Winter (1)

Ik

 

zie

 

overal

 

echt overal

 

leuke

 

plaatjes

 

zelfs

 

bij het omwisselen

 

naar winterbanden.

Fietsen zijn net familie

Als eerste
is er
het – gezamenlijke- deel.

Je kunt stellen
dat
er veel overeenkomsten zijn.

Je genen
zijn de verbinding.

 

Het kenmerkende van familie
is
dat je
er in op kunt gaan

of in onder.

 

Naast
de gezamenlijke genen
kunnen families
ook een gezamenlijk belang hebben.

 

Het is altijd fijn
wanneer je
je eigen identiteit kunt behouden

 

door af en toe
iets kenmerkend
aan jezelf toe
te voegen.

 

Het komt
in de beste families voor
dat je moet wachten
tot de ander weer
terugkomt.

 

Bij tijd en wijle lift je mee
op je familie

 

waarbij de kleintjes recht hebben op
een speciale plekje

 

want
het kan toch niet zo zijn
dat die kleintjes

 

er alleen voor staan.

 

Ook wanneer
je er oud
en gehavend
bij komt te liggen
heb je nog recht
op een plekje
in de familie

 

Hoe verdrietig
en triest is het dan
wanneer je
als kleintje
gedumpt wordt.

In families mag dat niet gebeuren.

 

Iedere dag weer een moreel dilemma

Iedere ochtend

 

eigenlijk nog

 

met mijn ogen

 

halfgesloten

 

sta ik

 

voor een moreel dilemma

 

want

 

hoe snij ik

 

iedere dag weer

 

stukje
voor stukje

 

iets van de gember af

 

voor het ochtend sapje.

 

Want zeg nou zelf
dit is toch
te
prachtig
om te gebruiken.

En zoals bij al mijn morele dilemma’s
loop ik ook nu
iedere ochtend
mijn eigen
kleintje rondje
voor ik ga snijden.

Heb ik vandaag gember nodig
ja..
we gebruiken de gember in het sapje.

Het is zonde om zo n prachtige knol aan te snijden
ja
het is zonde om zoiets moois aan te snijden
maar
ja
het is super gezond
en lekker
dus
ja
ik ga het doen.

Vingers op de goede plek
ogen dicht
snijden maar
tot er niets meer over is.

Ik heb een fanatiek dingetje

en dat is weer eens onbedwingbaar

 

het MOET

 

het is onvermijdelijk.

 

Ik kies
uit de 60 kleuren
mijn favorieten
van het moment.

 

Ik begin
met volle aandacht.

 

Gaandeweg
blijkt het nóg
té kleurig

 

té vol
en te veel.

Ik ga mijzelf
beperken

 

met minder kleur

 

meer

 

open ruimte

 

minder vol

 

minder intensiteit

 

totdat

 

en er nog slechts
stompjes
over zijn.

Het moet vooral snel
het hoeft niet mooi
er moeten stompjes overblijven
waardoor ik -alles- terug heb kunnen brengen
tot
klein en
behapbaar.

Zo blijf ik aan de zijkant
van mijn gedachten

kan ik nadenken
verwerken
en nieuwe dingen toelaten.

Noem het maar mijn
creatief verwerkingsproces.

Volgens K. ziet het er niet uit.
Hij zegt
dat ik net zo kleur
als ik pistache nootjes eet
en die schijn ik te eten
als een eekhoorn.

 

 

Herfst (2)

 

Soms
ben ik geboeid
door
één bepaalde plek.

Dan ben ik mateloos
zeker
tijdens de overgangen
van het seizoen.