Ik heb mijn plekje gevonden

Van de 30e verdieping
kijk ik al heel de tijd naar dat plekje daar beneden.
Dat azuurblauwe daar.
Ik wil er naartoe.

 

Het is een beetje kruip door sluip door.
Eerst naar de 10e verdieping.
Dan door deze lange gang.

 

Er zijn onderweg allemaal nisjes en hoekjes.

 

Het lijkt wel een museum.

 

Op naar de Pool Garden.

 

De handdoeken liggen klaar.

 

Je mag er niet duiken?

 

Geen lifeguard?

 

Waar ben ik dan?

 

Ja hoor,
de Pool Garden.

 

Het water is heerlijk.
Dit gaat me wel lukken voor vandaag.

 

Ik bekijk het nu van deze kant.

 

Daar boven
de 30e verdieping.
Iets van het midden links
en even onder die witte balk.

Overigens heeft het hotel 4027 kamers.
En nu lijkt het een beetje in bezit genomen door AWS.
K. zijn baas.

Waar de bling eindigt en standje sober begint.

Waar je ook heen wilt in het hotel?
Overal moet je door het casino.
Rond 6.00 uur, zoals nu, is het rustig.
Althans dit deel.
Vandaar dat ik een foto mocht nemen.

 

Na de eindeloze rijen gokautomaten en speeltafels.
Via de lift naar de 30e verdieping.
Komen we in de eindeloze gang.
Daar in de verte staat K.

 

Voor suite 30-127

 

Het uitzicht is weer fabelachtig.
We kijken uit op een deel van het hotel.
De luchten zijn prachtig.

 

Ieder moment van de dag.

 

Het bed is groot.

 

Ze houden hier van goud, spiegels,

 

spiegels, bling bling en

 

televisies.
Drie stuks.
Eentje in de badkamer.
Tegenover het bed.
Tegenover de bank.

 

Bij al die overdaad ga ik algauw over op standje sober.
Water, thee, beetje appelsap en wat brood.
Mijn basisbehoefte om alle overdaad aan te kunnen.
P.S. dat is mijn eigen waterkokertje.
Dié staat er niet,
hier.

 

En ja hoor daar gaan we weer….

naar?

Sorry,
Eerst even de auto parkeren.

 

Koffers mee.
Ja, ja twee stuks (met dank aan de broer van J.
voor die geleende koffer).
We nemen iets meer mee terug.
L. heeft wat bestellingen gedaan.

 

We zijn op Schiphol.
Kijk, de man in de klok is er ook nog.
We zijn mooi op tijd.

 

We hoeven maar 10 uur te vliegen naar SL.
En dan nog een uurtje verder LV.

 

Wauw, wat krijgen we nu?
Daar hebben we niet op gerekend.
Gelukkig valt het mee.

 

Even lijkt het alsof we aan het strand zijn.
We vliegen net boven de mist en de regen,
daar waar de zon schijnt.
Boven de wolken.

 

In Salt Lake zitten we niet naast elkaar.
20 Rijen,
zo ongeveer.
Ik zit naast een vriendelijke jonge meneer die anderhalve stoel nodig heeft.

Gelukkig houdt hij er niet van om tegen de arm
van een blanke oudere vrouw te zitten.
Met een beetje extra leunen van mijn arm
heeft hij spontaan,
de hele reis,
zijn arm omhoog gehouden.

 

We zijn er bijna!
De daling is al ingezet.

 

 

We zijn er!
Las Vegas.
Het ruikt nog hetzelfde.
Alles staat er nog hetzelfde.
Nooit bedacht dat ik terug zou komen.

 

We slapen ook weer in The Venetian.
Het is hier 18.00 uur.
Bij jullie 2.00 uur.

Welterusten voor nu!

 

 

Hoever kan je zien met je ogen dicht?

Even achterom kijken naar de luxe van Vegas.

 

Op pad.
Hé dat lijkt een bekende.

 

The Valley of Fire.

 

Gewoon het pad volgen.

 

Je eigen schaduw achterna.

 

Op zoek naar het licht aan het eind.

 

Bewondering voor wat was.

 

De Hoover Dam nog even aangetikt.

En nu onze koffer pakken. Vaarwel luxe van Las Vegas.
Vaarwel sobere woestijn van Las Vegas.

Vrij vertaald naar:

Het vertrek van de mier

De eekhoorn was het verdrietigst van iedereen. Hij zat aan zijn tafel, met zijn hoofd op zijn armen, en fluisterde zachtjes: ‘Mier, mier…’

Hij kneep zijn ogen dicht en in zijn gedachten kwam de mier aanhollen, bleef onder de beuk staan en riep omhoog:’ Eekhoorn, ik ben er weer!’

De eekhoorn hield zijn ogen stijf dicht en even later zat de mier, nog buiten adem, aan tafel en keek om zich heen om te zien of er wat te eten was.

‘Waar was je?’ vroeg de eekhoorn. Maar de mier hijgde en gaf geen antwoord.

‘ Ik heb iets voor je bewaard…’ zei de eekhoorn. Hij ging naar zijn kast. Maar toen hij zijn ogen opendeed om een pot beuken-noten-honing te pakken die ergens achteraan stond, was de mier weg. De eekhoorn kneep zijn ogen meteen weer dicht en de mier kwam weer aanhollen en riep: ‘ Eekhoorn, ik ben er…!

Als ik ze eens dichthoud….dacht de eekhoorn.

Hij hield zijn ogen heel lang dicht en de mier at de hele pot honing op en vroeg of er nog iets was, en de eekhoorn stond op, tastte in de kast rond en vond een pot lindehoning.

Maar na een tijd deed hij zijn ogen toch weer even open. De mier zou zijn ogen voorgoed kunnen dichthouden…dacht hij somber. De mier stelt zichzelf nooit teleur.

Hij voelde zich verdrietig en nog iets. Hij wist niet wat dat was. Ontredderd, dacht hij. Nee. Ontroostbaar. Nee. Hij krabde aan zijn achterhoofd. Onherbergzaam, dacht hij toen. Dat ben ik. Verdrietig en onherbergzaam. Hij was dat nog nooit geweest.

Na een tijd kneep hij zijn ogen niet meer dicht. Hij was bang dat de mier zou zeggen:’ Zo is het wel genoeg, eekhoorn ik ben niet voor niets weg!’ en helemaal niet meer zou terugkomen.

Hij legde zijn hoofd op zijn armen.

Niemand was zo verdrietig als hij.

Uit: Het vertrek van de mier

Door: Toon Tellegen

 

 

Hoe Eggie op zoek ging naar de vragen maar de antwoorden niet kon horen.

Eggie durft ‘de Strip’ te verlaten en dieper Las Vegas in te gaan.

 

Je treft er de vreemdste vogels aan.

 

Het is duidelijk niet allemaal goud wat er blinkt onderweg.

 

We naderen waar we voor komen.

 

De wens.

 

De gedachte.

 

De illusie.

Van Las Vegas.

Sorry S ik weet dat jij in mei wel je wens gaat vervullen.
Maak er wat moois van.

Vrij vertaald naar:

Vragen

‘…………wees geduldig met wat onopgelost is in je hart en probeer de vragen zelf lief te hebben, alsof het gesloten kamers zijn of boeken die in een totaal vreemde taal geschreven zijn.

Ga niet op zoek naar antwoorden die je niet gegeven kunnen worden, want je zou niet in staat zijn ze te leven.

En daar gaat het om: alles te kunnen leven.

Leef de vragen op dit moment.

Misschien zul je ooit, zonder het te merken, op een dag het antwoord binnen leven.

Besluit om altijd opnieuw te beginnen

om een beginner te zijn

 

Rilke on love and other difficulties

John J.L. Mood