Mijn wereld bestaat uit laagjes

Door de reactie van P.
realiseer ik me
dat ik in laagjes denk.
Of liever
dat ik mijn wereld in laagjes bekijk.

De Blog van Marije hielp ook
om die gedachte scherper te krijgen.

Uiteraard
las ik een artikel in de Volkskrant
dat dezelfde snaar raakte:
‘Raakten ze verdwaald?
Kwamen ze water tekort?
Kregen ze ruzie?
Is er iemand vermoord?

 

Bij alle drie is er méér.
Méér dan ik op het eerste oog zie.
Méér dan ik bedenk.
Méér dan ik me realiseer.

Ik moet gelijk denken aan de Renault reclame.
Waar ik me compleet op het verkeerde been laat zetten.
Zelfs na de 100e keer bekijken
betrap ik mezelf er nog steeds op
dat ik dat doe.

Ik kan natuurlijk niet anders
bij deze reclame.
Het heeft te maken met mijn beeld van de wereld.
Hoe ik ben opgegroeid.
De tijd waarin ik geboren ben.
Mijn opvoeding.
Waar mijn belangstelling ligt.
Wat ik mee maak.
Mee heb gemaakt.
Hoe ik vorm geef aan mijn leven.

Het zijn die laagjes
waar ik mijn wereld mee kleur.
Mijn wereld mee invul.

Bij de training van nieuwe vrijwilligers
gaat het op de eerste trainingsdag over aannames.
Ieder mens doet aannames
Ieder mens heeft een mening.

Voor mij is dat oké.
Ik zou niet weten wat ik zonder mijn aannames
zonder mijn mening zou moeten.
Het zijn mijn ijkpunten.

Tegen de vrijwilligers zeg ik altijd dat het goed is
dat je aannames hebt
dat je aannames doet
dat je een mening hebt.

Alléén,
het echte werk komt pas
na een aanname.
Na een mening.

Beseffen.
Het gaat er om dat je beseft,
je realiseert
dat een aanname,
een mening
iets over jouzelf zegt.

Niets over die ander.
Nóóit iets over die ander.
Alleen iets over jouzelf.

Uitdaging en lef.
Tijdens de training daag ik vrijwilligers uit
om verder te kijken.
Verder te kijken naar de laagjes die er zijn.
Daar is lef voor nodig is.

Noodzakelijk.
Daarvoor is het noodzakelijk,
net als met de Renault reclame,
om verder te kijken.
Gewoon het filmpje uit te zitten
en te constateren dat het toch anders is.

Je laten raken.
Het volgende,
waar je ook lef voor moet hebben,
is je te laten raken
en je af te vragen
waar het je raakt
wat er je raakt
hoe je geraakt bent.

Het vertelt mij iets over mijzelf.
Ik heb mijzelf de laatste jaren flink getraind
om een aanname
een mening,
nooit
zijn weg naar buiten te laten vinden.

Het blijft altijd ergens
binnen in mij steken
met niets anders dan het besef
dat ik het me heb laten raken.

De zoektocht is dan nog even
wat, waar en hoe
ik het me heb laten raken?

In mij is het een soort kastje
met beelden.

Met N.
een dierbare vriendin
ben ik bezig
een beeldenkastje vorm te geven.
Het is nog een concept.
Een beeld.

 

Ik hou van ordening.
Van de dingen kunnen plaatsen.

Alles stop ik in laatjes.
Ik ben heel handig in het laatjes opentrekken.
In zaken te verplaatsen
van het ene laatje naar het andere laatje.

Mijn kennis-, kunde- en ervaringslaatje is aardig vol aan het raken.
Dagelijks stop ik er zaken in.
Dagelijks put ik eruit.
De informatie loopt
meestal

via mijn emotie-laatje.
Voor mij is het belangrijk
om me te realiseren
welke emotie van mij is
en welke die van een ander.

Zo doe ik het eigenlijk ook altijd
met aannames
een mening
en het me laten raken.

Alles gaat in laatjes
ik put uit de laatjes
verplaats het
maak schoon
en ruim op.

Handig hoor
wanneer ik mijn aannames
en mijn meningen
niet zonder filter
de wereld in wilt helpen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Gelukkig liep het, voor ons, goed af

We gingen met de beamer op pad.
Gewoon rustig binnendoor naar Zutphen.
Voor de gezelligheid.
Kap af.
Rustig rijden.
Genieten van het mooie weer.
De prachtige omgeving.

 

Vlakbij Ermelo
dook er,
onverwachts,
een ree
vol aan de bestuurderskant in onze auto.

Het ging zo snel.
We hadden het niet aan zien komen.

Ineens keken we in twee reebruine ogen.
Vol paniek.
Een besef van het onvermijdelijke.

K. reageerde geweldig.
Geen paniek.
Reed rustig.
Zocht naar een plek
waar we veilig konden stoppen.

 

Achter ons reed een gezin.
Die zagen het gebeuren.
Zij wisten ons te vertellen dat
de ree nog even op de weg was blijven liggen.
Daarna verdween het in het bos.
Even waren ze bang geweest
dat de ree onze cabrio in zou duiken.

De vader van het gezin heeft ons geweldig geholpen.
Hij was bekend met dit soort situaties
en wist precies wat te doen en vooral wat niet te doen.

Hij gaf ons zijn gegevens voor de verzekering.
En deed melding bij de politie.
Samen met de moeder
en de kinderen
ben ik nog heel even een stukje gaan zoeken.

Meer voor onszelf
dan dat het realistisch was.
Met het jongetje had ik er,
al zoekende,
een heel gesprekje over.

Dat een auto maar van blik is.
Dat die weer gemaakt kan worden.
Dat het afschuwelijk is om te zien hoe een dier wordt aangereden,
je helemaal niets kunt doen.
Je je heel de tijd afvraagt of het nog leeft?
Pijn heeft?

We hebben navraag gedaan.
We hoorden dat de boswachter de ree,
70 meter verderop,
dood gevonden had.

Op het moment dat de ree ons raakte
schoten er talrijke gedachten door mijn hoofd.
Dus zo ziet paniek eruit.
Het besef van het onvermijdelijke.
Wat nu?
Met de ree?
Met ons?
Wie zit er achter ons?
Hoe reageren die?
Kunnen ze ontwijken?
Moeten ze stoppen?
Kan iedereen wél op tijd stoppen?
Waar kunnen wij stoppen?
Is de ree dood?
Wat als hij gewond is?
Wat als hij  blijft liggen?
Wat als hij gewond en in paniek in het bos verdwijnt?
Arm beest, wie zorgt er voor jou?
En ergens,
als laatste gedachte,
wat is de schade aan de auto?

Voor ons was het totaal nieuw en leerden dat het belangrijk is dat:

  • Bel direct de politie 0900 8844.
  • Bel ook de politie als het dier niet blijft liggen.
  • Probeer zo goed mogelijk de locatie door te geven.
  • Wacht de komst van de politie of faunabeheerder (rustig) af.

Wat beslist niet doen:

  • Rijd niet door, dat is strafbaar.
  • Ga nooit achter het dier aan.
  • Bel niet met de dierenambulance maar met de politie.
  • Neem aangereden wild nooit mee.

 

Op p2000 heb ik nog even gezocht naar de melding over
p 3 ong wegvervoer materieel x aanrijding met wild ermelo‘.

 

Wat doe je met vette pech?

Alles moet van de kasten.

 

Uit de kasten.

 

Van de vloer.

 

Alleen de kip mag blijven.
Mits hij zijn pootjes van de vloer heeft.

 

Verder moet alles uit de kamer.

 

Uit de gang.
De vloer wordt schoongemaakt.

 

George komt.
Om de voegen te doen.

 

Alle gaatjes te vullen.

 

De vloer schoon te maken.

We hebben een bijzondere vloer.
Handgemaakte,
Terracota tegels.
Onze grootste wens bij de bouw van ons huis.

 

En toen ging er iets mis.
Gelijk al bij het begin.

Onbekend maakt……..
juist.

De meneer van het vloeren leggen had er geen ervaring mee:
– vuil tussen de lagen olie.
– voetstappen die niet meer weggewerkt konden worden.
– voegen die gingen kruimelen.

Er bleek weinig verhaal te halen.
Iets met ‘onze’ keuze,
‘onze’ verantwoordelijkheid.

Vette pech dus.
Zorg maar dat je er mee leeft.
Ondertussen leven we er 7 jaar mee,
op
en ach
dan wordt het een deel van jezelf.

We hebben de vloer omhelsd.
We houden er van.
Leven ermee.
Niks mis met met een beetje lelijkheid om mee te leven.

Voor ons is de vloer
net als het leven zelf.
Een beetje pech
en een beetje lelijkheid hoort er gewoon bij.

 

Afijn
George is geweest.
Heeft de vloer gedaan.
Ik heb gelijk maar het eens schoongemaakt
op plekjes waar ik niet dagelijks kom.

 

Alles was toch van zijn plek.
Op de kasten.
In de kasten.

 

Maar ook George vertelde,
gelijk bij binnenkomst
na één blik op de vloer,
dat hij niet wist wat hij nou precies aan moest met deze vloer.

 

We hadden verwachtingen uitgesproken.
George kwam met het juiste voorstel.

 

George is gewoon aan de slag gegaan.
En je laat het raden.
Het ging weer mis.

Sommig pech
blijft pech.
Kan niet meer hersteld worden.
Soms maakt iemand het zelfs nog erger.

Gelukkig leefden we er al mee
dat zal nu niet anders worden.

We geven
gewoon
deze lelijkheid wederom een plekje in ons leven.

Even hebben we nog overwogen om de strijd aan te gaan.
Zou dat ons iets brengen?

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Nog even over dat kleine aan de buitenkant.

Dat van dat klein
en dat groot
houdt me nogal bezig de laatste tijd.

 

Van sommig klein
weet je dat het vanzelf groot wordt.

 

Een kwestie van veel knuffelen,
verzorgen en
een beetje bijsturen.
Dan groeit het vanzelf groot.
Nou ja
bijna
vanzelf.

Bij deze twee zit dat wel goed.
Zeker met 2 knuffelige moeders,
een man van 1.96 die best wel wil vaderen.

 

Tja…….waar kunnen we hier over spreken?
groots geblaf
uit kleine keeltjes.

 

Babyspinnetjes in de vensterbank.

 

die grootse dingen presteren.

 

Het kleine cameraatje bij de voordeur,

 

dat grootse beelden geeft.

 

In onze keuken met grootse apparaten,
heet dit apparaatje,

 

met een ‘grootse’ naam,
tamperstation.

 

 

Van de tuinbonen vind ik
de kleinste echt de lekkerste.

 

En een paar druppels regen
hebben een groots effect op mijn haar.

 

Een beetje stoom in een kannetje melk

 

geeft een groots effect voor in de cappuccino.
(sorry K., sorry L. voor de bubbels,
die kreeg ik er gratis bij en ik weet dat die niet horen).

 

Dit kleintje is moed aan het vatten,

 

om dit ‘grote’ koekje in te pikken.

 

Anti-manspreading-bordjes. Links: het icoon in Madrileense bussen. Rechts: het icoon in de New Yorkse metro

Deze anti-‘man-spreading’-bordjes vind je
(links) in Madrileense bussen en
(rechts) in de New Yorkse metro.

In het artikel in de Volkskrant geeft de Amerikaanse Amy Cuddy
van de Harvard Businness School aan dat de rode draad is dat:
‘mannen maken zich breed, vrouwen maken zich klein.’
Tegen vrouwen zegt ze:
‘aanspannen die beenspieren, en keihard terugduwen.’

Waar zit je kracht?

Aan de binnenkant?
Of aan de buitenkant?

Van die beenspieren en dat keihard terugduwen
moet ik het niet hebben..
Wel dat ik weet hoe ik me groot kan maken aan de binnenkant.

 

 

 

Hoe je groot aan je binnenkant kunt zijn.

Van de week kreeg ik een gesprekje met een collega.
Zij had de herhaling gezien over ons huis in het programma BinnensteBuiten.
En we kregen een grappig gesprekje.
Ze vond het huis leuk.
Maar wat haar het meest benieuwde:
‘….hoe lang is jouw man?’

 

Oh, K.?
K. is 1.96 meter.

Serieus?
Hoelang ben jij dan?

 

Ik?
Ik ben 1.60 meter.

Echt?

 

Ja!
Echt.
We verschillen 36 cm.

 

Mijn collega vond het zo schattig
hoe liefdevol ik tegen K. opkijk.

 

Om op gelijke hoogte te komen
moet ik op een trappetje

 

met twee treetjes.

 

Alhoewel ik geen kleine voetjes heb,
maat 38,

 

is hier ook een beetje ruimte over.

Sommige verschillen zijn wel grappig.
Mijn benen bungelen op stoelen die het maatje van K. hebben
en K ziet er zó grappig uit wanneer hij in de auto stapt
die nog op mijn maatje staat.

Want weet je,
je raakt overal aan gewend.

Ik kijk tegen K. op
en K. kijkt op mij neer.
Bij wijze van spreken dan.

Waar mijn collega zich eigenlijk over verbaasde?
Haar dochter is 1.58 meter
en die is klein.
Ik ben 1.60 meter
maar nergens voor haar gevoel ben ik ook maar een klein meisje.

Hoe kan het dat je aan de buitenkant er uitziet als een kleintje
terwijl dat voor de ander niet zo voelt?

 

Van de week liep ik door het dorp.
Moederzwaan zwemmend met 8 jong,
moeder meerkoet op haar nest
en paps meerkoet in haar buurt.

 

aha daar zwemt paps zwaan ook in de buurt.

Wanneer je link aanklikt naar het filmpje
snap je helemaal
dat je klein kunt zijn aan de buitenkant
en groot aan de binnenkant .

Ik herken dat wel!
Mijn binnenkant wordt vanzelf groot wanneer ik iets te verdedigen heb.
Wanneer ik gedreven raak of
wanneer ik mij aan mijn binnenkant geraakt voel.
Er is heel wat dat mij groot maakt aan mijn binnenkant.

Ook heel handig in het samenleven met K.
heb ik soms het trappetje niet nodig.