Mijn extravagante boompioen in #coronatijd

(26 maart 2020)
Ieder jaar
(7 april 2020)
loopt de spanning op.
(14 april 2020)
Het begint met
een knop
(20 april 2020)
die traag
en gestaag
groeit
(21 april 2020 (8.00 uur))
en na het eerste puntje
(21 april 2020 (17.00 uur))
roze
komt er
(22 april 2020 (8.00 uur))
een versnelling
(22 april 2020 (12.00 uur))
tot de bloem
(22 april 2020 (17.00 uur))
als het ware
openbarst
(22 april 2020 (18.00 uur))
en niet meer
te stuiten is.
Dit jaar zijn het
11 bloemen
die extravagant bloeien
en nieuwsgierige
bezoeker aantrekken.

Tien foto’s van mijn achtertuin. Tien vragen van Bhante Ānanda op aalmoes-ronde. Tien dagen #corona. Samengevat in drie regels

Tien foto’s 
van de bomen 
in mijn achtertuin.

Tien dagen 
thuis aan tafel
door het corona-virus

Tien dagen 
mijn reflectie op de

Tien vragen van 
Bhante Ānanda
tijdens zijn aalmoes-tocht.

Samengevat in
de DRIE vragen aan mijzelf.

1. Heb ik de manieren en het gedrag die van mij verwacht worden als monnik?
2. Besef ik genoeg dat mijn leven afhankelijk is van anderen; ben ik gemakkelijk te ondersteunen?
3. Op welke manier kan ik mijn lichaam en taal nog meer in overeenstemming te laten zijn als monnik?
4. Ben ik kritisch genoeg over hoe ik met de voorschriften omga en neem ik daar voldoende actie op?
5. Luister ik naar mijn wijze mede-monniken en neem ik hun kritiek, op mijn naleven van de voorschriften, aan?
6. Ik ben gescheiden van iedereen waar ik van hou en alles wat mij dierbaar is.
7. Ik ben de eigenaar en de erfgenaam van mijn kamma (acties).
8. Mijn dagen en nachten gaan voorbij, hoe breng ik mijn tijd door?
9. Geniet ik van eenzaamheid
10. Heb ik mijn monnikenbestaan zo vervuld dat ik er later door mijn mede-monniken naar gevraagd kan worden?
De bomen vanaf de huiskamer op de 1e verdieping

Drie vragen
die ik mijzelf stel
dagelijks
bij nieuwe
en uiteraard
uitzonderlijke #corona situaties:

  1. Doe ik, wat ik doe, met volle aandacht?
    Met volle aandacht betekent
    voor mij
    dat ik al mijn zintuigen
    denken, zien, ruiken, voelen, proeven, horen en mijn instincten inzet
    om te kijken naar de situatie
    wat er gebeurt 
    hoe ik mij kan verdiepen 
    naar waarde inschatten.
    met al mijn capaciteiten
    ontwikkeling
    en ervaring van dit moment.
  2. Gebruik ik iets waarvoor het bedoeld is?
    Een mes
    is een mes en die gebruik ik niet
    als schroevendraaier.
    Mocht ik geen schroevendraaier hebben
    dan kan ik nog steeds dat mes gebruiken
    maar besef ik de gevaren van een mes.
    Zo is het met ALLES
    ook met mijn emoties.
    Boosheid heeft voor mij
    een voortstuwende kracht
    bedoeld om me op scherp te zetten
    te alarmeren
    actie te ondernemen.
    Boosheid gebruik ik om 
    uit een situatie te komen.
    niet om te vernietigen.
  3. Kijk ik naar mijn eigen aandeel in alle situaties?
    Ik merk 
    dat het zó gemakkelijk is
    om de verantwoording bij een ander
    naast me te leggen
    of gewoon uit gemakzucht
    niet te nemen.

Neem nou dat mes
er was géén schroevendraaier
en het moest gemaakt worden
dan kun je het mij 
toch niet kwalijk nemen
dat het mis ging?

Een regelmatige bezoeker van de bomen

Als bodem bij deze vragen
heb ik de gedachte:

Hoe kijk ik
over 10 jaar
terug op deze situatie?

Wat is mijn antwoord
wanneer ik gevraagd wordt
wat mijn keuzes waren
weet ik nog waarom
ik deed wat deed?

Ik kan antwoord geven!

Ik hoop dan altijd maar
dat die ander de tijd heeft
om te luisteren
naar mijn antwoord?

Het zal nóóit
een kort antwoord zijn :-).

De tien vragen waar Bhante Ānanda op reflecteert tijdens zijn aalmoes-tocht.

Alle foto’s staan op de site (https://www.bodhibhavana.org)
de teksten zijn in overleg met Bhante Ānanda en K. 

In warmere landen
gaan monniken
heel vroeg
op aalmoes-ronde
het is het 
koelste moment
van de dag is.

In de Canadese
herfst en winter
is dat anders
hoe later
hoe warmer.

Vanuit zijn kuti
hoog in de
Canadese bergen 

vertrekt Bhante Ānanda

iedere dag
rond negen uur

voor zijn aalmoes-ronde.

Het kost hem
ongeveer

anderhalf uur
lopen

naar de stad.

Voor zijn hele aalmoes-ronde
is hij ongeveer
vijf uur onderweg.

Als monnik is hij
voor zijn dagelijks voedsel
afhankelijk van zijn
aalmoes-ronde.

De tijd 
die hij onderweg is
gebruikt hij 
om na te denken 
over tien vragen:

  1. Heb ik de manieren en het gedrag die van mij verwacht worden als monnik?
  2. Besef ik genoeg dat mijn leven afhankelijk is van anderen; ben ik gemakkelijk te ondersteunen?
  3. Op welke manier kan ik mijn lichaam en taal nog meer in overeenstemming te laten zijn als monnik?
  4. Ben ik kritisch genoeg over hoe ik met de voorschriften omga en neem ik daar voldoende actie op?
  5. Luister ik naar mijn wijze mede-monniken en neem ik hun kritiek, op mijn naleven van de voorschriften, aan?
  6. Ik ben gescheiden van iedereen waar ik van hou en alles wat mij dierbaar is.
  7. Ik ben de eigenaar en de erfgenaam van mijn kamma (acties).
  8. Mijn dagen en nachten gaan voorbij, hoe breng ik mijn tijd door?
  9. Geniet ik van eenzaamheid?
  10. Heb ik mijn monnikenbestaan zo vervuld dat ik er later door mijn mede-monniken naar gevraagd kan worden?