Vertrek.

 

Zo dat was het dan weer.
De laatste koffie bij ‘caffè senso unico’,
de beste koffie van heel Seattle.
De eigenaar kent ons: ‘one shot and one double shot’.
Ja, dat zijn wij!
Uiteraard is K van de ‘double’.
Double mijn lengte, double mijn stappen….

 

Het is zo handig dat de straatnamen hier op de grond staan.

 

Voor kleine vrouwtjes die dichter bij de grond leven.
(overigens moet ik op de hoek van Seneca Street en 6th Avenue zijn).

 

Soms vergeet ik gewoon om op te letten waar ik ben.
Ik loop en kijk om mij heen.

 

En zie zo veel waar ik me over verbaas.

 

Neem nou het aantal banen die naast elkaar liggen.
Ik heb ze geteld.
Op het breedste punt tel ik er 18.

 

Overdag hang ik het bordje ‘niet storen’ aan de deurknop.
Het gaat niet zozeer om het ‘niet storen’ maar de kamer hoeft niet iedere dag schoongemaakt te worden.
Dagelijkse schone handdoeken zijn ook niet echt nodig.

Aan het eind van de dag staat er dan keurig een tas
met schone handdoeken, nieuwe zeepjes en chocolaatjes.

 

Om ons door de nacht te helpen.
Zo schattig.

Oh ja er is een tweede kaartje.
Daar staat op dat we de ‘niet storen’ kaart maar 3 dagen mogen laten hangen.
Daarna maken ze gewoon schoon tussen 13.00 uur en 15.00 uur.
Ik denk dat we anders vervuilen?

 

 

 

Nog even verder spelen met lijnen en perspectief.

Er zijn in Seattle twee plaatsen waar ik iedere dag kom.
Gewoon een dagelijks wandeltje.

Het eerste is het Freeway Park.

 

Alhoewel ik niet als eerste aan een park denk.

 

Wanneer ik ronddwaal.
Zie ik grijs beton.

 

Lucht

 

Licht

 

Groen.

 

En een prachtig lijnenspel.
Echt veilig voel ik me niet.
Te veel hoekjes en beslotenheid.
Iedereen is op doortocht.
Maar het blijft boeiend genoeg om er iedere dag even te zijn.

 

De tweede plaats is Pike Place Market.
Alles is er.
Écht alles!
Ik kan aan bijna alles voorbij lopen.
Behalve aan fruit, vruchtenbrood en

 

deze kaas.
oh…kreun waarom hebben we dit niet in Zeewolde?

 

 

 

 

Het nieuwe speeltje van Eggie.

Lang zal ie leven, lang zal ie leven…..hieperdepiep HOERA!

Eggie viert zijn verjaardag.
Ongeveer.
En heeft dit gekregen.

 

Een lensje.

 

Voor op de mobiel.

 

Dit is ons uitzicht nu.
We zijn gestegen sinds de vorige keer.
Van de 16e naar de 31e verdieping.

 

Let op het gebouwtje met het rode puntdakje.

Dit is zonder lens.

 

Dit is met lens.

 

Dit is zonder.

 

Dit is met.

 

En dit is met heel veel kunst en vliegwerk.
De mannetjes die aan het werk zijn.

 

Dit is het rode puntdakje van dichterbij.

 

En dit de werkende mannetjes.
Toch een kwestie van ‘afstand en nabijheid’ en van perspectief.
Wat zo ’n lensje kan betekenen.

 

 

 

 

 

 

 

 

mmmmm..Seattle waar kennen we dat van?

Eggie is er weer helemaal klaar voor.
Hij gaat weer op pad.

 

Eh…sorry, ik dwaal even af.
Je meent het?
Ja 128.000 euro excl.vat.

 

Weer een prima plek.
Oh kijk, nieuwe hardloopschoenen.
Die anderen waren versleten.
Tja wat wil je ook als je ‘tig’ keer K achterna moet rennen.

 

Mij hoor je niet klagen.
KIJK, hier zegt de AVOD waar we zijn

 

En dit is wat we echt zien.

 

Het is zo helder. Daar beneden zie je ijsschotsen drijven.

 

En met een beetje fantasie zie je daar de wolven en de beren.

 

Nog even Amerika inchecken en we zijn in Seattle.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Ik kom van de hemel met zijn sterren, ik kom van de stralende zon.

Featured image

Daar, daar kom ik vandaan.
Dat plekje daar rechts tussen mijn oor en mijn pootje.

 

Featured image

Ik ging als in een glij.

 

Featured image

Met veel toeters en bellen.

 

Featured image

Van een plaats waar ze geloofden in sprookjes.

 

Featured image

Gewoon via de locker van Amazon.

 

Featured image

Geloven jullie nog in sprookjes?

 

Featured image

Ik wel, want ze kwamen me gewoon halen.

 

Featured image

Met de boot.

 

Featured image

Tjonge wat ben ik blij dat ik weer bij jullie mag zijn!

Vrij vertaald naar:

De Halsketting van Maria Poppins

Maria Poppins bukte zich over de nieuwe wieg tussen de bedjes van Marc en Barbara, en legde er het bundeltje dekens voorzichtig in.

‘Eindelijk ben je er! Alle snavels en staartveren Ik dacht dat je nooit zou komen? Wat is het voor één?’, riep een krassende stem vanaf het raam.

‘Een meisje, Annemarie.’ zei Maria Poppins kortaf. ‘En ik wou graag, dat je wat rustiger was. Je krijst en krast als een troep eksters!’

Maar de spreeuw luisterde niet. Hij buitelde over de vensterbank, en iedere keer als zijn kop boven was, sloeg hij zijn vleugels opgewonden tegen elkaar. ‘Wat een feest! O. ik kan wel zingen!’

‘Annemarie!’ barstte hij los, ‘dat is een aardige naam!’

‘Wil je stil zijn!’ vroeg Maria Poppins, die met haar schort naar hem sloeg.

‘Nee!’ riep hij, haar handig ontwijkend. ‘Dit is geen uur om stil te zijn. Ik ga het nieuws rondvertellen’. Hij vloog het raam uit.

Een harde stem klonk schril bij het venster.

De spreeuw zat weer op de vensterbank. En achter hem aan kwam een heel jonge vogel, die onzeker op zijn pootjes waggelde toen hij neerstreek.

Hij vloog neer op de rand van de wieg en hielp het jong naast hem zijn evenwicht te vinden. De jonge vogel staarde met ronde, onderzoekende ogen om zich heen.

De spreeuw hipte naar het kussen, ‘Annemarie, liefje,’ begon hij met een hese, vleiende stem, ‘ik houd erg veel van een lekker, bros, knapperig stukje biskwie.’

Zijn ogen schitterden begerig. ‘Je hebt zeker niets bij de hand he?’

Het krullenkopje op het kussen bewoog.

‘Nee! Nou je bent misschien nog wat jong voor biskwie. Je zusje Barbara… een lief meisje was het, heel gul en aardig dacht altijd aan mij. Als jij nu in het vervolg een paar kruimpjes voor je oude vriend wil bewaren…’

‘Natuurlijk,’ zei Annemarie uit de plooien van de deken. ‘Braaf meisje!’ kraste de spreeuw goedkeurend.

Hij hield zijn kopje scheef en staarde haar aan met zijn rond, helder oog.

‘Ik hoop,’ zei hij beleefd, ‘dat je niet te moe bent na je reis.’

‘Waar is ze vandaan gekomen………………… uit een ei?’ tsjilpte het jong opeens.

‘Huh, huh!’ spotte Maria Poppins. ‘Denk je, dat ze een mus is?’ De spreeuw keek haar beledigd en uit de hoogte aan.

‘Nou, wat is ze dan? En waar komt ze vandaan?’ riep het jong schril, en hij klapperde met zijn korte vleugels en keek omlaag in de wieg.

‘Vertel jij het hem, Annemarie!’ kraste de spreeuw. Annemarie bewoog haar handen onder de deken.

‘Ik ben aarde en lucht en vuur en water,’ zei ze zacht.

‘Ik kom uit het duister, waar alle dingen hun begin hebben.’ ‘0, zo duister!’ zei de spreeuw zacht, en hij boog zijn kop. ‘Het was ook duister in het ei,’ tsjilpte het jong.

‘Ik kom uit de zee met zijn getijden.’ Ging Annemarie verder.

‘Ik kom uit de hemel met zijn sterren, ik kom van de stralende zon.’

‘0, zo stralend!’ zei de spreeuwen knikte. ‘En ik kom van de bossen op de aarde.’

Als in een droom bewoog Maria Poppins de wieg heen en weer, heen en weer.

‘Ja?’ fluisterde het jong.

‘Eerst ging ik langzaam,’ zei Annemarie, ‘en ik sliep en droomde. Ik herinnerde me alles wat ik geweest was, en ik dacht aan alles, wat ik worden zal. En toen ik mijn droom gedroomd had, werd ik wakker en kwam vlug.’

Ze zweeg even, haar blauwe ogen vol herinneringen.

‘En toen?’ drong het jong aan.

‘Ik hoorde de sterren zingen toen ik kwam langs de wilde beesten van het woud en ik ging door het diepe, donkere water. Het was een lange reis.’ Annemarie zweeg.

‘Ja een lange reis!’ zei de spreeuw zacht, en hij hief zijn kop op. ‘En, ach, zo gauw vergeten!’

Annemarie bewoog onder de deken.

‘Nee!’ zei zij vol vertrouwen. ‘Ik zal het nooit vergeten.’

‘Larie! Bij alle staarten en klauwen! Natuurlijk vergeet je het! Tegen het einde van de week herinner je je er geen woord meer van wat je bent, of waar je vandaan kwam.’

In haar flanellen trappelzak schopte Annemarie wild. ‘Jawel. Jawel. Hoe zou ik het kunnen vergeten?’

‘Omdat ze het allemaal vergeten!’ hoonde de spreeuw.

Hij tipte zijn jong van de rand van de wieg en vloog naar de vensterbank.

‘Kom mee jongen’, en vloog met hem het raam. uit.

Annemarie was een week oud voordat de spreeuw terug kwam. Maria Poppins schommelde bij het flauwe schijnsel van het nachtlichtje zachtjes de wieg heen en weer, toen hij eraan kwam. Hij boog zijn kop naar de wieg. ‘En hoe staan de zaken? Slaapt Annemarie?’

Er was even een beweging in de wieg. Annemarie opende haar ogen.

‘Hallo!’ zei ze . ‘Ik wachtte op je.’

‘Ha!’ zei de spreeuw, die op haar afschoot.

‘Er is iets wat ik wilde onthouden,’ zei Annemarie met rimpels in haar voorhoofdje, ‘en ik dacht, dat ik er door jou op zou komen. ‘

Hij schrok op. Zijn donkere oog schitterde. ‘Hoe zijn de woorden?’ zei hij zacht. ‘Zo?’

En hij begon hees fluisterend: ‘Ik ben aarde en lucht en vuur en water…’

‘Nee! Nee!’ zei Annemarie ongeduldig. ‘Natuurlijk niet.’

‘0,’ zei de spreeuw ongerust. ‘Ging het over je reis? Je kwam uit de zee met zijn getijden, je kwam uit de hemel met. . ..’

‘Och doe niet zo dom!’ zei Annemarie. ‘De enige reis die ik ooit heb gemaakt was vanmorgen heen en terug naar het park. Nee, nee… het was iets belangrijks. Iets wat met een B. .. begon.’ Opeens kirde ze. ‘Ik weet het weer!’ riep ze.

‘Het is biskwie. Een half biskwietje op de schoorsteenmantel. Michiel heeft het na de thee laten liggen!’ ‘Is dat alles?’ vroeg de spreeuw verdrietig.

‘Ja natuurlijk, zei Annemarie geprikkeld. Is het niet genoeg? Ik dacht dat je blij zou zijn met een lekker stuk biskwie?’ ‘Dat ben ik ook, 0 dat ben ik ook!’ zei de spreeuw vlug. ‘Maar’

Annemarie draaide haar hoofd om op het kussen en sloot haar ogen.

‘Praat nu niet meer, wil je!’ Zei ze. ‘Ik wil slapen.’

‘Ze is het vergeten’ zei hij met een hapering in zijn gekras.

‘Ze is het helemaal vergeten. Ik wist het wel. Maar, och liefje, wat jammer! ,

‘De halsketting van Maria Poppins’              

L. Travers

uitg. Ploegsma, Amsterdam 1976

Een laatste dag in Seattle en is het ook Eggie’s laatste?

Featured image

Nog even naar the Gum Wall……….
getver, de getver, de getver maar wel heel leuk.

 

Featured image

A friend never takes a friend to Starbucks……..aaaaaaiiii?!

 

Featured image

Dit is het echte werk.

 

Featured image

Familie van K?
🙂

 

Featured image

Zo even een baddertje.

 

Featured image

Walvisje spelen.

 

Featured image

Yehhhhhh op en neer, op en neer.
Ik mag 4 keer.

 

Featured image

En nu op zoek naar K.
Die is voor vandaag klaar met werken.
Tja…..waar vindt ik die.
Juist achter zijn mobiel en koffie.

 

Featured image

Op naar the Space Needle.
Space Needle here I come.

 

Featured image

Wauw dat was flitsend.
Mijn maag zit in mijn keel.

 

Featured image

Mooi uitzicht.

 

Featured image

Weet je wel hoe groot die moeren zijn?

 

Featured image

Klaar voor de jump………….

 

Featured image

Go……….ooooo……..oooooo.

 

Featured image

Zou ie het overleefd hebben?

Eggie zou Eggie niet zijn als ie ook niet een beetje ECHT serieus zou zijn.

Featured image

Hoog boven alles in een luxe hotel op de 16e verdieping.

 

Featured image

Mijn enige zorg is wifi, een plogje schrijven en dat zo leuk mogelijk doen.

 

Featured image

Het grootste probleem voor dit moment is de airco.

 

Featured image

Dat ding blaast en gromt de hele dag.

 

Featured image

Het volgende probleem is mijn prachtige peer die niet rijp wil worden. Hallo komt er nog wat van.

 

Featured image

Ik verbaas me over de handdoeken, je hebt hele hele hele grote.

 

Featured image

Of hele hele hele kleintjes.

 

Featured image

Ik moet beneden wachten want de kamer wordt schoongemaakt.
Tjonge jonge jonge. Je hoort het al.
Allemaal luxe-problemen.

 

Featured image

Want kijk ik zo van de 16e verdieping naar buiten.
Juist dat plekje daaronder mijn oor.

 

Featured image

Dan hebben daar gisteren heel de middag en ook vannacht mensen gelegen.

 

Featured image

Het is een bizarre plek om dakloos zijn te zijn.
Ik heb niet het lef om mensen te fotograferen.

 

Featured image

Misschien heel stiekem, vanaf een afstandje.

 

Featured image

Want de man die daar links in beeld staat.
Staat al minstens 4 uur met een bordje: ‘heb je een kop thee voor me?’

 

Featured image

Ineens heb ik geen honger meer en alleen maar zin in water, brood en een sinaasappel voor de vitamientjes.