hart liggen
zijn kinderen
en opvoeding.

Bij mijn recente
zoektocht
naar boeddhistisch opvoeden
kom ik bij

het boeddhaforum.nl
waar de nadruk ligt
op de ontspannen leefstijl
van de ouder.

Ouders van nu
geeft 10 tips
om als ouder
zelf rust te hebben.

Op boeddhakids 
ligt de nadruk
om als ouder
een voorbeeld te zijn
samen te mediteren
je kinderen leren
‘medegevoel’ te hebben.

Alhoewel de opvoeding
van de drie zoons
alweer een tijdje geleden is
put ik nog regelmatig 
uit die ervaringen
voor de tweeling.

De vijf voorschriften
van het boeddhisme

1. vermijd te doden en handel met respect naar alle vormen van leven
2. vermijd te stelen, te nemen van wat niet van jou is of hebzuchtig te zijn
3. vermijd ongeoorloofd seksueel gedrag
4. vermijd te liegen, te roddelen, harde en grove woorden en onzinnig gepraat
5. vermijd bedwelmende middelen en onopmerkzaam gedrag

laat zich
wat mij betreft
prima vertalen
naar mijn leef-
en opvoedstijl.

Regel 3 en 5 zijn
voor mij
onderwerpen
die van en voor
de volwassenen zijn
waarbij je het
je kinderen
voorleeft
en stapsgewijs
bespreekbaar maakt.

Regel 1
was en is
in ons vegetarisch
duurzaam leven
een regelmatig onderwerp 
van gesprek.

Waarbij ik graag
de toespraak
van Chief Seattle 
‘hoe kun je de lucht bezitten’
als ijkpunt heb.

Wat er gebeurt met de aarde
gebeurt met de kinderen
van de aarde.
Als een man op
de grond spuwt
spuwt hij op zichzelf.
Alles hangt met alles samen.

Regel 2 
is verankerd in mijn 
christelijke opvoeding
en het Nederlandse
rechtssysteem.

Regel 4
gaf de meeste uitdaging.

Zolang ik me kan herinneren
heb ik een aversie
tegen straffen en belonen
ben ik een groot voorstander
van ‘oorzaak en gevolg’
en ‘geweldloos verzet’
wat
naar nu blijkt
perfect aansluit bij
het boeddhisme.

Jaren geleden
kreeg ik het boek 
‘kinderen dagen ons uit’
van Rudolf Dreikurs en Vicky Soltz
in handen
over een democratisch
opvoedingsmodel
gebaseerd op gelijkwaardigheid
en wederzijds respect
tussen ouders en kinderen.

Gelijkwaardigheid betekent niet 
dat we allemaal gelijk aan elkaar zijn
betekent geen uniformiteit!
Gelijkwaardigheid betekent
dat de mensen ondanks al
hun persoonlijke verschillen
en kundigheden dezelfde
aanspraken kunnen maken
op waardigheid en respect.

Met name bij
hoofdstuk 5
‘de bedrieglijkheid van straffen en belonen’ 
en hoofdstuk 6
‘oorzaak en natuurlijke logische gevolgen’
een manier
om uit de machtsstrijd
te blijven met  mijn kinderen
vielen er alleen 
maar kwartjes.

Beide hoofdstukken
vormden voor mij
de basis om
liegen
roddelen
harde en grove woorden
en onzinnig gepraat
uit te bannen.

Natuurlijke gevolgen 
komen tot stand onder druk
van de werkelijkheid
zonder dat ouders
op een bepaalde manier
ingrijpen
ze zijn altijd doeltreffend.
Naast natuurlijke gevolgen
kunnen er ook
afgesproken gevolgen zijn
die gebaseerd zijn op 
feiten en realiteit.
Kinderen zien heel snel in 
dat logische gevolgen rechtvaardig zijn
en gewoonlijk accepteren ze
deze gang van zaken zonder protest. 

Zo ook de drie zoons
en de tweeling.

En toen, toen zaten we in een 'middenfase' (liminaliteit) een transitie naar een nieuw tijdperk, het na-corona-tijdperk.

Zoals Art Rooijakkers
het zó mooi aankondigt
in zijn podcast
‘De Eeuw van mijn Dochters’.

We leven niet in een tijdperk van verandering
maar in een verandering van tijdperk.

We zitten door het corona-virus
in een transitie-moment
een moment
tussen 
twee tijdperken in.

Het weer
het water
en de noordoosten wind
sluiten perfect aan  
bij mijn gevoel  van het moment.

Mijn dierbare (oud) collega S.
noemt het moment
waarin we nu leven
de fase van ‘liminaliteit’.

Zij beschrijft het als
een trapeze danser
die de ene trapeze loslaat
reikt naar de andere
en even
in het luchtledige hangt.

S. zegt dat het belangrijk is
om deze fase
vrijwillig te betreden
er doorheen te gaan.

En
alhoewel
het corona-virus
mij dwingt
kan ik deze fase 
wel benutten
mijn creativiteit aanspreken
er mijn eigen vorm aan geven.

Ik heb veel gelezen
over liminaliteit
me in erin verdiept
voor het project BOR.

We boden ouders
bij BOR een tussenfase
om van strijdende ex-partners
naar samenwerkende ouders
te komen.

Er  zijn meer
‘overgangsfases’ 
geweest in mijn leven.

Sommige waren me bekend
voorspelbaar
of 
onvermijdelijk.

Rituelen hebben mij
iedere keer weer geholpen
om het behapbaar
tastbaar
werkbaar te maken.

Mijn plogjes
fotoverhalen
zijn mijn houvast
mijn ritueel naar 
een nieuw tijdperk.

Eén ding
is voor mij zoveel
als zeker.

Ik neem mijzelf
altijd mee
bij iedere transitie.

Het is voor mij
het moment
om te investeren in mijzelf
de wereld
en in de mensen die 
belangrijk voor mij zijn.

De omstandigheden
dwingen me om bij mijzelf
te beginnen
maar niemand dwingt mij
om het alleen bij mijzelf te houden.

Ondanks de beperkingen 
van de maatregelen van het corona-virus
kan ik iedere dag
een stapje méér doen
door iets te betekenen
voor een ander.

Een ပူဖောင်းလေယာဉ်ခရီးစဉ် over de tempelvlakte van Bagan (onze laatste ochtend in Myanmar)

Het is nog donker
wanneer we 
opgehaald worden
met de bus om over
hobbelige
bobbelige
zanderige
wegen 

op het terrein
te komen
waar
onze ballon ligt
te wachten.

We krijgen
een veiligheidsbriefing

van onze ervaren piloot.

Na een wandeling

om de ballon

zijn we

vliegklaar.

De wereld onder ons

wordt kleiner

kleiner

en we zweven 

over de tempels

van Bagan.

We zien de zon

opkomen.

Ik voel me kleiner

nederiger

en dankbaar

worden.

Het overzicht

dat ik krijg
gaat verder
dan alleen
deze ballonvaart

Het zorgt dat ik 
relativeer
overzie
en me vooral
heel 
kwetsbaar voel.

Met een harde landing

schuren we over het strand
valt de mand op zijn kant
komen we met een klap
terug in de wereld.

Ik realiseer me
na zwevend 
over al die oudheid
in de afhankelijkheid 
van de wind
er weinig anders
overblijft

dan mijn gedachten

over de realiteit

van mijn leven
en wat er werkelijk
toe doet.

Op tempeltocht in Bagan met een wel heel bijzonder afsluitend bezoek

Zoals iedere ochtend
de afgelopen dagen
rijden we op 
onze elektrische fiets
drinken we koffie

bij Date.

Vandaag is het de dag
dat de nonnen
hun ronde maken
overal staan bowlen
met rijst.

We gaan op pad

om nog minstens

50 

van de 3000

tempels van Bagan

te bezoeken.

Gelukkig staan ze 
redelijk
dicht bij elkaar.

De mooiste
en belangrijkste
tempel

is de Ananda tempel
met 4 prachtige 
beelden van boeddha.

Een klein stukje
verderop zit het
vegetarisch
restaurant
Moon

waar we lunchen.

Ons laatste bezoek
is aan 
abt Thatbyinnyu Sayadaw.

De familie van W.
al heel lang
verbonden met het klooster.

De abt is 87 jaar
en na diverse
hersenbloedingen
een fragiele
en kwetsbare man
die ons met heldere
en scherpe ogen
aankijkt.

Om K. en W.
waardig te 
kunnen begroeten
wil hij naar
zijn rolstoel
worden gedragen.

Het is duidelijk
dat hij en W.  
een band hebben
die al lang meegaat

W. vertaalt
de woorden
die de monnik
tegen K. spreekt.

Zijn ogen stralen
wanneer hij K.
vertelt dat hij K.
vanaf binnenkomst
herkent.

De herkenning is
wederzijds.
K. zijn ogen
stralen ook.

Na onze donaties
wordt ons
iets te eten
aangeboden.

Wanneer we 
vertrekken 
straalt hij 
vanuit zijn rolstoel
liefdevolle vriendelijkheid uit
wenst ons een goede
gezondheid
en een vreedzame geest.