Wat hebben schuttingen met ouderschap 2.0 te maken?

Dinsdagmorgen zag het er nog zo uit.

 

En vanaf woensdagmiddag ziet het er zo uit.

 

Dit was twee weken geleden nog toen ik mijn plogje over ‘boom‘ deed.

 

En dit is is het nu.

 

Het voelt zó kaal, zó open en zó onbeschermd.

 

We wonen in een nieuwe wijk.
Zelfs als de huizen nog niet helemaal klaar en bewoond zijn

 

komen er schuttingen omheen

 

om te beschermen, te beschutten en de eigen ruimte overzichtelijk houden.

 

Ik snap dat wel. Gewoon je eigen kleur, idealen en veiligheid.

Dat wat me dierbaar is wil ik beschermen, veiligheid bieden en overzichtelijk houden.

Zeker wanneer dat over kinderen gaat ken ik dat gevoel.

Ik kom ouderschap tegen in vele vormen.

 

Zoals die van mijn lieve vriendin M met haar prachtige buik, ieder moment kan ze bevallen. Samen met haar man en hun twee meiden wachten ze op de komst van de kleine.

 

Zoals die van S en haar partner. Twee vrouwen prachtige vrouwen die nu pleegouders zijn van twee 3 maanden oude jongetjes. K en S hebben nog steeds een verbondenheid in hun wensouderschap.

 

Zoals ‘gezamenlijk’ ouderschap bij BOR, van vaders en moeders die niet meer van elkaar houden en in één huis wonen.

 

En mijn ‘eigen’ gezinssysteem waarbij 3 (x 2) volwassenen zich verantwoordelijk voelden voor de veiligheid en het opgroeien.

 

En dan zijn er nog die ik graag de ‘dochters van mijn ziel’ zou willen noemen. M. R. en D. Drie prachtige meiden die hun portie in dit leven hebben gehad en daar schitterend mee omgaan. Ze kwamen als volwassen vrouwen zo mijn ziel binnengewandeld.

Of M. die zich mijn ‘BOR’ dochter noemt.

En iedere ouder wil graag zijn kind beschermen, veiligheid bieden en de ‘eigenheid’ bewaken.

Als ik naar mijzelf kijk, staat er geen schutting om ‘mijn’ ouderschap.

Ik geloof in de uniciteit van het biologisch ouderschap. Of zoals we bij BOR vinden dat ieder kind in contact moet zijn met zijn biologische vader én met zijn biologische moeder. In de woorden van Ed Spruijt die zegt: ‘beter 5 minuten goed contact, dan geen contact’ en met het beeld van Else-Marie van den Eerenbeent  van de liefdesladder.

Bij het weghalen van mijn schuttingen heb ik me gerealiseerd dat het belangrijk is om de waarde te herkennen van veiligheid, bescherming en idealen.

In ons systeem hebben we de 5 gulden regels van de vijfhoek (verbonden met ons Pentakelhuis) om bescherming, beschutting en kadering te geven:

Regel  1 Respect 

Regel 2 Wat tussen de koppels is blijft tussen de koppels

Regel 3 Ieder heeft zijn eigen gekke dingetje

Regel 4 Als iets van invloed is dan breng je het in

Regel 5 Humor

 

Het wonderbaarlijk dagelijks leven van Eggie.

Overal, écht overal, schijn ik voor ingeschakeld te kunnen worden.
Zeg nou zelf, soms pakt dat heel erg leuk uit maar soms is het gewoon bijzaak of kom je nadat Chesto de Hollandse Herder Ruwhaar zijn gekke dingetje heeft gedaan.

 

Oh ja dan is er zoiets als met groennatuurbomen en dieren?
Wellicht ook iets met gezond en daar hang je dan weer.
Tussen de glazen.
Gelukkig niet erin.

 

Echt overal gaat ‘Eggie’ en de laptop mee. EngelandSeatlleBroek in Waterland en Las Vegas.

 

Komt er een pakket.

 

Gaat het open.

 

Moet dat weergeven hoe klein, knullig ringetje in zo ’n groot pakket zit.

 

Oh ja, dan hebben we ook nog BORBORBORBORBOR en BOR…….zó saai.

 

Dat ochtendritueel was al geheel niet boeiend.
Laat staan dit avondritueel.
Allemaal nep natuurlijk.
In dat Pentakelhuis met die rietenkap komt natuurlijk gewoon geen echt vuur.

 

Dan is deze pas echt leuk.
Gewoon een daagje met zus naar den Bosch.
Wat tweedehands passen en je mag raden wie dit is?
Buiten dit alles staan de relatie met K, het familiesysteem en bewustzijn een vorm van centraal.

Meestal verschijnt hieronder dan een ‘vrij vertaald naar’ tekst.

Vanaf nu blijft Eggie toch de bindende factor maar zullen teksten vertalingen zijn met mijn ‘eigen‘ woorden.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Wat Eggie met egeltjes heeft?

Eggie heeft iets met egeltjes. Altijd al gehad.

 

Soms bof je en heb je een meer dan welkome logé.

 

Hé wacht even ben jij niet een beetje te vroeg wakker en op pad.
Het is pas eind februari.

 

Oh nee hè, dit gaat niet goed.
Het zit stil en beweegt niet meer.

 

Eerst maar eens binnenhalen, in een handdoekje op een goed plekje op de vloerverwarming.

 

Eerst maar eens op de site van de dierenambulance kijken en bellen.

 

Aha, ik moet toch naar Almere dus het kan wel mee. Netjes in een bakje, in de gordel en de stoelverwarming aan. Onderweg is ie nog even aan de wandel gegaan. Niet handig natuurlijk maar er zit nog leven in. Gelukkig.

 

Er even in de vergadering tussenuit.

 

En ja hoor een déjà vu. We hebben er al eens eerder afgeleverd. Het zal toch niet dezelfde zijn geweest?

 

En wie hebben we daar wéér, het zal toch niet waar zijn: ‘een molletje’.

Is het redden van egeltjes en molletjes die de oprit verzakken zo n verward knoedeltje van mij. Het lijkt zich te blijven herhalen :-).

Vrij vertaald naar:

Het Kleed

Er was eens een Koning die van plan was om met ieder van zijn onderdanen een prachtig kleed te weven, voor ieder apart een eigen ontwerp en patroon.

Hij de schering en zij de inslag.

Maar nu waren er mensen in zijn Rijk die dachten dat ze er met één draadje al waren!

Zelfs als dat al direct bij het begin was afgeknapt of als ze het in een verwarde knoedel hadden gedraaid.

De Koning zou het immers wel weer in orde brengen en na één eigen draadje weven waren ze immers klaar.

Dat bleek een enorm misverstand te zijn!

Ze hadden niet begrepen, hoe groot de liefde van de Koning voor de zijnen wel was dat Hij voor ieder een eigen patroon had bedacht, of liever, samen met hen het patroon wilde bedenken en uitvoeren, in allerlei verschillende kleuren, niet alleen lichte, maar ook diepdonkere.

En hoe groot Zijn geduld wel was!

Dat Hij het met ieder tot voltooiing wilde brengen, met en voor ieder van hen.

Ook het geduld om te wachten totdat ieder zijn eigen verwarde knoedel zou ontwarren en de draad weer verder weven, al moesten ze daar vele jaren voor terugkomen.

Zijn inspiratie hielp hen daarbij.

Hij had geen haast, zoals zij die er te hard aangerukt hadden of anderen die telkens bij hetzelfde onderdeel van één patroon waren blijven steken.

En Hij bleef met hen bezig totdat het héle kleed klaar was, zoals zij het samen hadden ontworpen.

Toen pas begrepen ze dat zij zelf het kleed waren geworden, verweven met de liefde van de Koning.

En hoe het kleed een onderdeel was van een groter geheel en allen samen hadden geweven aan het ene grote kleed van het Koninkrijk.

‘Het onbekende venster’

Joanna Klink

uitg. Ten Have, Baarn, 1989

Van die ene boom die ‘trouw’ is aan zichzelf.

Oké, oké ik snap hem al.

Het heeft wat geworstel gekost. En heel de week langs die enkele boom rijden confronteerde mij steeds met mijn geworstel.

Ik werd boos. Boos op die mannen die daar aan de slag waren. Boos op die boom. Want waarom zou je daar in je uppie blijven staan. Hup ga gewoon aan de wandel. Zoek een andere alleenstaande boom.

Je gaat daar toch niet vrijwillig blijven staan? Niemand die je beschermt, bemoedigt en troost. Zoek een bondgenoot. Wees samen boos. Meldt je aan als woordvoerder van boze bomen.

Maar uiteindelijk begon het te dagen. Wanneer je daar in je uppie staat ben je:

  • herkenbaar
  • zichtbaar
  • een ijkpunt

Kortom ik hou van deze boom omdat hij opvalt, herkenbaar is, een ijkpunt onderweg en heel de weg verlang ik er naar om hem te zien.

Die boom wil ik zijn:

Trouw aan mijzelf en aan de waarden die dienend zijn.

Met stevige wortels staan voor waar ik in geloof.

Niemands geweten, geen politieagent of een opvoeder willen zijn.

Bemoedigen  en vertrouwen hebben vanuit geweldloos verzet.

En ja…..mocht je me nu een beetje vreemd vinden?

Dan is dat de consequentie die ik aanvaardt.

 

 

 

 

 

 

 

Boom

Onderweg naar mijn werk kwam ik dit bord tegen.

 

Ook al rooien ze álle bomen, er kan er zomaar eentje blijven staan. Deze heeft een blauwe streep op zijn bast.

Waarom? Vraag ik me af. Al die bomen moeten toch gerooid en versnipperd worden?

Dit moet wel een hele bijzondere boom zijn. Zo anders dan de anderen. Waarom zou hij anders mogen blijven?

Hoe fijn zou het zijn dat jij, als boom, mag blijven staan en de rest wordt tot pulp vermalen? Je moet echt anders dan de anderen zijn. Je moet iets extra’s kunnen, iets bijzonders weten of gewoon iets voor iemand betekenen.

Maar ja, wil je eigenlijk wel zo speciaal zijn? Je bent ineens wel heel erg erg zichtbaar, voor iedereen.

En dat niet alleen, je vangt ook nog eens alle wind en regen. Er is niets meer waar je je achter kunt verschuilen Geen medeboom die jou nog bescherming biedt. En uiteraard vindt iedereen er ook nog iets van, zo van: ‘tjeetje wat een mager boompje is dat, hadden ze niet een andere uit kunnen kiezen?’

Soms, heel soms voel ik wel wat herkenning met die boom.

Gelukkig heb ik sterke wortels, die heel diep gaan.

 

En hier gaat het natuurlijk niet om een boom. Dat huis daarachter. Dat is ons huis.

Voor K met wie ik woon in dat Pentakelhuis en die soms die ene boom is, met zijn kruin ver in de Cloud. En voor mijn jongste zoon L Gelukkig heb je diepe wortels en ben je stevig genoeg om alle wind te vangen.

Vrij vertaald naar:

Met SQ wordt bedoeld de intelligentie waarmee we problemen van zingeving en waarde aanpakken en oplossen, de intelligentie waarmee we onze daden en ons bestaan in een ruime, vruchtbare, zingevende context plaatsen, de intelligentie waarmee we bepalen dat de ene handelswijze of levensweg zinvoller is dan de andere. SQ is de onmisbare grondslag voor een effectief functioneren van het IQ en het EQ. Het is de essentie van onze intelligentie’.

Aanwijzingen voor een hoog ontwikkeld SQ zijn onder andere:

  • het vermogen flexibel te zijn (actieve en spontane aanpassing);
  • een hoge graad van zelfbewustzijn;
  • het vermogen lijden onder ogen te zien en ten goede aan te wenden;
  • het vermogen pijn onder ogen te zien en te overstijgen;
  • zich laten inspireren door visies en waarden;
  • de onwil onnodig leed te veroorzaken;
  • de neiging verband te zien tussen uiteenlopende dingen
  • een uitgesproken neiging om vragen als ‘waarom’ of ‘wat gebeurt er als’ te stellen en naar ‘fundamentele’ antwoorden te zoeken;
  • ‘veld-onafhankelijk’ zijn, zoals psychologen het noemen: het vermogen hebben om tegen conventies in te gaan.

Spirituele intelligentie
Danah Zohar en Dr. Ian Marshall.
uitg. Kosmos Utrecht, 2000

 

 

 

 

 

Eigenlijk, eigenlijk zijn wij héél erg saai bij BOR.

En geloven we dat bij herhaling de spiegelneuronen aan het werk gaan.

 

Bij BOR staan de kinderen centraal.

 

We bieden ze een plek waar we regels en afspraken hebben.

 

Tuurlijk weten we dat dat ouders volwassenen zijn die het soms onhandig doen.

 

Soms lijkt het wel dat ouders een soort burnout verschijnselen krijgen wanneer ze te veel strijden.

 

Maar we geloven bij Humanitas ook heel sterk dat iedere ouder een goede ouder wil zijn.

 

Daarom roepen we héél vaak dat de kinderen kanjers zijn en zo veel meer ‘weten’ dan dat ze laten zien of zeggen.

Dus…………… blijven herhalen en worden we heel saai.

Vrij vertaald naar Reinalda Kerseboom.

Het symbool geeft als eerste antwoord.

Janco komt in mijn spelkamer omdat zijn ouders tamelijk recent zijn gescheiden. Iris komt op een ander tijdstip spelen omdat haar vader 2 jaar daarvoor plotseling is overleden.
Allebei de kinderen hebben psychische problemen. Ze slapen slecht, zijn huilerig en chagrijnig. Hebben geen plezier in school en kunnen zich niet goed concentreren.
Spelen helpt dan. In de spelkamer wordt anders gespeeld dan alleen thuis of met leeftijdsgenoten. De spelkamer is een plek waar je je verhaal mag doen met symbolisch of creatief materiaal en er is een volwassene die zo meespeelt dat het verhaal eerst gehoord wordt en vervolgens een andere wending kan krijgen.
Janco en Iris missen allebei hun vader.  Met Playmobil en ander speelgoed laten zij mij zien wat er in hun binnenwereld leeft. Daar zijn woorden soms handig bij, maar niet altijd nodig.

Janco was laaiend boos op zowel zijn vader als zijn moeder. In het echt kon hij met die boosheid geen kant op, bang als hij was ze allebei of een van beiden te kwetsen of kwijt te raken. Spelen gaf hem wel de mogelijkheid zich te uiten. Weken achtereen bouwde hij met allerlei spullen een stad. “Rampenstad” noemde hij het. In die stad reed een auto rond met een baby als chauffeur. Die baby kon natuurlijk nog niet goed autorijden en daarom gebeurden er allemaal rampen waar een vader en een moeder slachtoffer van werden. “Net goed”, zei Janco vaak.
Iris was vooral in de war en vond het moeilijk zichzelf weer toe te staan om blij te zijn. In het echt had ze het nooit meer over haar vader. Ze kon het woord papa zelfs niet meer uitspreken. Ze legde thuis zonder dat moeder het zag wel heel regelmatig iets moois neer bij zijn foto op het buffet. In de spelkamer kon ze er lange tijd maar niet toe komen te kiezen wat ze zou willen spelen. Maar op een goed moment koos ze voor het poppenhuis, dat ze inrichtte en waar een moeder met haar kinderen leefde.

Wat de levensverhalen van Janco en Iris gemeenschappelijk hebben is dat op een goed moment hun moeders weer verliefd werden. En dat ze een poos later allebei aan mij vroegen hoe ze dit hun kind het beste konden vertellen. Zowel de moeder van Janco als de moeder van Iris waren er van overtuigd dat ze de verliefdheid en de potentiële nieuwe partner voor hun kind verborgen hadden weten te houden. En dat hadden ze gedaan om hun kind niet verder in de war te brengen. “Je bent de eerste aan wie ik dit vertel”, zeiden ze. “Niemand weet het nog”.
Ze waren dan ook nogal verbaasd dat ik, via de symbooltaal van hun kinderen, allang op de hoogte was van die nieuwe man in hun leven.
In Janco’s spelverhaal was namelijk ineens een 2e vader (samen met de echte vader van de baby in de auto) aanwezig. Janco sloot ze samen ergens op met de mededeling: “zo laat die hier maar een poosje samen zitten, aan jullie heeft de baby ook niks”.
En in Iris haar poppenhuis verscheen ineens stilletjes en bijna verborgen een manfiguur. Ik ontdekte hem de eerste keer pas na afloop van de sessie tijdens het opruimen. Iris had die man op de bank neergezet. Hij was er alleen maar, als een soort baken of stille getuige, terwijl in het spel de moeder en de kinderen bij een foto samen treurden om een overledene. In de volgende sessies bleef die man op de bank zitten, maar hij was er steeds.

 

Het gaat maar gewoon over een rode schoen en een roze sok.

 

Dag vader met de rode schoen.

 

Dag moeder met de roze sok.

 

Dag stomme rode schoen.

 

Nee, dag stomme roze sok.

 

Nee, jij hebt pas een stomme rode schoen.

 

Nee, jij hebt pas een stomme roze sok.

 

Jij bent stom met die stomme rode schoen.

 

Nee, jij bent stom met die stomme roze sok.

 

Jij bent stom. Nee, jij bent stom.

 

Tjeetje jullie zijn stom. Het gaat om jullie kind.

Vrij vertaald naar:

Dag Papegaai, zei de Pinguïn.
Dag Papegaai, zei de Papegaai.
Nee, zei de Pinguïn, jij moet dag Pinguïn zeggen.
Nee, zei de Papegaai, jij moet dag Pinguïn zeggen.
Nee, zei de Pinguïn, ik ben een Pinguïn.
Nee, zei de Papegaai, ik ben een Pinguïn.
Jij bent een Papegaai, zei de Pinguïn.
Jij bent een Papegaai, zei de Papegaai.
Stomme Papegaai, zei de Pinguïn.
Stomme Pinguïn, zei de Papegaai.

Erik van Os