Soms wordt de kou aan de buitenkant bijna de kou aan je binnenkant.

Zou koud aan de buitenkant ook koud aan de binnenkant voelen?

 

Zoek je dan een holletje om je te ‘verstoppen’?

 

Of een zonnige plekje zodat de zon je laat smelten?

 

Zorg je voor jezelf aan de binnenkant met ‘groene’ sapjes?

 

Zoek je ver’lichting’ om je binnenkant op te laten gloeien?

 

Soms ontmoet je mensen die aan de binnenkant koud zijn geworden door wat ze aan de buitenkant mee hebben gemaakt.

 

Ieder mens heeft zo zijn reden waarom hij geworden is zoals hij is.

 

Elke situatie kent meerdere zichtpunten.

 

Het is soms vanuit welk standpunt je de situatie bekijkt.

 

Van standpunt veranderen en op zoek gaan naar een ‘nieuw’ zichtpunt helpt soms om de kou, aan de binnenkant, te laten verdwijnen.

Met dank aan mijn vader die dit prachtige miniatuurtje gemaakt heeft. Het staat op de belangrijkste plek in huis.

Vrij vertaald naar:

Mensbeeld

Ik ga er van uit dat elk mens, binnen zijn vaak beperkende en soms diepkwetsende levensomstandigheden, er het beste van probeert te maken.

Op die manier kijk ik naar scheefgroei en kan ik op een vriendelijke – niet veroordelende -manier de ander helpen zoeken naar de goede redenen die hij heeft gehad om te worden wie hij nu is.

Van daaruit geloof ik ook in de mogelijkheden, die bij ieder mens naar boven komen, als zij geholpen wordt om het beste in zichzelf te zoeken, van onder de vele lagen die zij over hun kwetsbare zelf hebben opgetrokken.

Mijn optimistische mensvisie houdt niet in dat ik geloof dat alles voor groei en verandering vatbaar is en dat ik blind hoef te zijn voor de verschrikkelijke dingen die mensen zichzelf en anderen soms aandoen.

Het betekent eerder dat ik het ook zinvol vind om aanwezig te zijn en te blijven bij lijden waarvan mij de zin overstijgt, dat ik geloof dat wij iets wezenlijks bieden wanneer we met onze persoon – en niet met onze technieken – bondgenoot durven te zijn op terreinen waar we alleen maar onze machteloosheid kunnen erkennen.

Ik vind het waardevol om in contact te zijn met hoe die persoon zich op het moment zelf aan mij verschijnt.

Gids voor gesprekstherapie

Mia Leijssen

uitg. Elsevier/De Tijdstroom, Maarssen

1999 (2e druk)

 

Alle ouders zijn ‘trots en blij met de geboorte’ van hun kind, maar ze zijn niet altijd blij met elkaar.

Alle vaders en moeders houden van hun kind wanneer het geboren wordt.

 

Alle stekeligheden van het leven worden even vergeten.

 

Ze zijn gewoon blij met hun kind.

 

Maar het kan gewoon gebeuren dat die rode schoen en die roze sok ineens weer belangrijk worden. Want nou ja vaders en moeders zijn ook gewoon mensen.

 

En wanneer dat té veel en té vaak gebeurt, lijkt het wel of ze in hun eigen glazen huisje gaan zitten. Ze vergeten dat ze een kind hebben waar ze van houden.

 

Als kind sta er je er dan ineens helemaal buiten. Zoiets als een klein lichtpuntje, maar wel op afstand.

 

Je kunt roepen wat je wilt maar je zit als het ware vastgeplakt aan de buitenkant van hun glazen huis. Ze zien je wel maar ze horen je niet.

 

En soms moet er gewoon iemand roepen: ‘STOP, kom uit je glazen huis. Kijk naar je kind. Jullie hoeven elkaar niet meer aardig te vinden of in één huis te wonen. In het bijzijn van je kind doe je de ‘koetjes en de kalfjes’en zorg je dat je het goed hebt.’

 

Bij Humanitas BOR roepen wij dat heel hard, maar eigenlijk vinden wij dat iedereen dat moet roepen.

Vrij vertaald naar:

Ideaalbeelden

Mensen hebben een beeld van hun ideale partner. Dit ideaalbeeld is hen opgedrongen door de maatschappij, door ouders, door de film, door verkeerde vrienden. Als er iemand voorbijloopt die toevallig op hun ideaalbeeld lijkt, dan projecteren mensen dat beeld zo groot over deze persoon heen, dat zij de echte persoon niet meer kunnen zien. Zij zien alleen hun eigen ideaalbeeld, dat kan lopen en praten en vrijen, en worden daar verliefd op. Vervolgens gaan zij een relatie aan met hun ideaalbeeld en daar kunnen ideaalbeelden slecht tegen. Ideaalbeelden vervagen onder de invloed van tijd. Het vergrootglas van een gemeenschappelijk gevoerd huishouden doet de rest: de echte partner komt tevoorschijn.

Sommige mensen hebben geluk, die kunnen het goed vinden met deze persoon. Andere mensen zijn minder fortuinlijk: hun partner blijkt een onmens, een gek, een oninteressante figuur. De reactie van de meeste ongelukkigen op deze situatie is even begrijpelijk als tragisch: zij gaan proberen hun partner te veranderen. Dit is tot mislukken gedoemd. Het is moeilijk, zo niet onmogelijk, om mensen te veranderen. Het is nog drie keer onmogelijker om mensen te veranderen in een ideaalbeeld. Het einde van dit liedje is meestal, dat mensen ongelukkig worden. Vroeger werden ze samen ongelukkig, nu gaan ze uit elkaar en worden ongelukkig.

Ongeveer dit verhaal vertel ik met enige regelmaat aan mensen die met relatieproblemen bij me komen. Als ik het heb verteld, valt er een stilte. Ik wacht dan totdat iemand vraagt: ‘Dus we moeten uit elkaar?’ En dan zeg ik: ‘Nee, maar er is een grens aan wat jullie met mij kunnen bereiken. Ik kan jullie niet veranderen en jullie kunnen elkaar niet veranderen. Het enige dat jullie kunnen leren is ruzie maken, want de manier waarop jullie dat nu doen is hopeloos ineffectief. Meestal zeg ik dat Schopenhauer en Freud mijn verhaal hebben bedacht. Tegenwoordig vinden genetici steeds meer bewijzen voor de stelling dat persoonlijkheidskenmerken zijn ingebakken, dus daar kan ik fijn mee schermen. En sinds vorige week kan ik ook dokter Dick Barelds aanvoeren. Barelds promoveerde in Groningen op onderzoek naar de invloed van karakter op intieme relaties. Zijn conclusie: mensen die een relatie aangaan, hebben geen idee wie ze voor zich hebben. Pogingen om de partner te veranderen zijn zinloos. Als de liefde voorbij is heeft repareren geen zin. Als de liefde er wel is, moeten mensen leren aangeven wat ze willen en vechten voor hun belangen. Dat is iets heel anders dan toegeven voor de lieve vrede.

Gaat dus heen, mensen, hou van elkaar en maak ‘effectief’ ruzie.

Het Volkskrant Magazine

15 februari 2003

PSYCHO

Jean-Pierre van de Ven

 

Iets over mijn ochtendritueel. De vraag is … wil je dit wel van me weten?

Zelf vindt ik het prachtig om iets van Vet GezelligLisanne of Martine te volgen. Al die kijkjes in iemands leven. Prachtig.

Mijn ochtendritueel begint met wakker worden met ‘Two Silver Trees‘ en dat een half uurtje laten sluimeren. Dat sluimeren is K. hè.

Eerst een rondje met het hondje. Chesto heeft hier zijn nieuwe superriem. Hij volgt míj nu zelfs een beetje.

 

Als ik thuis kom heeft K. mijn ontbijt klaar staan.

 

K oefent zijn Barista  skills.

 

En na 1 kopje koffie vindt ik de wereld echt veel leuker.

 

Krantje, Ipadje en mobiel erbij en de dag kan niet meer stuk.

 

Op mijn werkdagen, zelfs wanneer het regent, is alles na dit ritueel veel leuker.

 

Oh ja…..ik ben natuurlijk één belangrijk ochtendritueel vergeten maar zeg nou zelf: ‘je wilt Eggie toch niet in zijn nakie zien?’

Toch, ergens in mijn achterhoofd, blijft een stemmetje zeuren.  Zou je dit wel willen weten van je kinderen? Of nog sterker willen je kinderen dit wel van mij als ouder weten.

Voor G, R en L.
Ik hoef niet alles van jullie te weten. En jullie niet alles van mij.
Tenzij nood, dan mag alles gezien en gehoord worden.

Vrij vertaald naar:

Je hoeft maar weinig te weten.

Er zijn maar weinig dingen die je moet weten
om een wijze ouder te worden.

Je moet weten dat je zult sterven,
want pas dan zul je echt kunnen leven.

Je moet weten wanneer je genoeg hebt,
want dan pas kun je tevreden zijn.

Je moet weten wat lachen is,
want pas dan kun je jezelf beter maken.

Er zijn zoveel dingen die je niet hoeft te weten.

Je hoeft niet te weten
wat je kinderen precies denken of doen.

Je hoeft hun dromen
en diepste verlangens niet te kennen.

Je hoeft niet te weten
wat het leven voor hen en voor jou in petto heeft.

Leef je eigen leven met hart en ziel.

Laat je kinderen hun eigen leven leiden.

Ze zijn er wonderwel toe in staat.

 

De Tao Te King voor ouders
William Martin
uitg. Becht, 1999

 

 

Na inkeer, verwachtingen op naar een TOP 2016

De Stilte periode hebben we doorgebracht in Broek in Waterland.

 

Waar alles gewoon prachtig ‘echt’ eeuwen oud is.

 

Op zoek naar onze verwachtingen voor 2016.

 

Uiteraard, uiteraard je zou er op kunnen broeden maar dat is geen garantie voor resultaat.

 

Nee Eggie, niet die verwachtingen.

 

Het gekke met verwachtingen is…..

 

Dat je hoopt dat ze naar je terugkomen.

 

Niet jezelf vastpinnen.

 

Meer het zoeken naar een evenwicht in beweging.

 

En rust.

 

De uitdaging met jezelf aangaan.

Voor mijn dierbare vriendin L.  een ‘top’mens is die af en toe een beetje ge’tob’ heeft.

Op naar een TOP 2016

Vrij vertaald naar:

Over tobtijden en toptijden

De laatste tijd heb ik nogal eens momenten waarop ik me helemaal niet goed voel, zonder dat ik nou kan zeggen wat er precies is. Het is lastig als je stemming bepaald wordt door iets wat je niet onder woorden kunt brengen. Je kunt er dus ook niet over communiceren met anderen. Ze merken wel aan je dat je anders bent dan anders, en met name anders dan zij je graag zien, maar je kunt niets uitleggen. Ooit heb ik om die reden een hond genomen. Die hoef je namelijk niets uit te leggen, die vindt je toch wel goed zoals je bent. Honden zijn echte meesters in onvoorwaardelijke liefde!

Mijn hond is echter al een tijdje dood, en ik zal het nu dus echt zelf moeten doen, ik zal die onvoorwaardelijke liefde aan mezelf moeten geven. Dat lukt vaak wel, en soms ook helemaal niet. Hoe doe ik dat? Door bijvoorbeeld voor de spiegel te gaan staan en tegen mijn spiegelbeeld te zeggen: het maakt niet uit wat er met je aan de hand is en hoe je je voelt. Ik hou toch van je! En iedere keer als er weer een nare gedachte voorbij komt, tegen mezelf te zeggen: het maakt niet uit, ik hou toch van je.

Die gedachten komen en gaan, maar af en toe lijkt het alsof er meer komen dan gaan en dan wordt het wel erg vol in mijn hoofd. Dan kan ik het niet bijbenen met onvoorwaardelijke liefde naar mezelf te sturen. Ik heb geleerd om me in dit soort tijden terug te trekken in mijn eigen hel en niet te verwachten dat anderen me kunnen helpen. De meeste mensen kunnen dat namelijk niet. Ik zelf kan het op zo’n moment ook niet, maar ik kan mezelf wel iets geven wat de meeste anderen niet kunnen. Ik kan tegen mezelf zeggen: ik weet ook niet waarom je je zo voelt, maar het is helemaal oké. Je hoeft het niet te weten en het hoeft niet anders te zijn dan het is. Het is zoals het is en ik blijf van je houden, wat er ook gebeurt.

In dit soort tijden val ik terug op een prachtige vrouwelijke kwaliteit (1): het kunnen verdragen. Zolang ik het niet kan veranderen, zal ik het verdragen. Ik beloof mijzelf dat ik mijzelf hierin zal blijven dragen, net zo lang tot het klaar is. En omdat ik niet meer zo piepjong ben en al wel het een en ander doorstaan heb, weet ik inmiddels dat alles voorbij gaat, ook dit. Er zal weer een tijd aanbreken dat ik weer gewoon vrolijk ben en bruis van energie. Dat maakt dat ik het vol kan houden.

Vaak merk ik achteraf ook dat een tobtijd vooraf gaat aan een toptijd. Kennelijk moet er in een tobtijd veel innerlijk werk verzet worden. Het is een tijd van grote schoonmaak. Als dat achter de rug is, voel ik me helderder, puurder en energieker dan ik ooit geweest ben.

Een tobtijd is niet verkeerd. Het gebeurt niet omdat ik iets fout heb gedaan. Ik geloof niet in goed bedoelde spirituele uitspraken dat je op ieder moment gelukkig moet kunnen zijn. Ik kan het in ieder geval niet en ik word er niet blijer van als ik dat wel van mezelf eis.

Iemand zei eens tegen me: als je aan het tobben bent, moet je eigenlijk helemaal lekker in de tobbe gaan zitten. Dat vond ik een mooi advies. Het sprak me wel aan: lekker ronddobberen in een tobbe. Ik beschouw het maar als een tijd van ziekte, want het lukt me dan toch niet om op een ‘normale’ manier te functioneren. En soms noem ik het gekte, want zo voelt het ook wel een beetje.

Marian van den Beuken

(1) Niet alleen vrouwen beschikken over vrouwelijke kwaliteiten; mannen zeker ook.

 

 

 

Een stilte periode

Ssstttttttt…..in onze voortuin ligt een egeltje in Winterslaap. Soms trekt dat idee me zo aan.

 

Alles op een laag pitje. Tijd voor MijmeringenInkeer en reflectie.

 

Even mezelf met fluwelen handschoentjes aanpakken.

 

Zo rond de kortste tijd van het jaar beginnen.

 

Een beetje Thuis bij mijzelf.

 

Gezicht en leven op neutraal.

 

Een beetje verdwalen in het Verleden.

 

En dan de weg weer terugvinden met Uber als voorbereiding voor het komende jaar. Yehhhhhh Vegas her I come.

Vrij vertaald naar:

Levensverhaal

Ieder mens schrijft al doende zijn levensverhaal.

Elk stukje dat geschreven wordt bepaald wat er op moet volgen. Je reageert op gebeurtenissen vanuit je levensverhaal en dat gaat altijd over jou als hoofdrolspeler en als regisseur.

Soms zijn er gebeurtenissen die in een inbreuk maken op je levensverhaal soms zelfs je levensverhaal onder zware druk zetten en toetsen.

Het gaat dan om je eigen rol en de afwijking van de toebedachte rol aan anderen.

Je wordt geconfronteerd met je verleden, met de waarde die je tot dat moment had.

Je gevoel van eigenwaarde wordt op de proef gesteld.

Als deze toets anders uitvalt, dus als je jezelf als regisseur en hoofdrolspeler anders had ingeschat, zul je belangrijke delen van je levensverhaal moeten herzien en raak je je gevoel van veiligheid kwijt.

Je staat dan voor de opgave de gebeurtenis een plaats te geven in je levensverhaal op een zodanige manier dat je gevoel van veiligheid hersteld wordt.

Je zal proberen weer duidelijkheid te krijgen over je eigen rol en die van anderen, je autonomie en de inbedding van je verhaal in het groter geheel.

De manier waarop je dat doet is afhankelijk van het idee dat je over jezelf hebt als regisseur en als hoofdrolspeler, de gebeurtenis zelf en de manier waarop je omgeving reageert.

De verstoring van je levensverhaal roept vaak heftige emoties op die zeer veel energie vragen. Het is de spanning die ontstaat omdat in het levensverhaal vreemde elementen binnendringen.

‘Het is net als met de regisseur die bezig is met de montage. Hij heeft alle opnames gemaakt en is nu bezig om ze in de juiste volgorde achter elkaar te zetten. Terwijl hij bezig is, stuit hij op een stukje film dat hij niet kent en dat hij niet geregisseerd heeft en dat hij toch in de film moet verwerken. Zijn eerste reactie is er één van ongeloof, schrik en verbijstering. Hoe komt dat stukje ertussen, wat moet ik ermee, het past niet in mijn verhaal. De tijd gaat door en de film moet op de afgesproken tijd klaar zijn. Hij draait alle stukjes film keer op keer af om de juiste plaats te vinden voor het stukje vreemde film.’

Basistraining Slachtofferhulp
Drs. J.A. Huisintveld
uitg. Slachtofferhulp Nederland, 1996 2e druk

Wat Heksen en KerstStallen met elkaar gemeen hebben?

Weinig dacht ik?!
Van beiden is een tentoonstelling in het Museum Catharijneconvent in Utrecht.

E ging voor de Heksen van Bruegel.

 

Ik ging voor de KerstStallen.

 

Mmmmmmmm waar gaat het eigenlijk over bij Kerst?

 

Over de Kerstman.

 

Met zijn onafscheidelijke Rendieren.

 

Gaat het om de Kerstboom met zijn lichtjes?

 

De KerstSter ( in dit geval nog een neppert ook)?

 

Het verhaal van de Os en de Ezel?

 

En de geboorte van het kindje Jezus.

 

Wellicht het idee om een ‘anonieme’ KerstEngel te zijn?

De overeenkomst is dat beiden, zowel Heksen als Jezus, collectieve Zondebokken werden.

Zondebokken zijn van iedere tijd.

Op mijn werk  zie ik het  wanneer Verschillen gezocht, gevonden en gebruikt worden om te Escaleren.

Het is en blijft ‘geven en nemen’ in persoonlijke relaties maar ook in een breder perspectief.

Vrij vertaald naar:

Geven en Nemen

Een centrale rol voor het slagen van een relatie speelt het evenwicht tussen geven en nemen. In een relatie is het evenwicht tussen geven en nemen een eerste vereiste voor het slagen van een verhouding.

Deze regel luidt als volgt: als een man onaardig is tegen zijn vrouw, moet zij ook onaardig zijn tegen hem, maar net iets minder onaardig. As hij aardig is tegen haar, moet zij ook aardig zijn, maar net iets meer. Het evenwicht tussen geven en nemen komt op deze wijze op een hoger niveau. Natuurlijk geldt dit ook omgekeerd, als de vrouw onaardig/aardig is tegen de man.

De eerste zin dat zij ook onaardig moet zijn als hij onaardig is, klinkt ons vreemd in de oren. Als christenen of als product van een eeuwen oude christelijke cultuur hebben wij geleerd dat de ander nadat hij ons geslagen heeft ook de andere wang toe te keren. Deze oerchristelijke regel heeft tot gevolg dat het evenwicht tussen geven en nemen verstoord raakt. Wat gebeurt er in een relatie waar de één te veel geeft (te aardig is) en de ander slechts neemt?

Bea is een 35-jarige vrouw en leeft met Joost samen. Joost leeft van een uitkering, omdat hij na een verkeersongeluk en verschillende operaties niet meer kan werken. Hij ligt thuis op de bank, leest de krant en kijkt televisie, terwijl Bea werkt, aansluitend de boodschappen doet en voor hem kookt. Als zij te laat thuis komt, is hij teleurgesteld, als zij teveel geld uitgeeft, wordt hij kwaad en als hij niet zijn lievelingseten voorgeschoteld krijgt, reageert hij chagrijnig. De volgende keer haast zij zich naar de winkel, rekent precies uit hoeveel de boodschappen kosten en vervult zijn wens in de keuken. Het evenwicht tussen geven en nemen klopt hier niet.

Hoe groter de kloof tussen geven en nemen, hoe groter de kans is, dat zij uit elkaar zullen gaan. Het klinkt misschien onlogisch, maar het zal Joost zijn die de relatie zal beëindigen. Diegene die slechts nemen kan, om wat voor reden ook, houdt het verschil niet meer vol en gaat. De goedzak wordt voor zijn moeite uiteindelijk gestraft.

Bea heeft twee mogelijkheden om het evenwicht te herstellen. Enerzijds door minder goed te geven en anderzijds onaardiger te zijn. In plaats van zijn lievelingseten te koken, maakt ze nu iets klaar dat ze zelf lekker vindt (minder aardigs geven) en in plaats van zijn verwijten aan te horen, verwijt zij hem nu van zijn handicap te willen profiteren (ook onaardig zijn). Dit zijn natuurlijk slechts eenvoudige voorbeelden. Het aantal mogelijkheden biedt genoeg ruimte voor creativiteit. Hoe kleiner de kloof tussen geven en nemen wordt, hoe dichter het paar weer bij elkaar komt.

Sommige mensen hebben een groot hart en geven veel. Hun ervaring is dat ze teleurgesteld worden, stank voor dank krijgen. De ander kan niet zoveel geven en moet een schuld afbetalen die voor hem te groot is. Niet iedereen heeft een gevoelige antenne voor dit evenwicht. Voor het lukken van een relatie is het echter van uitermate groot belang op dit gebied een gevoelige sensor te ontwikkelen. Het zal menigeen verbazen dat na herstel van het evenwicht de partner plotseling anders reageert en over de brug komt.

Nathalie vertelde dat ze haar getrouwde broer – hij woont in Australië – voor zijn verjaardag altijd een cadeautje stuurde. Ook zijn vrouw en zijn dochter stuurde zij jaar in jaar uit een aardigheidje. Hij op zijn beurt vergat haar verjaardag, belde niet op, stuurde geen kaartje, laat staan een cadeau. Nadat zij in contact was gekomen met bovenstaande regel negeerde ze zijn verjaardag. Drie maanden later, een week na haar eigen verjaardag, vertelde ze enthousiast dat ze een pakketje uit Australië had ontvangen. Haar broer had haar een presentje gestuurd. Het evenwicht tussen geven en nemen was hersteld.

 Familieopstellingen Bert Hellingers systemische familietherapie

Nick Blaser

uitg. Bres, 2002

 

 

Wanneer vaders en moeders er samen niet meer uitkomen gaan ze naar BOR.

Wanneer vaders en moeders er echt niet meer samen uitkomen, over die rode schoen en die roze sok, dan roepen ze: ‘laten we maar naar BOR gaan’.  Ook stuurt de rechter ze wel eens.

 

En tegen die tijd dat de kinderen naar BOR gaan is hun rugzakje gevuld met verdriet over de ruzies. Soms hebben ze één ouder al een tijdje niet gezien.

 

Bij BOR hebben we dan het troostbankje van P. Zij is al heel lang vrijwilligster bij BOR en heeft het troostbankje gemaakt.

 

P. (en alle andere vrijwilligers) zorgt dat het gezellig is voor de kinderen. Bij BOR doen wij altijd de koetjes en de kalfjes en zorgen we dat we het goed hebben. Kijk maar P. is het koetje op het bankje.

 

Die giraf op het bankje is M. Een giraf heeft een hele lange nek en kan over alles heen kijken. Dat doet M. ook. Zij kijkt of het met iedereen goed gaat. Ze verteld wat we bij Humanitas BOR doen.

 

We praten met vader.

 

We praten met moeder.

 

Allebei mogen ze 1 x vertellen waarom ze zo ’n hekel hebben aan het rode schoentje, waarom ze  een hekel hebben aan het roze sokje en de ruzies die ze daarover maken.

 

Dan zeggen we bij BOR: ‘STOP met ruzie zoeken en zeuren over die rode schoen en die roze sok, dat is niet goed voor kinderen. Jullie kind is voor de helft rode schoen en voor de helft roze sok. Jullie zijn ‘samen’ ouders.

 

Bij BOR doen ook de vaders en moeders de ‘koetjes en kalfjes’, zorgen ze dat ze het ‘goed’ hebben en vertellen ze elkaar wat een prachtig kind ze hebben.

En dat is soms hard werken. Maar daar is niks mis mee, want dat kunnen volwassenen.

En wie weet, als vaders en moeders laten zien dat ze hard werken, kan een kind er misschien ook nog iets goeds uit leren.

Vrij vertaald naar:

Opvoeden

‘In de theorie van het opvoeden is het belangrijk dat we een kind niet alleen leren de waarheid te respecteren, maar dat we het ook leren een leugen te herkennen.

We moeten leren niet alleen lief te hebben maar ook te haten, niet alleen te respecteren, maar ook te minachten, niet alleen zich te onderwerpen, maar ook in opstand te komen.’

‘Hoe houd je van een kind’

Janusz Korczak

 uitg. Bijleveld, Utrecht, 1984