Eggie doet spreekwoorden en gezegdes.

Zachte heelmeesters maken stinkende wonden. Hoop dat het een mooi litteken geworden is M :-).
(een halve oplossing maakt het probleem alleen maar erger)

 

Er is geen koe zo bont, of er zit wel een vlekje aan.
(iedereen heeft wel iets waar hij niet zo goed in is)

 

Een cactus in de broekzak zijn.
(dat is geen bijdrage van serieuze betekenis)

 

Iets op drijfzand baseren.
(iets op een ongefundeerde aanname bepalen)

 

Steen en been klagen.
(luid en heftig klagen)

 

Niet over één nacht ijs gaan.
(een voorzichtige aanpak hanteren)

 

Geen haar op mijn hoofd die eraan denkt.
(ik wil hiermee niet akkoord gaan)

 

Met beide benen op de grond staan.
(Een realist zijn)

 

De kat op het spek (Eggie) binden.
(iemand in verleiding brengen)

 

Het licht aan het einde van de tunnel zien.
(begrijpen wat men daarvoor nog niet begreep)

 

En dit is er één. De beste van al.
Eentje die mijn oma, de moeder van mijn moeder, altijd gebruikte. Deze oma was een wijze vrouw.

 

Zoo loopen de goten als het regent.’
(het een is een natuurlijk gevolg van het ander)

Voor A, een dierbare vriendin, die al haar wijsheid aan moet spreken op dit moment.

Vrij vertaald naar:

Herbezinnen

De achteruitgang van onze fysieke en verstandelijke vermogens maakt dat we ons kunnen herbezinnen op het leven, dingen uit het verleden kunnen verteren en goedmaken, geeft de rust die nodig is om de wonderen van het leven  te kunnen waarderen. Voorwaarde is wel dat onze laatste levensjaren niet gericht zijn op doorleven en volhouden – wat volgens James Hillman eerder ingegeven is door doodsangst dan levensdrift – maar loslaten en vertrekken. Dan kan ons karakter zich verdiepen en vervolmaken.

Daarom is het van belang dat we ergens tussen ons veertigste en vijftigste levensjaar beginnen met loslaten en een herbezinning ten aanzien van levenshouding en waarden.

Psychiater A. G. Welman houdt in zijn boek Ouder worden een warm pleidooi voor deze ‘kunst’. Heb je in de fase van de middelbare leeftijd enigszins leren relativeren en afstand kunnen nemen van je eigen impulsen, verlangens en verwachtingen – niet alles in het leven loopt zoals jij wilt – dan ontwikkel je een innerlijke vrijheid die je in de latere levensfase van de ouderdom, wanneer je onherroepelijk met gebreken en beperkingen wordt geconfronteerd, goed van pas komt.

Bovendien kunnen ouderen in het veroveren van die innerlijke vrijheid een stimulerend voorbeeld voor jongeren zijn. Dan kan zich de heilzame werking voordoen dat ouderen alleen al door hun aanwezigheid een weldadige invloed kunnen uitoefenen of voor een balans in de gemeenschap kunnen zorgen.

Ik denk dat als ouderen meer op die eigen karakteristieke en standvastige manier in het straatbeeld en openbare leven aanwezig zouden zijn, jongeren zich anders zouden gedragen.

Misschien hebben jongeren, juist omdat markante ouderen zo uit de openbare ruimte zijn verdwenen, deze wel erg voor zich opgeëist met alle gevolgen van dien.

Mirre Bots

De ziel van ouder worden

Jonas magazine nr. 41 januari 2001