De brief van Bhante Ānanda aan de gemeenschap in Nelson, Canada

Wij
K. en ik
wonen niet in Canada
en niet in de buurt 
van Bhante Ānanda.

We hebben contact
met M. en G.
zij ondersteunen
Bhante Ānanda
in Nelson.

Van M.
kreeg ik
deze prachtige foto’s
en de brief
van Bhante Ānanda
aan de gemeenschap
in Nelson.

Aan M. kan ik vragen stellen
vóór Bhante Ānanda
zodat M. ze kan stellen
zonder te vragen.

Sommige vragen brengen
hem in verlegenheid 
zijn niet te beantwoorden
voor hem zoals:
“Wil je dit?”
(monniken geven geen voorkeur aan)
“Wat wil je dat anderen weten?”
(monniken reageren op directe vragen
maar veronderstellen niet te weten
wat een ander wil weten).

Elke vraag
van mij 
die een keuze vraagt
van Bhante Ānanda
is niet te beantwoorden
voor hem.

De brief waarin
Bhante Ānanda
zichzelf voorstelt
aan de gemeenschap
in Nelson.

“Beste gemeenschap,

Mijn naam is Ānanda en ik ben een Canadese boeddhistische monnik.
Ik ben net een paar dagen geleden in Nelson aangekomen en ik zal hier de winter doorbrengen.

Misschien zie je me laat in de ochtend langzaam over straat lopen, met een grote kom in mijn handen. Dit is wat we noemen “op aalmoes-ronde gaan”.

Monniken, in de tijd van de Boeddha, gingen iedere dag op aalmoes-ronde naar de dichtstbijzijnde stad of gemeenschap met hun kom om voedsel te verzamelen om hun lichaam te onderhouden en te kunnen mediteren.

We smeken niet en vragen niet om voedsel. 
We lopen gewoon in stilte met onze kom, aan de kant van de straat, zodat iemand die wil geven en ons wil ondersteunen, voedsel in onze kom kan doen. Monniken nemen niet wat niet wordt gegeven. Dit is, om vele redenen, een zeer belangrijk onderdeel van onze praktijk. We leven alleen van de vrijgevigheid van anderen.

De monniken lopen bedachtzaam en ingetogen, vooral tijdens hun aalmoes-ronde, zodat er geen ongezonde gedachten ontstaan ​​zoals hebzucht of haat. Terwijl we lopen sturen we altijd liefdevolle vriendelijkheid (Mettā) naar iedereen om ons heen. Onze aalmoes-ronde biedt mensen de gelegenheid om vrijgevig te zijn en daar geluk in te ervaren, zoals de Boeddha dat leerde.

Het is prima om mij te vragen om een ​​paar minuten te wachten als je iets wilt geven, maar het eerst moet gaan halen, dit komt ook veel voor. Ik eet maar één maaltijd per dag zoals de Boeddha de monniken instrueerde. 

Het is gebruikelijk om monniken uit te nodigen voor een maaltijd. Ten tijde van de Boeddha was dit gewoonlijk een goede gelegenheid voor de gastheer om een ​​privé-gesprek met monniken te hebben, over de Dhamma te praten of om vragen te beantwoorden die ze misschien hadden over het spirituele leven. De Boeddha en de monniken geven/gaven vaak lezingen na hun maaltijd (op verzoek). We leren of zeggen niets als er geen verzoek of interesse is. We gaan er niet op uit om mensen ergens van te overtuigen, dat is voor ons niet relevant. Dit druist in tegen onze praktijk.

Sommige mensen willen misschien elke dag of op bepaalde dagen van de week een klein beetje geven. Dat is ook vrij gebruikelijk. Er kunnen afspraken worden gemaakt.

Zo kloppen we normaal gesproken niet op de deuren van mensen voor een aalmoes, maar het is moeilijk voor mensen om te weten wanneer monniken langskomen. Iemand zou kunnen zeggen dat ik op hun deur moet kloppen als ik langs hun huis ga, dat is mogelijk als het de wens is van deze persoon.

Vrijgevigheid is de eerste stap op het pad van de Boeddha naar geluk. De Boeddha leerde dat de oorzaak van alle ongeluk, in deze wereld, verlangen is. Vrijgevigheid, geven is het tegenovergestelde van verlangen. Het geeft ruimte in je gedachten, het maakt blij in plaats van je gedachten te beperken en te vernauwen.

Je geest wordt gelukkig, vredig en verbonden. Dit is heilzaam als voorbereiding op meditatie. Vooral wanneer het geschenk gegeven wordt aan iemand waar je, als gever,  vertrouwen in hebt dat hij een deugdzaam leven leidt. 
De Boeddha zei: ‘als mensen maar wisten hoe heilzaam vrijgevigheid was, zouden ze nooit iets nemen of eten zonder het te delen :).’

Monniken houden van bepaalde regels, die we deugd noemen. De belangrijkste zijn:

  1. Zich bewust te onthouden van schade aan enig levend wezen.
  2. Zich te onthouden van nemen wat niet is gegeven.
  3. Zich te onthouden van alle seksuele activiteiten.
  4. Zich te onthouden van valse spraak, hatelijke spraak, verdeeldheid en zinloze spraak.
  5. Zich onthouden van het nemen van stoffen die de geest saai maken en onzorgvuldigheid veroorzaken.

Door deze vijf regels helpen we anderen om vrij te zijn van angst, vijandschap en ellende. Een ieder die op deze manier leeft, neemt ook deel aan de verdiensten die daaruit voortvloeien. Voor degenen die voor de Dhamma zorgen,  zorgt de Dhamma voor hen 🙂

We onthouden ons ook van het accepteren van geld en het doen van transacties. (Aangezien we 2600 jaar geleden ver verwijderd zijn van de context van Noord-India, zorgt iemand vrijwillig voor alle financiële donaties en transacties voor mij.)

En tot slot, als je een vrouw bent, voel je niet afgewezen als ik je niet knuffel of je de hand schud, monniken raken vrouwen niet aan. Dit is niet omdat we tegen vrouwen zijn, integendeel. Dit is een bescherming, voor de vrouwen, voor de monniken en voor de reputatie van de sangha’s (de gemeenschap van monniken).

Als je vragen hebt, kun je ze aan me stellen, het zal een genoegen zijn om ze te beantwoorden.

Nog een prettige dag vol zegeningen :).

Ānanda “

Waarin de betekenis van de aalmoes-tocht van Bhante Ānanda aansluit bij ‘good merit’ opbouwen in tijden van het corona-virus

Alle foto’s staan op de site (https://www.bodhibhavana.org)
de teksten zijn in overleg met Bhante Ānanda en K. 

De bowl is een ander
praktisch symbool
van het boeddhisme
en net als de mantel
een vereiste voor een monnik.

Als  ‘forest’ monnik
eet Bhante Ānanda
zittend op de grond
uit zijn kom.

Dagelijks reinigt
hij zijn bowl
het vuur zorgt 

dat de rand
van de bowl zwart wordt
en de bowl niet meer glimt.

Het is niet de bedoeling
dat een monnik
onafhankelijk
en zelfvoorzienend is.

Monniken leven  
van de vrijgevigheid
en deugdzaamheid
van andere mensen.

Bhante Ānanda heeft
geen voorzieningen
om te koken
hij kan voedsel niet langer 
bewaren dan één dag.

Een monnik
heeft mensen nodig.

De aalmoes-ronde zorgt
dat Bhante Ānanda
in contact blijft
met zijn gemeenschap.

Hij vraagt niet
of jij je iets
wilt ontzeggen
hij smeekt je niet
hij vraagt je niet
om voedsel.

Je geeft omdat
het een voorrecht is
om het eten te maken
en het te mogen geven.

Jouw vrijgevigheid
geeft jou
bij de voorbereiding
een goed gevoel
bij het geven
een goed gevoel
en in het nagenieten
een goed gevoel.

Het geeft je ‘good merit
goede verdiensten
lof
winst.

‘Good merit’ heeft
een beschermende werking
dat zich opstapelt
door goede daden
goede handelingen
goede gedachten.

‘Good merit’ bepaalt de kwaliteit
van jouw leven
draagt bij aan
de groei van jou als persoon
en jouw ‘good merit’
beschermt jou
jouw familie
en je dierbaren.

Bhante Ānanda eet
niet om de smaak
niet om aan te komen
niet voor luxe
het is voor het behoud
​​van zijn lichaam
zodat zijn lichaam
niet een belemmering wordt
door gevoelens van honger
of een verlangen naar eten.

Na het eten vindt hij
voor de middag
een geschikte plek
om te mediteren.

De tien vragen waar Bhante Ānanda op reflecteert tijdens zijn aalmoes-tocht.

Alle foto’s staan op de site (https://www.bodhibhavana.org)
de teksten zijn in overleg met Bhante Ānanda en K. 

In warmere landen
gaan monniken
heel vroeg
op aalmoes-ronde
het is het 
koelste moment
van de dag is.

In de Canadese
herfst en winter
is dat anders
hoe later
hoe warmer.

Vanuit zijn kuti
hoog in de
Canadese bergen 

vertrekt Bhante Ānanda

iedere dag
rond negen uur

voor zijn aalmoes-ronde.

Het kost hem
ongeveer

anderhalf uur
lopen

naar de stad.

Voor zijn hele aalmoes-ronde
is hij ongeveer
vijf uur onderweg.

Als monnik is hij
voor zijn dagelijks voedsel
afhankelijk van zijn
aalmoes-ronde.

De tijd 
die hij onderweg is
gebruikt hij 
om na te denken 
over tien vragen:

  1. Heb ik de manieren en het gedrag die van mij verwacht worden als monnik?
  2. Besef ik genoeg dat mijn leven afhankelijk is van anderen; ben ik gemakkelijk te ondersteunen?
  3. Op welke manier kan ik mijn lichaam en taal nog meer in overeenstemming te laten zijn als monnik?
  4. Ben ik kritisch genoeg over hoe ik met de voorschriften omga en neem ik daar voldoende actie op?
  5. Luister ik naar mijn wijze mede-monniken en neem ik hun kritiek, op mijn naleven van de voorschriften, aan?
  6. Ik ben gescheiden van iedereen waar ik van hou en alles wat mij dierbaar is.
  7. Ik ben de eigenaar en de erfgenaam van mijn kamma (acties).
  8. Mijn dagen en nachten gaan voorbij, hoe breng ik mijn tijd door?
  9. Geniet ik van eenzaamheid?
  10. Heb ik mijn monnikenbestaan zo vervuld dat ik er later door mijn mede-monniken naar gevraagd kan worden?

En toen, toen zaten we in een 'middenfase' (liminaliteit) een transitie naar een nieuw tijdperk, het na-corona-tijdperk.

Zoals Art Rooijakkers
het zó mooi aankondigt
in zijn podcast
‘De Eeuw van mijn Dochters’.

We leven niet in een tijdperk van verandering
maar in een verandering van tijdperk.

We zitten door het corona-virus
in een transitie-moment
een moment
tussen 
twee tijdperken in.

Het weer
het water
en de noordoosten wind
sluiten perfect aan  
bij mijn gevoel  van het moment.

Mijn dierbare (oud) collega S.
noemt het moment
waarin we nu leven
de fase van ‘liminaliteit’.

Zij beschrijft het als
een trapeze danser
die de ene trapeze loslaat
reikt naar de andere
en even
in het luchtledige hangt.

S. zegt dat het belangrijk is
om deze fase
vrijwillig te betreden
er doorheen te gaan.

En
alhoewel
het corona-virus
mij dwingt
kan ik deze fase 
wel benutten
mijn creativiteit aanspreken
er mijn eigen vorm aan geven.

Ik heb veel gelezen
over liminaliteit
me in erin verdiept
voor het project BOR.

We boden ouders
bij BOR een tussenfase
om van strijdende ex-partners
naar samenwerkende ouders
te komen.

Er  zijn meer
‘overgangsfases’ 
geweest in mijn leven.

Sommige waren me bekend
voorspelbaar
of 
onvermijdelijk.

Rituelen hebben mij
iedere keer weer geholpen
om het behapbaar
tastbaar
werkbaar te maken.

Mijn plogjes
fotoverhalen
zijn mijn houvast
mijn ritueel naar 
een nieuw tijdperk.

Eén ding
is voor mij zoveel
als zeker.

Ik neem mijzelf
altijd mee
bij iedere transitie.

Het is voor mij
het moment
om te investeren in mijzelf
de wereld
en in de mensen die 
belangrijk voor mij zijn.

De omstandigheden
dwingen me om bij mijzelf
te beginnen
maar niemand dwingt mij
om het alleen bij mijzelf te houden.

Ondanks de beperkingen 
van de maatregelen van het corona-virus
kan ik iedere dag
een stapje méér doen
door iets te betekenen
voor een ander.

Welke vragen heb ik sinds K. Māha Kappiya is van Bhante Ānanda?

Alle foto's op deze pagina zijn van Bhante Ānanda

Het boeddhabeeld van K.
is aangekomen bij Ānanda

K. kent Ānanda
sinds zijn inwijding.

Ānanda is zijn leraar
bij de bestudering
van de geschriften
en het Pali.

K. is Kappiya
van Ānanda
(dat betekent zoveel
als zijn rechterhand).

K. regelt de financiële
en praktische zaken
voor Ānanda
die hij als monnik
zelf niet mag of kan regelen.

K. heeft een stichting opgezet
zodat de donaties
en de steun aan Ānanda
geregeld is.

Ānanda is ‘forest’ monnik

hij woont hoog in de bergen
in een kuti
(kleine woning)
in Canada.

Ik heb Ānanda gevraagd
of hij mij kan vertellen
wat de betekenis is
van zijn gewaden
zijn aalmoestocht
en de bowl die hij gebruikt?

Een monnik maakt

na zijn inwijding
zijn eigen gewaden.

(Boeddha gebruikte de mantel
om zich te beschermen tegen kou,
warmte, vliegen en muggen
en gewoon om de delen van zijn lichaam
te bedekken die schaamte veroorzaken.)

Het patroon van de mantel
is heel eenvoudig

het is zo ontworpen dat
het kan worden samengesteld
uit restanten lapjes stof
lappen die achtergelaten 
of afgedankt zijn.

Er zijn regels met betrekking tot de maat
de kleur, hoe ze worden genaaid, de stof, 
hoe je ze als monnik kunt krijgen en hoe je ze moet dragen.

De mantel is het symbool van het boeddhisme.

Ānanda heeft
zijn buitenmantel voltooid.

Monniken moeten zich bedekken
voordat ze een stad of dorp
binnengaan voor een aalmoes.

Er zijn twee verschillende manieren
om de mantel te dragen.
Een daarvan is de “casual” manier
met de blote rechterschouder
(dit was ook een teken van respect
ten tijde van de Boeddha)
en volledig bedekt met de draai
rond de schouder en de bowl eronder. 
(beide armen volledig bedekt)

Beste K. en Maria 🙂

Dat klinkt geweldig.
Ik zal mijn best doen om jullie te helpen

Elke monnik is altijd vrij om monnik te zijn of niet te zijn.
Niemand dwingt iemand in het boeddhisme.
Monniken zijn monniken omdat ze dat echt willen zijn.
Monniken volgen de discipline (Vinaya) omdat ze dat willen.

Monniken begrijpen dat de regels geen belemmeringen zijn
integendeel
ze zijn voor ons eigen welzijn en voordeel.

We “dwingen” ons niet om deze ontelbare regels te volgen
we willen actief binnen deze deugdzame grenzen blijven.
Voor ons eigen welzijn en het welzijn van anderen.

Als monnik begrijp ik echt dat:

“Discipline is omwille van terughoudendheid
terughoudendheid is om niet berouwvol te zijn
niet berouwvol zijn is omwille van vreugde
vreugde is omwille van vreugde
genot is omwille van rust
rust is omwille van geluk
geluk is omwille van mentale kalmte
mentale kalmte is om duidelijk te zien
duidelijk zien om verzadigd te worden
verzadigd zijn is omwille van niet hunkeren
niet-verlangen is omwille van de vrijheid
vrijheid is omwille van de kennis en visie van vrijheid
de kennis en visie van vrijheid is omwille
van de uiteindelijke nibbāna
zonder vast te houden.”

Ik hoop dat dit helpt 🙂

Sabba satta bhavantu sukhitatta
Mogen alle wezens gelukkig van hart zijn 🙂

Veel Mettā
Bhante Ānanda 🙂