De tweeling wordt steeds zwaarder

Die arme K.
die sjouwt wat af
en ze worden
steeds zwaarder
en
zwaarder.
Hij sjouwt toch al gauw
rond de 17 kg
per kind
op zijn nek.
En bij een tweeling
is het dubbel.
Gelukkig
mag
het na elkaar.
Het is mooi weer
om naar
het strandje
te gaan.
Pootje baden
steeds verder
steeds natter
heel veel plezier!
Een beetje
hangen
plagen.
K. heeft er zijn handen
aan vol.

Natuurlijke en Logische Gevolgen #oorzaakengevolg deel 1: Uit de strijd stappen

Na afloop van de persconferentie op 21 april 2020 stelde een journalist aan premier Rutte een heel boeiende vraag; ‘Al weken zegt u dat Nederland zich voorbeeldig gedraagt. En wat krijgen we ervoor terug?! Nog eens drie weken verlenging…Hoe rijmt u dat met elkaar?’

Tja dacht ik, dit gaat over beloning, een beloning voor het goede gedrag?

Wat gebeurt er wanneer ik mijn taart in de oven zet en hem vergeet? Het natuurlijke gevolg is dat mijn taart verbrandt.
Al van jongs af aan heb ik een weerstand tegen straffen en belonen. Straffen, en dat geldt ook voor belonen, is gebaseerd op macht en heeft alleen effect op korte termijn. Bij straf ligt de nadruk op mijn gedrag en niet op de consequenties ervan. Het legt de verantwoordelijkheid en de controle buiten mijzelf. Het enige waar ik misschien heel goed in ga worden, is het vermijden van situaties waarin ik gestraft kan worden of misschien heb ik juist die straf er wel voor over. Wanneer ik mijn straf heb gekregen voelt het als een soort betaling en kan ik het de volgende keer weer doen. Mijn ware zoektocht naar de kern van het niet geloven in straffen en belonen, maar naar denken en handelen in ‘oorzaak en gevolg’ begon toen mijn kinderen klein waren.

Wat kan ik doen als ik vind dat mijn kind niet gestraft hoeft te worden als het zich misdraagt en ook niet beloond als het goed gedrag laat zien?

 

Een van de zoons vergat iedere keer weer zijn sap en fruit mee naar school te nemen. Op het moment dat ik dat ontdekte, sprong ik op de fiets, bracht ik het onmiddellijk naar school en liet ik hem weten dat ik het gebracht had. Ik vertelde hem dat het niet handig was, dat ik ervoor op pad moest en dat het de les verstoorde. Ik hoopte hem op deze manier duidelijk te kunnen maken dat het me slecht uitkwam, omslachtig was en veel tijd kostte om hem iedere keer zijn sap en fruit na te brengen.

Meestal raakte zoonlief dan uit zijn humeur, reageerde een soort van nukkig en prompt vergat hij de volgende keer zijn sap en fruit weer. We zaten in een soort cirkeltje, een cirkeltje waar ik mijzelf vrijwillig in had gemanoeuvreerd door mijn ideeën over een goede moeder willen zijn. Ik kon het niet over mijn hart verkrijgen dat hij de enige in de klas was zonder fruit en sap. Ik had tijd en moeite gedaan om het klaar te maken en het idee dat de juf, en de andere ouders, er iets van zouden vinden hielden mij vast in het cirkeltje. Ik gaf mijn zoon de schuld, want als hij gewoon zijn sap en fruit meenam dan had ik al die gedachten en gevoelens niet. Probleem opgelost.

Wat is het natuurlijke gevolg als je je sap en fruit vergeet? Dat je in de klas niets te drinken of te eten hebt terwijl de andere kinderen hun sap drinken en hun fruit eten! Je hoort er niet bij en je krijgt honger. Om uit het cirkeltje stappen besloot ik niet langer verantwoordelijk te willen zijn voor het meenemen van zijn sap en fruit naar school. Wanneer hij het de volgende keer zou vergeten zou hij in de klas zitten zonder sap en fruit. Het zou geen nut hebben om daarover tegen mij te mopperen of boos op mij te worden. Het is tenslotte niet mijn probleem.

Zoonlief was het ondertussen natuurlijk zo gewend dat ik hem zijn sap en fruit achterna bracht dat de kans groot was dat hij gefrustreerd zou raken. Ik had hem eraan laten wennen dat hij zijn sap en fruit nagebracht kreeg. Dus werd het tijd om zoonlief op de hoogte brengen dat híj een probleem had en niet ík . Ik vertelde hem wat mijn plan was, hoe ik het ten uitvoer ging brengen en wat mijn antwoord zou zijn wanneer hij tegen de consequenties aanliep: ‘Wat vervelend dat je je sap en fruit vergeten bent.’ (Waar nodig zou ik school ook inschakelen, zodat niet iemand anders hem sap of fruit zou geven.) Vanaf dit punt mocht zoonlief zelf leren, ervaren en kiezen wat hij belangrijk vindt.

Wat doe ik wanneer ik geloof dat straffen en belonen eigenlijk alleen op korte termijn werkt en ik er zelf een lelijk mens van dreig te worden?

 

 Mijn grootste oefening is om mijn mond te houden, niet toe te geven aan mijn onwillekeurige beweging om hem zijn sap en fruit na te brengen. Ik zou mijzelf bevestigen dat ik júist een goede moeder zou zijn door hem zelf zijn verantwoording te laten nemen. De eerstvolgende keer zou ik het puntje van mijn tong afbijten en vooral niet zeggen dat het misschien een goede les voor hem is, want dat zou de consequentie onmiddellijk veranderen in een straf. Het gaat erom dat ik de woorden kies die het mijn kind duidelijk maken dat er een keuze is, een mogelijkheid om zijn problemen zelf op te pakken en dat hij niet iets moet omdat wij dat willen.

Het idee dat mijn kind honger zou lijden wanneer hij zijn sapje en fruit niet bij zich had, het idee dat ik geen goede moeder zou zijn wanneer ik er niet voor zou zorgen dat hij het kreeg, het idee dat hij het enige kind in de klas zou zijn zonder sap of fruit, zorgde ervoor dat ik mijn fietst pakte en de weg naar school voor de tweede keer aflegde. Stap voor stap moest ik dit voor mijzelf ontleden en beseffen dat het hooguit een onplezierig hongerig gevoel geeft waar hij de rest van de ochtend mee rond zou lopen, maar dat zijn lichaam daarvan geen schade zou ondervinden. Dat ongemak zou goed van pas komen om zoonlief ertoe te brengen er voortaan aan te denken zijn sap en fruit mee te nemen. Ik moest beseffen dat mijn ‘goede’ moederschap niet zou afhangen van het missen van zijn sap of fruit. Ik heb niet het recht de verantwoordelijkheid van mijn zoon op me te nemen en evenmin heb ik het recht de gevolgen van zijn daden voor mijn rekening te nemen. Die moeten hij zelf dragen.

 

Wat is gelijkwaardigheid? #oorzaakengevolg

Gelijkwaardigheid betekent niet dat we allemaal gelijk zijn aan elkaar,
betekent geen uniformiteit!
Gelijkwaardigheid betekent dat de mensen ondanks al hun persoonlijke
verschillen en kundigheden dezelfde aanspraken kunnen maken op
waardigheid en respect.

Kinderen dagen ons uit
Rudolf Dreikurs en Vicki Soltz
Het kind is in elke fase een volwaardig wezen en niet slechts 
een onaf mens, die nog niet alles kan.
Kinderen hebben het recht te zijn zoals ze zijn, het recht op de dag
van vandaag en het recht op hun eigen dood.

Het recht van het kind op respect
Janusz Korczak
Als ouders niet hardop hun eigen gevoelens en gedachten
delen met hun kinderen, terwijl ze die wel hebben
in de omgang, dan stappen ze uit de gelijkwaardigheid in de relatie.

vrije vertaling uit
Gewoon leven met ongewone handicaps
Hans Bom en Cor de Bode

Ik heb een eigenzinnig stukje 
dat komt ergens heel diep
vanuit mijzelf.

Wanneer ‘iets’
uit dat eigenzinnige stukje
omhoog borrelt
is het niet te stuiten
gaat meestal gepaard met
veel heftigheid en gedrevenheid.

Dat eigenzinnige stukje
heeft eigenlijk geen omschrijving
het omvat alles.

Het wordt geactiveerd door
een geur
een kleur
iets dat ik lees
een gevoel
iets dat ik hoor
proef
of door iets dat ik bedenk.

In de loop der jaren
ben ik handig geworden
om dat stukje ‘iets’
dat naar boven borrelt
woorden te geven.

Ik laat het als het ware
langs mijn hoofd
mijn denken gaan
zoek naar verbanden
geef het woorden.

Wanneer ik
voor wat daar diep binnen
in me borrelt 
een omschrijving geef
klinkt het als

– Gelijkwaardigheid
– Respect
– Eigenwaarde.

Vanuit gelijkwaardigheid
benader ik de wereld
mijn leven
met anderen
de kinderen waar ik een
opvoedingsverantwoordelijkheid voor heb.

Vanuit dat ‘iets’
aan mijn binnenkant
respecteer ik
de eigenheid
van de ander
de gelijkwaardigheid 
naar elkaar.

En wanneer iets
mijn gevoel van rechtvaardigheid raakt?

K. zegt altijd :
‘Stop er een kwartje in
dan komt er voor twee euro vijftig uit.’

Vooral bij dat gelijkwaardig
heb ik een beeld
van een kilo lood
en een kilo veren
op een weegschaal.

Beiden hebben
hetzelfde gewicht
maar een compleet andere
vorm
materie
samenstelling.

Wat wanneer je blaast?
Het in de lucht gooit?
Of het een schop geeft?

Hoe boeddhistische zou je mijn opvoeding kunnen noemen?

De rolverdeling
hier in huis is
dat K. boeddhist is
de Suta’s leest
Pāli leert
Dhamma-talks doet
mediteert
en een stichting opzet.

Ik ben van de 
praktische invulling
over het boeddhisme
het maken van plogjes
met uitleg
de vertaling
naar alledaagse dag.

Onderwerpen
die me al jaren
dicht aan het hart liggen
zijn kinderen
en opvoeding.

Bij mijn recente
zoektocht
naar boeddhistisch opvoeden
kom ik bij

het boeddhaforum.nl
waar de nadruk ligt
op de ontspannen leefstijl
van de ouder.

Ouders van nu
geeft 10 tips
om als ouder
zelf rust te hebben.

Op boeddhakids 
ligt de nadruk
om als ouder
een voorbeeld te zijn
samen te mediteren
je kinderen leren
‘medegevoel’ te hebben.

Alhoewel de opvoeding
van de drie zoons
alweer een tijdje geleden is
put ik nog regelmatig 
uit die ervaringen
voor de tweeling.

De vijf voorschriften
van het boeddhisme

1. vermijd te doden en handel met respect naar alle vormen van leven
2. vermijd te stelen, te nemen van wat niet van jou is of hebzuchtig te zijn
3. vermijd ongeoorloofd seksueel gedrag
4. vermijd te liegen, te roddelen, harde en grove woorden en onzinnig gepraat
5. vermijd bedwelmende middelen en onopmerkzaam gedrag

laat zich
wat mij betreft
prima vertalen
naar mijn leef-
en opvoedstijl.

Regel 3 en 5 zijn
voor mij
onderwerpen
die van en voor
de volwassenen zijn
waarbij je het
je kinderen
voorleeft
en stapsgewijs
bespreekbaar maakt.

Regel 1
was en is
in ons vegetarisch
duurzaam leven
een regelmatig onderwerp 
van gesprek.

Waarbij ik graag
de toespraak
van Chief Seattle 
‘hoe kun je de lucht bezitten’
als ijkpunt heb.

Wat er gebeurt met de aarde
gebeurt met de kinderen
van de aarde.
Als een man op
de grond spuwt
spuwt hij op zichzelf.
Alles hangt met alles samen.

Regel 2 
is verankerd in mijn 
christelijke opvoeding
en het Nederlandse
rechtssysteem.

Regel 4
gaf de meeste uitdaging.

Zolang ik me kan herinneren
heb ik een aversie
tegen straffen en belonen
ben ik een groot voorstander
van ‘oorzaak en gevolg’
en ‘geweldloos verzet’
wat
naar nu blijkt
perfect aansluit bij
het boeddhisme.

Jaren geleden
kreeg ik het boek 
‘kinderen dagen ons uit’
van Rudolf Dreikurs en Vicky Soltz
in handen
over een democratisch
opvoedingsmodel
gebaseerd op gelijkwaardigheid
en wederzijds respect
tussen ouders en kinderen.

Gelijkwaardigheid betekent niet 
dat we allemaal gelijk aan elkaar zijn
betekent geen uniformiteit!
Gelijkwaardigheid betekent
dat de mensen ondanks al
hun persoonlijke verschillen
en kundigheden dezelfde
aanspraken kunnen maken
op waardigheid en respect.

Met name bij
hoofdstuk 5
‘de bedrieglijkheid van straffen en belonen’ 
en hoofdstuk 6
‘oorzaak en natuurlijke logische gevolgen’
een manier
om uit de machtsstrijd
te blijven met  mijn kinderen
vielen er alleen 
maar kwartjes.

Beide hoofdstukken
vormden voor mij
de basis om
liegen
roddelen
harde en grove woorden
en onzinnig gepraat
uit te bannen.

Natuurlijke gevolgen 
komen tot stand onder druk
van de werkelijkheid
zonder dat ouders
op een bepaalde manier
ingrijpen
ze zijn altijd doeltreffend.
Naast natuurlijke gevolgen
kunnen er ook
afgesproken gevolgen zijn
die gebaseerd zijn op 
feiten en realiteit.
Kinderen zien heel snel in 
dat logische gevolgen rechtvaardig zijn
en gewoonlijk accepteren ze
deze gang van zaken zonder protest. 

Zo ook de drie zoons
en de tweeling.

Alles bij ons, is één grote familie

Dit weekend
geen pinguïn
geen papegaai.

Gewoon 
de beren.

Scheelt weer
in de communicatie.

Het was dan ook
een K.hangdaagje.

Voor de frisse neus

gingen we
met zijn allen

naar Tamara

die het wel best vond

met iedereen
in de buurt.

Afscheid is natuurlijk
een dingetje
en wanneer woorden
niet van toepassing zijn
is lichaamstaal
ook wel duidelijk.

Tamara
is het er niét
mee eens 
dat we gaan.

De tweeling en de pinguïn, néé papegaai

Dag papegaai zei de pinguïn.
Dag papegaai zei de papegaai.
Nee, zei de pinguïn, jij moet dag pinguïn zeggen.
Nee, zei de papegaai, jij moet dag pinguïn zeggen.
Nee, zei de pinguïn, ik ben een pinguïn.
Nee, zei de papegaai, ik ben een pinguïn.
Jij bent een papegaai, zei de pinguïn.
Jij bent een papegaai, zei de papegaai.
Stomme papegaai, zei de pinguïn.
Stomme pinguïn, zei de papegaai.

Erik van Os
Plint
Eindhoven

Lieve papegaai!

Een ‘gewoon’ dagje met de tweeling

Het is K.dag
en
vandaag moet
de auto gewassen 
worden

wat nog altijd
een stevige klus is
waarbij een handje
extra
welkom is.

Goed stevig
je voeten 
neerzetten

want het blijft
toch altijd
een beetje boven
je macht
wanneer je wat lengte
tekort komt.

Er moest

nog wat

ruitenwisser
vloeistof

voor de winter
bijgevuld worden.

De aanwijzingen
van K.

zijn duidelijk
en worden
keurig opgevolgd.

De interesse

is groot

en alles wordt
goed bekeken.

Uiteraard 
laten we
de rommel achter
op de goede plek.

Soms liggen
er verleidingen
op de loer
en 
alleen al de gedachte

dit moet
ja echt
dit MOET

levert net zoveel
plezier op
als het doen.