Over grenzen en de maatjes van Match

Mijn voeten

Kijk hier loop ik warm voor.
Hier trek ik mijn stoute schoenen voor aan.

Ik loop bijna
naast mijn schoenen
van trots.

Tien eerste jaars studenten
Toegepaste Psychologie
die tijdens hun stage
op pad gaan als maatje
van een kind of jongeren bij Match.

Ze hebben
kennis gemaakt.

Na de eerste klik
is er nu de zoektocht
hoe ze het met elkaar
leuk kunnen hebben.

Dit zijn de voeten van V.
Zij is het maatje van A.

Alle maatjes van Match
krijgen een voorbereidende training.

De maatjes worden persoonlijk begeleid
en er zijn gezamenlijke bijeenkomsten.

Dit zijn de voeten J.
Hij is maatje van J.

Tijdens die gezamenlijk bijeenkomsten
praten we over onderwerpen
waar de maatjes tegenaan lopen.

Dit zijn de voeten van F.
Zij is het maatje van J.

Zoals de bijeenkomst
die gaat over
-grenzen-.

Een belangrijk thema bij Match.
We hebben namelijk verschillende grenzen.
De grenzen van jezelf
die van de ander
die van Match
die Humanitas
én de maatschappelijke grenzen.

Met allemaal heb je rekening te houden.

Dit zijn de voeten van Z.
Zij is het maatje van J.

Het belangrijkste bij grenzen is
dat ze onvermijdelijk zijn.

In ieder contact of
relatie
loop je er gegarandeerd
tegenaan.

Het meeste lost zich
vanzelf op
of vindt zijn weg
wel in de relatie.

Dit zijn de voeten van C.
Hij is het maatje van T.

Grenzen zijn er
om je te beschermen.

Ze bieden duidelijkheid
je kunt je
er achter verschuilen
je erop afstemmen
elkaar er op aanspreken.

Zonder grenzen
zou het een zooitje worden.

Dit zijn de voeten van C.
Zij is het maatje van de tweeling N. en I.

Wanneer iemand vrijwilliger of stagiaire
wil worden bij Match
zoek ik altijd
even
de grens op.

Als check
hoe iemand reageert
op grenzen
maar in dit geval
ook
omdat het een belangrijke vraag is
in het werken met kinderen
en jongeren.

Aan iedereen stel ik de vraag:
‘vind je kinderen seksueel aantrekkelijk?’

Hij voelt
gegarandeerd
voor iedereen
(ook voor mijzelf)
als grensoverschrijdend.

Ik leg uit
waarom ik deze vraag stel.
We gaan erover
in gesprek.

Niet het antwoord
is daarin het belangrijkste
maar het gesprek erover.

Voor Match mag ik die vraag stellen
Wanneer ik hem zou stellen
als Maria
zou het een onfatsoenlijke vraag zijn.

Zo zit dat met grenzen.
Ze vragen soms wat uitleg.

Dit zijn de voeten van L.
Zij is het maatje van L.

Wanneer iemand over je grens gaat
kan praten soms helpen.

De ander kan dan begrijpen
wat jou raakt
wat het met je doet
waarom het onaangenaam is.

Wanneer praten niet lukt
zijn er nog andere mogelijkheden
om je grenzen aan te geven:

  • je kunt fysiek een andere houding aannemen
    of een stap achteruit doen
  • een stilte laten vallen en wachten
  • het de ander ongemakkelijk maken
    door juist een stap naar de ander toe te doen
  • een goede voorbereiding door van te voren te bedenken
    wat je wel en wat je niet wilt
  • met een monotone stem
    standaardzinnetjes herhalen
  • stap ‘opzij blok’ te doen
  • een wit hondje in te brengen
  • spreken vanuit een maatschappelijke stem
Dit zijn de voeten van J.
Zij is het maatje van A.

We hebben een regel bij Match
over hoe we omgaan met
persoonlijke vragen die de vrijwilligers
en stagiaires soms krijgen.

De regel is:
‘dat je alleen persoonlijke informatie
deelt die nut heeft voor je maatjescontact’.

Sommige informatie of te veel informatie
kan de kinderen belasten
en dan kom je over de grens van de kinderen.

Dit zijn de voeten van M.
Zij is het maatje van S.

Hoe herken je je eigen grenzen
en die van de ander?
Wat gebeurt er in je lijf
en in je hoofd
wanneer jij over jouw grens gaat?
Wanneer een ander over jouw grens gaat?
Wat zie je bij een ander
wanneer je over zijn/haar grens gaat?
Je krijgt:

  • het warmer
  • een rood hoofd
  • je begint te stotteren
  • een misselijk gevoel
  • giechelen
  • rare tintelingen over je lijf
  • allerlei gesprekken in je hoofd
  • verwijten naar jezelf
  • stoom uit je oren
  • of je valt stil.

Het lijken op de symptomen
van de vecht of vluchtreactie.

Dit zijn de voeten van M.
Zij is het maatje van V.

Over je eigen grenzen gaan
of
over de grens van een ander gaan
doet gewoon veel.

Belangrijk is
dat je het herkent
bij jezelf
bij de ander.

De vraag is dan:
‘hoe ga je er mee om?’

Respectvol
naar jezelf
naar de ander.
Dat vraagt wat denkwerk,
geduld en
empathie.
En dat is het onderwerp voor
een gezamenlijke bijeenkomst.

Ja, ik luister naar de toekomst

Heb je de nieuwe reclame van Sire al gezien?
Ik wel.
Ik vind hem speciaal
en ja
ik
luister naar de toekomst!

Van de week hebben mijn collega M.
en ik eindeloos kunnen genieten
van de training
van nieuwe vrijwillgers
en stagiaires.

Het was een volle bak.
De stagiaires zijn allemaal
van de Generatie Z.
Ze worden een maatje
voor een kind of jongere.
Ze worden stevig getraind.

Ik ga onze stagiaires vertellen
dat ze niet leren van hun fouten.
Je maakt gewoon fouten.
We leren
van wat er goed gaat.

Thuis hebben K. en ik
een discussie
al een paar dagen.

Mijn overtuiging is
dat ik niet leer van mijn fouten.
Gewoon NIET!

K. en ik zijn het hélemaal eens
samen
maar we spreken
net even vanuit een andere hoek.
Hij werkt bij een hightech en innovatief bedrijf
dat disruptie en innovatie
hoog in het vaandel heeft staan.

De hoogste baas van het bedrijf
vind dat een dag
dat er géén fout is gemaakt
een dag
dat er niet gewerkt is.

Helemaal mee eens
maar fouten maken is iets
anders dan leren.

Marc Lammers weet haarfijn te vertellen
wat er gebeurt wanneer je werkt
aan je fouten.

Om fouten te kunnen herkennen
heb je natuurlijk wel een fundament nodig.
En soort checklijstje.

 

Tijdens de training
vertel ik altijd over mijn huis.
Dat we wonen op een plek
waar land opgespoten is.

 

Waar eerst water was
en nu land.

 

Op dat zand
komt de fundering.

 

En dat wanneer
het huis er staat
het gaat om het wonen in het huis.

 

Wanneer je dan in dat huis woont
is dat fundament
helemaal niet belangrijk meer.
Soms vergeet je dat fundament
gewoon.
Je geniet van het huis,
hoe je er woont
welke spullen je hebt aangeschaft.
Wat je uitzicht is
en wat de seizoenen doen met je huis.

Zo is het ook met de training van Match.
We vertellen wat
de kracht is van het maatjes zijn.
Wat het aller aller belangrijkste is:

  • de wederzijdse toezegging om maatje van elkaar te zijn
  • het proces dat je samen aangaat in het kennismaken met elkaar, de stabiele middenfase en de afronding
  • het maken van afspraken met elkaar en daar een regelmaat van maken.

En dan,
dan gaan ze op pad
en mogen ze het vergeten
dat van dat fundament.

Ze gaan gewoon leuke dingen doen
met hun maatje.

Heel dat fundament
zit wel in hun achterhoofd
en heeft ze natuurlijk wel
opmerkzaam gemaakt.

Daar maken ze dan een verslagje van
een ‘opmerkzaamheidsverslag’:

  • wat viel je vandaag op in je contact met je maatje
  • in hoeverre was er vandaag iets anders dan je vorige contact
  • wat neem je voor jezelf mee de volgende keer.

Zo weten wij wat ze met hun maatje
én dat fundament doen.

 

Fundamenteel is niet hetzelfde als belangrijk (2)

Mag ik jullie even voorstellen
aan onze nieuwste groep met vrijwilligers en stagiaires.
Ze worden maatje voor een kind bij het programma Match
van Humanitas Almere.
Ze zijn van alle leeftijden,
zo ergens tussen de 20 en de 70 jaar.

Vier keer per jaar trainen we
nieuwe vrijwilligers en stagiaires.
4 Dagdelen.

Bij Humanitas zijn we trots
dat alle vrijwilligers
getraind
aan hun vrijwilligerswerk beginnen.

Mijn excuses dat de foto
een beetje vaag is.
Ik heb hem vaag gemaakt.
want
bij Match
willen we niet dat de kinderen in beeld komen.
Zijn we nogal alert op.

Geen kinderen.
Dan ook geen vrijwilligers/stagiaires.
Vandaar.

Tijdens de training vertel ik altijd
dat we vrijwilligers en stagiaires geen nieuwe dingen gaan leren.
Iedereen neemt zijn eigen bagage, kennis en kunde mee
ongeacht zijn leeftijd, opleiding en achtergrond.

Dat is voor mij een fundamenteel gegeven.
Tja fundamenteel,
Daar heb is het laatste woord nog niet over gezegd.

Ik heb ik er het toch nog even over gehad met K..
Die wist het mooi samen te vatten in 3 regels:

  • Wanneer je fundamenteel weghaalt kan er geen belangrijk bestaan.
  • Het belangrijke maakt gebruik van het fundamentele.
  • Groei betekent dat het belangrijke van vandaag het fundamentele van morgen wordt.

Wanneer je dit over de volgende stelling heen legt wordt het misschien iets helderder:

  • Zuurstof is fundamenteel maar niet belangrijk
    je beseft het pas op het moment dat je,
    om welke reden dan ook,
    het niet of niet voldoende ter beschikking hebt.
  • Moeder aarde is fundamenteel maar niet belangrijk,
    we zijn niet dagelijks bezig hoe we er afhankelijk van zijn
    tenzij we geconfronteerd worden met storm, regen en aardbevingen.
  • Respect is fundamenteel maar niet belangrijk,
    respect kleurt alles wat je doet ten aanzien van het leven
    pas wanneer je achteloos, zonder waarde of gedachteloos behandeld wordt
    realiseer je je wat respect is.

Bij Match hebben we fundamentele quotes
die we vrijwilligers en stagiaires meegeven:

  • Ieder mens heeft recht op zijn eigen problemen en inzichten.
  • Ieder mens wil leren en groeien ongeacht zijn belemmeringen.
  • Iedere ouder doet zijn best om een goede ouder te zijn.

Als vrijwilliger/stagiaire moet je niet de problemen van de ander op te willen lossen,
de ander er op wijzen wat zijn fouten zijn
of vertellen waar hij in gebreke blijft.

Als vrijwilliger/stagiaire bij Humanitas ben je aanwezig
verbind je je voor een kort moment aan de ander
vanuit gelijkwaardigheid en respect.
In het besef dat ieder mens de regie over zijn eigen mag hebben
en je niet alles voor een ander op kunt lossen.
Gewoon aanwezig durven zijn
is al hard werken genoeg.

 

Deze zonnebloem laat mooi zien wat het principe is van
‘fundamenteel is niet hetzelfde als belangrijk’.

Hier móet namelijk iets fundamenteels aanwezig zijn
anders zou deze zonnebloem eenvoudig weg niet tot groei of bloei komen.

Wij zien alléén het belangrijke:
‘de bloei van deze prachtige zonnebloem’.

Wat zou hier het fundamentele zijn?

Fundamenteel is niet hetzelfde als belangrijk

Na een aantal jaren Home-Start, Match en  BOR ben ik weer,
sinds een paar maanden,
terug bij Match.

Het maatjesproject voor jongeren van 4 tot 24 jaar van Humanitas in Almere.
Het is vertrouwd om weer coördinator te zijn bij Match. 

 

Ik word altijd blij van vrijwilligers
en van kinderen.

Ik werk 17 jaar voor de Vereniging Humanitas.
De waarden van Humanitas zijn een fundamenteel gegeven.
Niet alleen voor mijn werk
maar ook voor mijn persoonlijk leven.

 

Voor mij zit de kracht,
in het werken met ouders, kinderen en vrijwilligers,

 

in de aandacht

 

die naar het kleine en het positieve gaat.
Naar dát wat er goed gaat.

Ook wanneer het even tegen zit,
wanneer er drama is dat een leven lang meegaat
of een lijden dat ik niet begrijp.

Bij veel van de kinderen
en ouders bij Match
gaat het soms gewoon niet goed.
Er is onmacht, onkunde of onmogelijkheid.

Wanneer dan de aandacht naar
dat kleine, dat hoopvolle en het positieve gaat
veranderd er iets.
Het betekent niet
dat alles beter zal gaan worden of het ineens leuker wordt.
Het betekent wel
dat er hoop, verwachting en er de mogelijkheid tot verandering is.

Humanitas zorgt voor het fundament.
Vrijwilligers zijn belangrijk.

 

‘fundamenteel betekent niet hetzelfde als belangrijk’.

Het heeft even geduurd
voor ik het concept van fundamenteel en belangrijk in de gaten had.
Ik heb er van K. over geleerd.
We hebben het er vaak over.

 

Fundamenteel kan soms heel alleen of eenzaam voelen.
Wanneer het als resultaat terugkomt in je handelen is het belangrijk.

 

Het werd mij pas helder en duidelijk bij de bouw van ons huis.

Het zit zo:
De fundering van ons huis is fundamenteel
maar niet meer belangrijk nu we er wonen.

Zonder fundering heeft ons huis geen basis, geen stevigheid en geen draagvlak.
Sinds we in ons huis wonen denk ik niet meer aan de fundering.
Nooit meer eigenlijk.
Alleen vandaag denk ik er weer eventjes aan.

Ik ben nu voornamelijk bezig met het wonen, het onderhouden en genieten van ons huis.
Dat is gewoon belangrijk.

Iedereen van ons hofje heeft dezelfde fundering.
Vanuit dezelfde noodzakelijkheid van basis, stevigheid en draagvlak.
De huizen die we, op die fundering, gebouwd hebben zijn allemaal verschillend.
Ze verschillen in bouw, in inrichting en hoe ze worden onderhouden.
Ieder naar zijn eigen smaak, idee en mogelijkheid.
En iedereen,
iedereen vind zijn eigen huis uniek.
Iedereen vind zijn eigen huis belangrijk.
En dat is natuurlijk ook zo.

Zo beschouw ik de opvoeding van onze drie zoons ook als fundamenteel
maar niet meer belangrijk nu ze hun eigen leven leiden.
Alle drie maken ze hun eigen keuzes, hebben hun eigen ideeën en geven ze een eigen invulling aan hun leven.
Ook verschillen ze erg van elkaar.
Op sommige vlakken begrijp ik die invulling van hun leven niet.
Zie ik ook geen herkenning.

Bij alle drie herken ik wel hun fundament.
Het fundament dat ik ze mee heb gegeven.

Fundamentele zaken zijn, voor mij, het makkelijkst weer te geven in quotes:
– ieder mens heeft recht op zijn eigen problemen en inzichten
– ieder mens wil leren en groeien ongeacht zijn belemmeringen
– je hoeft mensen niet te vertellen wat ze zelf weten

Ten aanzien van mijn zoons helpt het mij om me niet te bemoeien met hun leven.
Hen niet ‘mijn’ belangrijk op te dringen.
Bij Match helpt het mij om weg te blijven bij datgene wat ik niet kan veranderen.
Durf ik aanwezig te zijn en begripvol voor wat niet goed gaat.

Fundamenteel is vaak niet zichtbaar.
Dat is soms wel eens jammer.

Waarin ben jij fundamenteel?

 

 

 

 

 

Ik ben van het ‘Geweldloos Verzet’ en eindeloos positief.

Stiekem ben ik een beetje jaloers op Elja. Zij kan voor haar werk gewoon zeggen dat ze iets haat of shit vindt.

Dan zou ik gewoon in dit plogje kunnen zeggen: ‘ik haat het dat ouders bij BOR………’. Iedereen snapt wel dat ouders in vechtscheidingen niet de gezelligste zijn. En al helemaal niet wanneer ze door de rechter gestuurd worden.

Er is ook een stukje in mij dat zo denkt. Een klein stukje. Ik check regelmatig of het nog klein is. Voor de rest besteed ik er niet al te veel aandacht aan, want alles waar je aandacht aan besteedt, groeit.

Van die gedachte maken we handig gebruik bij BOR. We zoeken altijd naar het positieve. We zijn bij BOR ook altijd een beetje van het provocatieve en gaan met warmte en humor om met de situatie.

En dan verandert er niet zo heel veel hoor. De ouders bij BOR blijven soms gewoon strijden. Want eigenlijk zijn vechtende gescheiden ouders heel voorspelbaar en saai. En dat is heel handig om te weten. Als BOR worden we dan ook een beetje saai en voorspelbaar. We gaan dan over op ‘Geweldloos Verzet’ van professor Haim Omer:

  • we doen niet mee aan de beschuldigingsdiscussies
  • we blijven met ‘niet oordelend taalgebruik’ buiten de strijd
  • we spreken op een positieve manier expliciet uit wat we verwachten
  • we blijven zonder discussie of oordeel aanwezig wanneer grenzen overtreden worden
  • we spreken waardering uit voor wat goed gaat.

Bij BOR heb ik kunnen oefenen en leren kijken we naar wat goed gaat. Waar je blij van wordt of wat je aangenaam treft. Dan blijft de rest gewoon bestaan maar daar ligt dan niet de focus op.

En dat stukje van mij dat al dat lelijke ziet, is gewoon mijn probleem.

Ik ga op zoek naar de complimenten.

 

Neem nou gistermorgen.

We wonen in een nieuwbouwwijk en de bestrating wordt nu aangelegd. Er is een stukje in mij dat van ordening, netheid en harmonie houdt. Daar word ik helemaal blij van.

 

Vanuit de ‘bijna’ gewoonte om te benoemen wat positief is, dacht ik ‘hé, laat ik die jongens nou eens bedanken voor hun werk’. Nadat ik enige moed had gevat, ben ik naar ze toe gestapt. Nadrukkelijk gaan staan, en een beetje gekucht tot ik de aandacht had:’ik wil jullie bedanken voor het aanleggen van de straat, dat het hier mooi wordt. Iedere ochtend, als ik langs loop maakt het me blij’.

De glazige blikken spraken boekdelen.

 

Bij BOR hebben we het wenskistje met spulletjes waar je blij van wordt.

 

We willen ouders en kinderen blij maken.

 

Wanneer je blij bent, kan je niet meer boos zijn. Behalve voor mensen die het niet willen (be)grijpen, die blijven boos.

 

 

 

Eigenlijk, eigenlijk zijn wij héél erg saai bij BOR.

En geloven we dat bij herhaling de spiegelneuronen aan het werk gaan.

 

Bij BOR staan de kinderen centraal.

 

We bieden ze een plek waar we regels en afspraken hebben.

 

Tuurlijk weten we dat dat ouders volwassenen zijn die het soms onhandig doen.

 

Soms lijkt het wel dat ouders een soort burnout verschijnselen krijgen wanneer ze te veel strijden.

 

Maar we geloven bij Humanitas ook heel sterk dat iedere ouder een goede ouder wil zijn.

 

Daarom roepen we héél vaak dat de kinderen kanjers zijn en zo veel meer ‘weten’ dan dat ze laten zien of zeggen.

Dus…………… blijven herhalen en worden we heel saai.

Vrij vertaald naar Reinalda Kerseboom.

Het symbool geeft als eerste antwoord.

Janco komt in mijn spelkamer omdat zijn ouders tamelijk recent zijn gescheiden. Iris komt op een ander tijdstip spelen omdat haar vader 2 jaar daarvoor plotseling is overleden.
Allebei de kinderen hebben psychische problemen. Ze slapen slecht, zijn huilerig en chagrijnig. Hebben geen plezier in school en kunnen zich niet goed concentreren.
Spelen helpt dan. In de spelkamer wordt anders gespeeld dan alleen thuis of met leeftijdsgenoten. De spelkamer is een plek waar je je verhaal mag doen met symbolisch of creatief materiaal en er is een volwassene die zo meespeelt dat het verhaal eerst gehoord wordt en vervolgens een andere wending kan krijgen.
Janco en Iris missen allebei hun vader.  Met Playmobil en ander speelgoed laten zij mij zien wat er in hun binnenwereld leeft. Daar zijn woorden soms handig bij, maar niet altijd nodig.

Janco was laaiend boos op zowel zijn vader als zijn moeder. In het echt kon hij met die boosheid geen kant op, bang als hij was ze allebei of een van beiden te kwetsen of kwijt te raken. Spelen gaf hem wel de mogelijkheid zich te uiten. Weken achtereen bouwde hij met allerlei spullen een stad. “Rampenstad” noemde hij het. In die stad reed een auto rond met een baby als chauffeur. Die baby kon natuurlijk nog niet goed autorijden en daarom gebeurden er allemaal rampen waar een vader en een moeder slachtoffer van werden. “Net goed”, zei Janco vaak.
Iris was vooral in de war en vond het moeilijk zichzelf weer toe te staan om blij te zijn. In het echt had ze het nooit meer over haar vader. Ze kon het woord papa zelfs niet meer uitspreken. Ze legde thuis zonder dat moeder het zag wel heel regelmatig iets moois neer bij zijn foto op het buffet. In de spelkamer kon ze er lange tijd maar niet toe komen te kiezen wat ze zou willen spelen. Maar op een goed moment koos ze voor het poppenhuis, dat ze inrichtte en waar een moeder met haar kinderen leefde.

Wat de levensverhalen van Janco en Iris gemeenschappelijk hebben is dat op een goed moment hun moeders weer verliefd werden. En dat ze een poos later allebei aan mij vroegen hoe ze dit hun kind het beste konden vertellen. Zowel de moeder van Janco als de moeder van Iris waren er van overtuigd dat ze de verliefdheid en de potentiële nieuwe partner voor hun kind verborgen hadden weten te houden. En dat hadden ze gedaan om hun kind niet verder in de war te brengen. “Je bent de eerste aan wie ik dit vertel”, zeiden ze. “Niemand weet het nog”.
Ze waren dan ook nogal verbaasd dat ik, via de symbooltaal van hun kinderen, allang op de hoogte was van die nieuwe man in hun leven.
In Janco’s spelverhaal was namelijk ineens een 2e vader (samen met de echte vader van de baby in de auto) aanwezig. Janco sloot ze samen ergens op met de mededeling: “zo laat die hier maar een poosje samen zitten, aan jullie heeft de baby ook niks”.
En in Iris haar poppenhuis verscheen ineens stilletjes en bijna verborgen een manfiguur. Ik ontdekte hem de eerste keer pas na afloop van de sessie tijdens het opruimen. Iris had die man op de bank neergezet. Hij was er alleen maar, als een soort baken of stille getuige, terwijl in het spel de moeder en de kinderen bij een foto samen treurden om een overledene. In de volgende sessies bleef die man op de bank zitten, maar hij was er steeds.

 

Het gaat maar gewoon over een rode schoen en een roze sok.

 

Dag vader met de rode schoen.

 

Dag moeder met de roze sok.

 

Dag stomme rode schoen.

 

Nee, dag stomme roze sok.

 

Nee, jij hebt pas een stomme rode schoen.

 

Nee, jij hebt pas een stomme roze sok.

 

Jij bent stom met die stomme rode schoen.

 

Nee, jij bent stom met die stomme roze sok.

 

Jij bent stom. Nee, jij bent stom.

 

Tjeetje jullie zijn stom. Het gaat om jullie kind.

Vrij vertaald naar:

Dag Papegaai, zei de Pinguïn.
Dag Papegaai, zei de Papegaai.
Nee, zei de Pinguïn, jij moet dag Pinguïn zeggen.
Nee, zei de Papegaai, jij moet dag Pinguïn zeggen.
Nee, zei de Pinguïn, ik ben een Pinguïn.
Nee, zei de Papegaai, ik ben een Pinguïn.
Jij bent een Papegaai, zei de Pinguïn.
Jij bent een Papegaai, zei de Papegaai.
Stomme Papegaai, zei de Pinguïn.
Stomme Pinguïn, zei de Papegaai.

Erik van Os

Alle ouders zijn ‘trots en blij met de geboorte’ van hun kind, maar ze zijn niet altijd blij met elkaar.

Alle vaders en moeders houden van hun kind wanneer het geboren wordt.

 

Alle stekeligheden van het leven worden even vergeten.

 

Ze zijn gewoon blij met hun kind.

 

Maar het kan gewoon gebeuren dat die rode schoen en die roze sok ineens weer belangrijk worden. Want nou ja vaders en moeders zijn ook gewoon mensen.

 

En wanneer dat té veel en té vaak gebeurt, lijkt het wel of ze in hun eigen glazen huisje gaan zitten. Ze vergeten dat ze een kind hebben waar ze van houden.

 

Als kind sta er je er dan ineens helemaal buiten. Zoiets als een klein lichtpuntje, maar wel op afstand.

 

Je kunt roepen wat je wilt maar je zit als het ware vastgeplakt aan de buitenkant van hun glazen huis. Ze zien je wel maar ze horen je niet.

 

En soms moet er gewoon iemand roepen: ‘STOP, kom uit je glazen huis. Kijk naar je kind. Jullie hoeven elkaar niet meer aardig te vinden of in één huis te wonen. In het bijzijn van je kind doe je de ‘koetjes en de kalfjes’en zorg je dat je het goed hebt.’

 

Bij Humanitas BOR roepen wij dat heel hard, maar eigenlijk vinden wij dat iedereen dat moet roepen.

Vrij vertaald naar:

Ideaalbeelden

Mensen hebben een beeld van hun ideale partner. Dit ideaalbeeld is hen opgedrongen door de maatschappij, door ouders, door de film, door verkeerde vrienden. Als er iemand voorbijloopt die toevallig op hun ideaalbeeld lijkt, dan projecteren mensen dat beeld zo groot over deze persoon heen, dat zij de echte persoon niet meer kunnen zien. Zij zien alleen hun eigen ideaalbeeld, dat kan lopen en praten en vrijen, en worden daar verliefd op. Vervolgens gaan zij een relatie aan met hun ideaalbeeld en daar kunnen ideaalbeelden slecht tegen. Ideaalbeelden vervagen onder de invloed van tijd. Het vergrootglas van een gemeenschappelijk gevoerd huishouden doet de rest: de echte partner komt tevoorschijn.

Sommige mensen hebben geluk, die kunnen het goed vinden met deze persoon. Andere mensen zijn minder fortuinlijk: hun partner blijkt een onmens, een gek, een oninteressante figuur. De reactie van de meeste ongelukkigen op deze situatie is even begrijpelijk als tragisch: zij gaan proberen hun partner te veranderen. Dit is tot mislukken gedoemd. Het is moeilijk, zo niet onmogelijk, om mensen te veranderen. Het is nog drie keer onmogelijker om mensen te veranderen in een ideaalbeeld. Het einde van dit liedje is meestal, dat mensen ongelukkig worden. Vroeger werden ze samen ongelukkig, nu gaan ze uit elkaar en worden ongelukkig.

Ongeveer dit verhaal vertel ik met enige regelmaat aan mensen die met relatieproblemen bij me komen. Als ik het heb verteld, valt er een stilte. Ik wacht dan totdat iemand vraagt: ‘Dus we moeten uit elkaar?’ En dan zeg ik: ‘Nee, maar er is een grens aan wat jullie met mij kunnen bereiken. Ik kan jullie niet veranderen en jullie kunnen elkaar niet veranderen. Het enige dat jullie kunnen leren is ruzie maken, want de manier waarop jullie dat nu doen is hopeloos ineffectief. Meestal zeg ik dat Schopenhauer en Freud mijn verhaal hebben bedacht. Tegenwoordig vinden genetici steeds meer bewijzen voor de stelling dat persoonlijkheidskenmerken zijn ingebakken, dus daar kan ik fijn mee schermen. En sinds vorige week kan ik ook dokter Dick Barelds aanvoeren. Barelds promoveerde in Groningen op onderzoek naar de invloed van karakter op intieme relaties. Zijn conclusie: mensen die een relatie aangaan, hebben geen idee wie ze voor zich hebben. Pogingen om de partner te veranderen zijn zinloos. Als de liefde voorbij is heeft repareren geen zin. Als de liefde er wel is, moeten mensen leren aangeven wat ze willen en vechten voor hun belangen. Dat is iets heel anders dan toegeven voor de lieve vrede.

Gaat dus heen, mensen, hou van elkaar en maak ‘effectief’ ruzie.

Het Volkskrant Magazine

15 februari 2003

PSYCHO

Jean-Pierre van de Ven

 

Wanneer vaders en moeders er samen niet meer uitkomen gaan ze naar BOR.

Wanneer vaders en moeders er echt niet meer samen uitkomen, over die rode schoen en die roze sok, dan roepen ze: ‘laten we maar naar BOR gaan’.  Ook stuurt de rechter ze wel eens.

 

En tegen die tijd dat de kinderen naar BOR gaan is hun rugzakje gevuld met verdriet over de ruzies. Soms hebben ze één ouder al een tijdje niet gezien.

 

Bij BOR hebben we dan het troostbankje van P. Zij is al heel lang vrijwilligster bij BOR en heeft het troostbankje gemaakt.

 

P. (en alle andere vrijwilligers) zorgt dat het gezellig is voor de kinderen. Bij BOR doen wij altijd de koetjes en de kalfjes en zorgen we dat we het goed hebben. Kijk maar P. is het koetje op het bankje.

 

Die giraf op het bankje is M. Een giraf heeft een hele lange nek en kan over alles heen kijken. Dat doet M. ook. Zij kijkt of het met iedereen goed gaat. Ze verteld wat we bij Humanitas BOR doen.

 

We praten met vader.

 

We praten met moeder.

 

Allebei mogen ze 1 x vertellen waarom ze zo ’n hekel hebben aan het rode schoentje, waarom ze  een hekel hebben aan het roze sokje en de ruzies die ze daarover maken.

 

Dan zeggen we bij BOR: ‘STOP met ruzie zoeken en zeuren over die rode schoen en die roze sok, dat is niet goed voor kinderen. Jullie kind is voor de helft rode schoen en voor de helft roze sok. Jullie zijn ‘samen’ ouders.

 

Bij BOR doen ook de vaders en moeders de ‘koetjes en kalfjes’, zorgen ze dat ze het ‘goed’ hebben en vertellen ze elkaar wat een prachtig kind ze hebben.

En dat is soms hard werken. Maar daar is niks mis mee, want dat kunnen volwassenen.

En wie weet, als vaders en moeders laten zien dat ze hard werken, kan een kind er misschien ook nog iets goeds uit leren.

Vrij vertaald naar:

Opvoeden

‘In de theorie van het opvoeden is het belangrijk dat we een kind niet alleen leren de waarheid te respecteren, maar dat we het ook leren een leugen te herkennen.

We moeten leren niet alleen lief te hebben maar ook te haten, niet alleen te respecteren, maar ook te minachten, niet alleen zich te onderwerpen, maar ook in opstand te komen.’

‘Hoe houd je van een kind’

Janusz Korczak

 uitg. Bijleveld, Utrecht, 1984

 

Hoe het komt dat ouders strijden en wat wij daar bij BOR van vinden.

Soms zitten er grote verschillen tussen vaders en moeders.
De één heeft rode schoenen.

 

En de ander heeft roze sokken.

 

Zo lang ze van elkaar houden gaat dat goed.
Ze vinden elkaars schoenen en sokken dan GEWELDIG!

 

Maar ja, wanneer de liefde over is dan kan het zomaar ineens zijn dat die rode schoenen stom zijn en die roze sokken gewoon lelijk.

 

Soms draven ze dan ook zo door dat ze roepen: ‘Als jij zulke stomme rode schoenen draagt kan je geen goede vader zijn’.
Of ‘Als jij zulke lelijke roze sokken draagt kan je geen goede moeder zijn’.

 

En daar zit jij dan als kind.
Eigenlijk ben jij namelijk voor de helft rode schoen en voor de helft roze sok.

 

Het lijkt dan ineens of jij gevangen zit tussen die rode schoen en die roze sok. Want waar hou je nou het meeste van?

 

En weet je, ze hoeven echt niet meer van elkaar te houden en in één huis te wonen. Je wilt gewoon dat ze van jóu houden en het ‘samen’ goed doen als ouders

Dan blijven je ouders die volwassenen waar je als kind op kunt vertrouwen.

Voor alle kinderen van gescheiden ouders die bij Humanitas BOR komen.

Vrij vertaald naar:

Handreiking

Ouders kunnen hun kind helpen bij het ontwikkelen van zelfvertrouwen door bij het vallen eerst af te wachten, niet meteen toe te schieten om het te helpen bij het opstaan maar eerst te kijken of het kind het zelf kan.

Wanneer het kind het zelf kan is het niet nodig om hulp te bieden.

Het kind kan de volwassene leren ervaren als hulp om beperkingen te leren overwinnen.

Door middel van de volwassene kan het kind de eigen mogelijkheden leren ontdekken en vergroten.

Zo leert het op zijn eigen mogelijkheden te vertrouwen en deze te gebruiken en leert het vanuit een aanvankelijk niet-kunnen.

Een vorm van hulpverlening is het aanbieden van de hand van de volwassene en het kind begeleiden zijn evenwicht zelf te hervinden.

De volwassene laat, door het aanbieden van de hand aan het kind, voelen dat het niet alleen is.

Dit is voor het kind vaak voldoende om te kunnen voelen dat het de bewegingsbeperkingen zelf kan overwinnen, op eigen kracht en niet door de kracht van de volwassene.

‘Het voelen gevoed’

Margo Knaapen

Overasselt, 1992 (5e druk) blz. 32

 

 

 

.