Niet je ogen sluiten, zien zoals het is en het dragen.

Wanneer de lijnen verbonden zijn.

 

En je beter zicht hebt op je ‘eigen’ bubbel van het verleden.

 

De verbondenheid met.

 

En de beknelling van.

 

Dierbaren die verder gaan dan familie.

 

Nemen zoals het is.

 

Zien zoals het is.

 

Zwijgen.

 

En het dragen.

 

In het eindeloze besef dat zaken gewoon zijn zoals ze zijn en dat je het er mee te doen hebt. Dát maakt je sterk!

Voor onze vrienden A. en E. die het voor dit moment in de praktijk mogen brengen. We wensen jullie ‘draagkracht’ en een ‘eindeloos’ besef.

Vrij vertaald naar:

Zien zoals het is.

De wens om de zaken met terugwerkende kracht te veranderen kan per definitie niet, het heeft een verzwakkende werking.

Zien zoals het is, nemen zoals het is, waarbij ieder het eigene draagt, dat geeft kracht.

De prijs is eenzaamheid.

Maar het betekent vaak een stap voorwaarts om iets te laten rusten.

Om de moed te hebben het niet te hoeven begrijpen, maar het gewoon te dragen.

Niet je ogen ervoor sluiten maar zien zoals het is, en het vervolgens uithouden.

Je mond houden.

Zelf de verantwoording dragen voor je onvrede en de gevolgen van je trauma’s versterkt niet alleen het systeem waarin je zit, maar ook jezelf.

 

Jan Jacob Stam

Begeleider van familie-opstellingen volgens de methode van Bert Hellinger

‘Soms is zwijgen beter’ – irritaties in de familiekring-

Volkskrant zaterdag 5 mei 2001 interview Lisette Thooft

 

Durf jij je licht te laten schijnen? Durf jij briljant te zijn?!

Featured image

En dan kruip je via je eigen blik naar binnen.

 

Featured image

Door niets meer te stoppen.

 

Featured image

Je gaat glijden.

 

Featured image

Met een enorme zuigkracht.

 

Featured image

Alsof je eindelijk uit die draaideur stapt.

 

Featured image

Je muurtjes breken één voor één af.

 

Featured image

Muziek begint aan te zwellen.

 

Featured image

Je wordt als een motje aangetrokken.

 

Featured image

Alle lijntjes verbinden zich.

 

Featured image

en daar is jouw LICHT.

 

Featured image

………als een reflectie van jezelf.

Vrij vertaald naar:

Laat je LICHT schijnen

Onze diepe angst is niet dat we onmachtig zouden zijn.
Onze diepste angst betreft juist onze niet te meten kracht.
Niet de duisternis, maar het LICHT in ons is wat we het meeste vrezen.
We vragen onszelf af:
” Wie ben ik wel om mezelf briljant, schitterend, begaafd of geweldig te achten ?”
Maar, waarom zou je dat niet zijn ? Je bent een kind van God !
Je dient de wereld niet door jezelf klein te houden.
Er wordt geen LICHT verspreid, als de mensen om je heen hun zekerheid ontlenen aan jouw kleinheid.
We zijn bestemd om te stralen, zoals kinderen dat doen.
We zijn geboren om de glorie Gods die in ons is, te openbaren.
Die glorie is niet slechts in enkelen, maar in ieder mens aanwezig.
En als we ons LICHT laten schijnen, schept dat voor de ander de mogelijkheid hetzelfde te doen.
Als we van onze diepste angst bevrijd zijn, zal alleen al onze nabijheid anderen bevrijden.

Marianne Williamson,  ‘Terugkeer naar Liefde’

geciteerd door Nelson Mandela in zijn inaugurele rede in 1994

De zoektocht om je ‘licht’ te vinden en een baken te zijn.

Featured image

De bus is eindelijk gekomen en de reis kan beginnen.

 

Featured image

En aan het eind van die reis moet ergens het ‘licht’ zijn!

 

Featured image

Soms lijkt het alsof het ‘licht’ zich verschuilt.

 

Featured image

Het geeft je het gevoel dat je er naar op zoek moet gaan.

 

Featured image

Daar…..het ‘licht’ van anderen, dat moet het goede ‘licht’ zijn.

 

Featured image

Kijk die kleuren eens.
Dat moet het echte ‘licht’ zijn.

 

Featured image

Het ‘licht’ lijkt grillig en moeilijk te grijpen.

 

Featured image

Daar ……..achter mijn schaduw dát moet mijn ‘licht’ zijn.

STOP!!!!

 

Featured image

Je vindt jouw ‘licht’ niet bij anderen, nog in de vorm of in de verschijning.

 

Featured image

Je vindt het wanneer je in jezelf gaat kijken.
Je als het ware via je eigen blik naar binnen kruipt.

Vrij vertaald naar:

Baken van licht zijn.

‘Vaak is de gedachte dat als je een deel van de gevoelens van de ander opneemt en inslikt, je dichter bij die ander komt te staan, en hem helpt. Alsof je de last samen deelt. Maar door het te absorberen en in te slikken, verdubbel je de last alleen maar. De schaduw verdiept zich. Door mee te gaan in het lijden met een ander, laat je je kracht fragmentariseren; ze raakt versplinterd door de negativiteit in de ander. Je gaat denken dat je zelf niet gelukkig, tevreden en blij mag zijn, terwijl de ander lijdt. Het omgekeerde is echter het geval.

Werkelijk helpen betekent dat je je energie in dienst stelt van de oplossing van het probleem, niet van het probleem zelf. De sleutel daartoe is dat je jezelf gróter maakt en niet kleiner. Hoe meer zelfbewustzijn en onafhankelijkheid jij uitstraalt, hoe meer jij ‘de energie van de oplossing’ vertegenwoordigt en hoe meer je kan betekenen voor de ander, zonder dat het jou uitput. Als je gaat mee-lijden, bevestig je eigenlijk het probleem. Als je bij jezelf blijft, en niet mee-resoneert met de zware emoties van de ander, open je een ander perspectief, werp je een ander licht op de kwestie. Je laat je innerlijk licht erop schijnen, juist door niet ‘mee te trillen’ met de ‘energie van het probleem’. Werkelijk helpen is nooit het probleem van een ander oplossen. Het is een baken van licht zijn waaraan de ander zich kan spiegelen, zich kan optrekken en zich in kan verheugen: ‘kijk, zo kan het ook: hij of zij heeft iets wat mij raakt, wat mijn hart inspiratie geeft.’ Zo reik je de ander de ‘energie van de oplossing’ aan, niet door iets te doen voor hem, maar door iets te zijn en uit te stralen. Dat ís lichtwerk: op natuurlijke wijze zijn die je bent, vrede hebben met jezelf en deze vrede uitstralen naar anderen. Niet oplossingen bedenken voor anderen, niet de lasten van anderen innerlijk meedragen, maar ‘de oplossing’ energetisch neerzetten en verankeren op aarde.’

Pamela Kribbe

18 maart 2007

Centrum Zuiderlicht in Breda.

Begint je bewustzijnreis met onderweg durven zijn en je eigen ‘soepsteen’ vinden?

Featured image

Ergens is dat kooitje begonnen met knellen.

 

Featured image

Je hebt de hordes om op pad te kunnen gaan genomen.

 

Featured image

Je hebt gekozen en je gaat je pad beginnen.

 

Featured image

Dan lijkt het alsof je van je worteltjes gerukt wordt.

 

Featured image

Je je op verboden terrein begeeft.

 

Featured image

Op een trap die nergens naar lijkt te leiden.

 

Featured image

Een blinde muur die steeds maar weer opduikt.

 

Featured image

En al je stekels staan recht overeind.
Waarom IK?

 

Featured image

Er wordt aan je getrokken.
Je wilt…..je moet……je gaat op pad.

 

Featured image

STOP!!!!!!!!

Raap je eigen ‘soepsteen’ op, ga op pad en GENIET.

vrij vertaald naar een oud volkssprookje:

Je hebt het zelf in huis

 In een dorp, ver weg gelegen in een dal,

daar waar de Sem en de Mave bij elkaar komen, liep eens een vreemdeling.

Een idealist. Hij was altijd onderweg en genoot daarvan.

De vreemdeling nu had een lange weg achter de rug. Hij was hongerig en koud.

Bij een huis waar hij een vuur zag branden klopte hij aan.

Hij vroeg de vrouw des huizes of hij zich bij het vuur mocht warmen.

De kamer in het huis was al vol, maar de mensen, kinderen en groten, schoven een stukje op, zodat er voor hem ook een plaatsje vrij kwam.

Ze zagen er allemaal hongerig uit.

Er was geen eten. Dat dachten ze.

‘Ik zou graag soep op het vuur willen koken’, zei de vreemdeling.

‘Er is niets om soep van te maken’, zeiden de mensen bijna tegelijk.

‘Maar ik heb een soepsteen’, zei de vreemdeling, ‘daar kun je heerlijke soep van koken;

ik heb het al vaker gedaan. Al wat ik nodig heb is een grote pan en wat water’.

De mensen werden nieuwsgierig hoe je van zo weinig toch soep kon koken.

Enthousiast gingen ze om de grote pan op het vuur heen staan, waar het water met de steen erin al begon te pruttelen.

De vreemdeling proefde van de soep.

‘Het is nog smakeloos, eigenlijk zou er zout in moeten’.

‘Wacht’, zei een buurvrouw. ‘Ik heb nog wel wat zout thuis, ik zal het even halen’.

‘En ik heb nog wat worteltjes in de tuin’, zei een ander.

De soep dampte al behoorlijk en verspreidde heerlijke geuren.

‘De soep smaakt zo al veel lekkerder met zout en worteltjes erin.

Toch mis ik nog wat andere groenten’, zei de vreemdeling.

De man van een straat verder bedacht dat hij nog een restje bonen van de vorige dag had. Hij haalde het op.

En het kleine kind kon zich herinneren dat er achter de derde boom in het bos van die kruiden waren die oma vroeger ook wel eens voor de soep gebruikte.

Enthousiast geworden van elkaar haalde iedereen iets op waardoor er tenslotte een heerlijke soep ontstond.

Ze aten ervan, ze smulden ook.

De soep ging op, alleen de soepsteen bleef liggen.

De vreemdeling stond op om te vertrekken.

Ze wilden hem zijn steen teruggeven.

‘Die mogen jullie houden, dan kunnen jullie nog talloze keren soep koken en het anderen leren’, zei de vreemdeling.

Buiten gekomen zocht de vreemdeling weer een steen. Een mooie glinsterende.

Hij stopte hem in zijn rugzak en liep verder.

Hij genoot van het onderweg zijn.

 

Begint de lange, lange, lange reis naar bewustzijn met de 10 regels van assertiviteit?

Featured image

Of.
Is het het moment waarop je je wilde haren verliest?

 

Featured image

Of.
Wanneer je stopt met flirten en genieten van de vrolijke kant van het leven?

 

Featured image

Of.
Wanneer je stopt met de koetjes en kalfjes en alleen nog maar het serieuze praatwerk gaat doen?

 

Featured image

Of.
Wanneer je genoeg kennis hebt verzameld en je eigenlijk een soort uitgeleerd bent?

 

Featured image

Of.
Wanneer je het heel helder hebt wat je waard bent.
Niet voor 14% bijtelling gaan maar voor 100%?

Featured image

Of.
Wanneer je volgetankt en boordevol energie bent?

 

Featured image

Of.
Wanneer je een groot denker bent of iemand van belang?

 

Featured image

Of.
Wanneer je een andere identiteit hebt aangenomen?

 

Featured image

Of.
Wanneer je denkt dat je je on-ondekte talenten nog moet gaan verkennen?

 

Featured image

STOP!!!!!!

De reis begint bij jouzelf.

NU

Vrij vertaald met:

10 Regels die je op gang kunnen helpen om assertief te worden en/of te blijven.

1. Je hebt het recht zelf te oordelen over je gedrag en je gevoelens. Voor de consequenties daarvan ben alleen jij verantwoordelijk.

2. Je hebt het recht geen excuses of verklaringen voor je gedrag te geven.

3. Je hebt zelf te bepalen of je een oplossing moet zoeken voor een andermans problemen.

4. Je hebt het recht fouten te maken en daar zelf verantwoordelijk voor te zijn.

5. Je hebt het recht om van mening te veranderen.

6. Je hebt het recht te zeggen ‘Ik weet het niet’.

7. Het is niet nodig dat anderen je aardig vinden om effectief met ze om te kunnen gaan.

8. Je hebt het recht onlogisch te zijn bij het nemen van beslissingen.

9.Je hebt het recht om te zeggen ‘Ik begrijp het niet’.

10. Je hebt het recht te zeggen ‘Het kan me niet schelen.’

‘Succesvol functioneren als receptioniste’,

 Info Educare,

Amsterdam, 1995

 

Hoe een sprong van de Space Needle het begin kan zijn van een bewustzijnsreis.

Featured image

Sommige ervaringen zijn als een helder flitsend licht.

 

Featured image

Bijna een soort religieus besef.

 

Featured image

Je vraagt je af waar je vandaan  komt?

 

Featured image

En waar je naar onderweg bent?

 

Featured image

Het plaatst je wereld, ongewild, in een nieuw perspectief.

 

Featured image

Het gaat, plotsklaps, over gezondheid en je manier van leven.

 

Featured image

En welke spelregels er zijn waar je je aan hebt te houden.

 

Featured image

Een gevoel van ontworteld zijn.

 

Featured image

En dan weet je: ‘mijn grote bewustzijnsreis is begonnen’.

 

Featured image

Je weg kan lang zijn, vele omwegen kennen, onhandig en pijnlijk gaan, maar je weet dat je altijd onderweg bent naar ‘ECHT’.

Vrij vertaald naar:

En zeker bedoeld voor mijn jongste zoon L. Want worteltjes die gevormd worden zijn niet eens zichtbaar maar wel ‘noodzakelijk’. L. je doet het goed!

Bloeien

Wie een bewuste persoonlijkheid zoekt/is, zal toch de wetten van de ontwikkelingsfasen moeten volgen.

Men moet niet willen ‘bloeien’ voordat men voldoende blad gevormd heeft en ‘blad’ vormen is een weinig spectaculaire bezigheid!

‘De levensloop van de mens’

Bernard Lievegoed

uitg. Lemniscaat, 1997 (17)

Ik kom van de hemel met zijn sterren, ik kom van de stralende zon.

Featured image

Daar, daar kom ik vandaan.
Dat plekje daar rechts tussen mijn oor en mijn pootje.

 

Featured image

Ik ging als in een glij.

 

Featured image

Met veel toeters en bellen.

 

Featured image

Van een plaats waar ze geloofden in sprookjes.

 

Featured image

Gewoon via de locker van Amazon.

 

Featured image

Geloven jullie nog in sprookjes?

 

Featured image

Ik wel, want ze kwamen me gewoon halen.

 

Featured image

Met de boot.

 

Featured image

Tjonge wat ben ik blij dat ik weer bij jullie mag zijn!

Vrij vertaald naar:

De Halsketting van Maria Poppins

Maria Poppins bukte zich over de nieuwe wieg tussen de bedjes van Marc en Barbara, en legde er het bundeltje dekens voorzichtig in.

‘Eindelijk ben je er! Alle snavels en staartveren Ik dacht dat je nooit zou komen? Wat is het voor één?’, riep een krassende stem vanaf het raam.

‘Een meisje, Annemarie.’ zei Maria Poppins kortaf. ‘En ik wou graag, dat je wat rustiger was. Je krijst en krast als een troep eksters!’

Maar de spreeuw luisterde niet. Hij buitelde over de vensterbank, en iedere keer als zijn kop boven was, sloeg hij zijn vleugels opgewonden tegen elkaar. ‘Wat een feest! O. ik kan wel zingen!’

‘Annemarie!’ barstte hij los, ‘dat is een aardige naam!’

‘Wil je stil zijn!’ vroeg Maria Poppins, die met haar schort naar hem sloeg.

‘Nee!’ riep hij, haar handig ontwijkend. ‘Dit is geen uur om stil te zijn. Ik ga het nieuws rondvertellen’. Hij vloog het raam uit.

Een harde stem klonk schril bij het venster.

De spreeuw zat weer op de vensterbank. En achter hem aan kwam een heel jonge vogel, die onzeker op zijn pootjes waggelde toen hij neerstreek.

Hij vloog neer op de rand van de wieg en hielp het jong naast hem zijn evenwicht te vinden. De jonge vogel staarde met ronde, onderzoekende ogen om zich heen.

De spreeuw hipte naar het kussen, ‘Annemarie, liefje,’ begon hij met een hese, vleiende stem, ‘ik houd erg veel van een lekker, bros, knapperig stukje biskwie.’

Zijn ogen schitterden begerig. ‘Je hebt zeker niets bij de hand he?’

Het krullenkopje op het kussen bewoog.

‘Nee! Nou je bent misschien nog wat jong voor biskwie. Je zusje Barbara… een lief meisje was het, heel gul en aardig dacht altijd aan mij. Als jij nu in het vervolg een paar kruimpjes voor je oude vriend wil bewaren…’

‘Natuurlijk,’ zei Annemarie uit de plooien van de deken. ‘Braaf meisje!’ kraste de spreeuw goedkeurend.

Hij hield zijn kopje scheef en staarde haar aan met zijn rond, helder oog.

‘Ik hoop,’ zei hij beleefd, ‘dat je niet te moe bent na je reis.’

‘Waar is ze vandaan gekomen………………… uit een ei?’ tsjilpte het jong opeens.

‘Huh, huh!’ spotte Maria Poppins. ‘Denk je, dat ze een mus is?’ De spreeuw keek haar beledigd en uit de hoogte aan.

‘Nou, wat is ze dan? En waar komt ze vandaan?’ riep het jong schril, en hij klapperde met zijn korte vleugels en keek omlaag in de wieg.

‘Vertel jij het hem, Annemarie!’ kraste de spreeuw. Annemarie bewoog haar handen onder de deken.

‘Ik ben aarde en lucht en vuur en water,’ zei ze zacht.

‘Ik kom uit het duister, waar alle dingen hun begin hebben.’ ‘0, zo duister!’ zei de spreeuw zacht, en hij boog zijn kop. ‘Het was ook duister in het ei,’ tsjilpte het jong.

‘Ik kom uit de zee met zijn getijden.’ Ging Annemarie verder.

‘Ik kom uit de hemel met zijn sterren, ik kom van de stralende zon.’

‘0, zo stralend!’ zei de spreeuwen knikte. ‘En ik kom van de bossen op de aarde.’

Als in een droom bewoog Maria Poppins de wieg heen en weer, heen en weer.

‘Ja?’ fluisterde het jong.

‘Eerst ging ik langzaam,’ zei Annemarie, ‘en ik sliep en droomde. Ik herinnerde me alles wat ik geweest was, en ik dacht aan alles, wat ik worden zal. En toen ik mijn droom gedroomd had, werd ik wakker en kwam vlug.’

Ze zweeg even, haar blauwe ogen vol herinneringen.

‘En toen?’ drong het jong aan.

‘Ik hoorde de sterren zingen toen ik kwam langs de wilde beesten van het woud en ik ging door het diepe, donkere water. Het was een lange reis.’ Annemarie zweeg.

‘Ja een lange reis!’ zei de spreeuw zacht, en hij hief zijn kop op. ‘En, ach, zo gauw vergeten!’

Annemarie bewoog onder de deken.

‘Nee!’ zei zij vol vertrouwen. ‘Ik zal het nooit vergeten.’

‘Larie! Bij alle staarten en klauwen! Natuurlijk vergeet je het! Tegen het einde van de week herinner je je er geen woord meer van wat je bent, of waar je vandaan kwam.’

In haar flanellen trappelzak schopte Annemarie wild. ‘Jawel. Jawel. Hoe zou ik het kunnen vergeten?’

‘Omdat ze het allemaal vergeten!’ hoonde de spreeuw.

Hij tipte zijn jong van de rand van de wieg en vloog naar de vensterbank.

‘Kom mee jongen’, en vloog met hem het raam. uit.

Annemarie was een week oud voordat de spreeuw terug kwam. Maria Poppins schommelde bij het flauwe schijnsel van het nachtlichtje zachtjes de wieg heen en weer, toen hij eraan kwam. Hij boog zijn kop naar de wieg. ‘En hoe staan de zaken? Slaapt Annemarie?’

Er was even een beweging in de wieg. Annemarie opende haar ogen.

‘Hallo!’ zei ze . ‘Ik wachtte op je.’

‘Ha!’ zei de spreeuw, die op haar afschoot.

‘Er is iets wat ik wilde onthouden,’ zei Annemarie met rimpels in haar voorhoofdje, ‘en ik dacht, dat ik er door jou op zou komen. ‘

Hij schrok op. Zijn donkere oog schitterde. ‘Hoe zijn de woorden?’ zei hij zacht. ‘Zo?’

En hij begon hees fluisterend: ‘Ik ben aarde en lucht en vuur en water…’

‘Nee! Nee!’ zei Annemarie ongeduldig. ‘Natuurlijk niet.’

‘0,’ zei de spreeuw ongerust. ‘Ging het over je reis? Je kwam uit de zee met zijn getijden, je kwam uit de hemel met. . ..’

‘Och doe niet zo dom!’ zei Annemarie. ‘De enige reis die ik ooit heb gemaakt was vanmorgen heen en terug naar het park. Nee, nee… het was iets belangrijks. Iets wat met een B. .. begon.’ Opeens kirde ze. ‘Ik weet het weer!’ riep ze.

‘Het is biskwie. Een half biskwietje op de schoorsteenmantel. Michiel heeft het na de thee laten liggen!’ ‘Is dat alles?’ vroeg de spreeuw verdrietig.

‘Ja natuurlijk, zei Annemarie geprikkeld. Is het niet genoeg? Ik dacht dat je blij zou zijn met een lekker stuk biskwie?’ ‘Dat ben ik ook, 0 dat ben ik ook!’ zei de spreeuw vlug. ‘Maar’

Annemarie draaide haar hoofd om op het kussen en sloot haar ogen.

‘Praat nu niet meer, wil je!’ Zei ze. ‘Ik wil slapen.’

‘Ze is het vergeten’ zei hij met een hapering in zijn gekras.

‘Ze is het helemaal vergeten. Ik wist het wel. Maar, och liefje, wat jammer! ,

‘De halsketting van Maria Poppins’              

L. Travers

uitg. Ploegsma, Amsterdam 1976