Waarin de betekenis van de aalmoes-tocht van Bhante Ānanda aansluit bij ‘good merit’ opbouwen in tijden van het corona-virus

Alle foto’s staan op de site (https://www.bodhibhavana.org)
de teksten zijn in overleg met Bhante Ānanda en K. 

De bowl is een ander
praktisch symbool
van het boeddhisme
en net als de mantel
een vereiste voor een monnik.

Als  ‘forest’ monnik
eet Bhante Ānanda
zittend op de grond
uit zijn kom.

Dagelijks reinigt
hij zijn bowl
het vuur zorgt 

dat de rand
van de bowl zwart wordt
en de bowl niet meer glimt.

Het is niet de bedoeling
dat een monnik
onafhankelijk
en zelfvoorzienend is.

Monniken leven  
van de vrijgevigheid
en deugdzaamheid
van andere mensen.

Bhante Ānanda heeft
geen voorzieningen
om te koken
hij kan voedsel niet langer 
bewaren dan één dag.

Een monnik
heeft mensen nodig.

De aalmoes-ronde zorgt
dat Bhante Ānanda
in contact blijft
met zijn gemeenschap.

Hij vraagt niet
of jij je iets
wilt ontzeggen
hij smeekt je niet
hij vraagt je niet
om voedsel.

Je geeft omdat
het een voorrecht is
om het eten te maken
en het te mogen geven.

Jouw vrijgevigheid
geeft jou
bij de voorbereiding
een goed gevoel
bij het geven
een goed gevoel
en in het nagenieten
een goed gevoel.

Het geeft je ‘good merit
goede verdiensten
lof
winst.

‘Good merit’ heeft
een beschermende werking
dat zich opstapelt
door goede daden
goede handelingen
goede gedachten.

‘Good merit’ bepaalt de kwaliteit
van jouw leven
draagt bij aan
de groei van jou als persoon
en jouw ‘good merit’
beschermt jou
jouw familie
en je dierbaren.

Bhante Ānanda eet
niet om de smaak
niet om aan te komen
niet voor luxe
het is voor het behoud
​​van zijn lichaam
zodat zijn lichaam
niet een belemmering wordt
door gevoelens van honger
of een verlangen naar eten.

Na het eten vindt hij
voor de middag
een geschikte plek
om te mediteren.

De tien vragen waar Bhante Ānanda op reflecteert tijdens zijn aalmoes-tocht.

Alle foto’s staan op de site (https://www.bodhibhavana.org)
de teksten zijn in overleg met Bhante Ānanda en K. 

In warmere landen
gaan monniken
heel vroeg
op aalmoes-ronde
het is het 
koelste moment
van de dag is.

In de Canadese
herfst en winter
is dat anders
hoe later
hoe warmer.

Vanuit zijn kuti
hoog in de
Canadese bergen 

vertrekt Bhante Ānanda

iedere dag
rond negen uur

voor zijn aalmoes-ronde.

Het kost hem
ongeveer

anderhalf uur
lopen

naar de stad.

Voor zijn hele aalmoes-ronde
is hij ongeveer
vijf uur onderweg.

Als monnik is hij
voor zijn dagelijks voedsel
afhankelijk van zijn
aalmoes-ronde.

De tijd 
die hij onderweg is
gebruikt hij 
om na te denken 
over tien vragen:

  1. Heb ik de manieren en het gedrag die van mij verwacht worden als monnik?
  2. Besef ik genoeg dat mijn leven afhankelijk is van anderen; ben ik gemakkelijk te ondersteunen?
  3. Op welke manier kan ik mijn lichaam en taal nog meer in overeenstemming te laten zijn als monnik?
  4. Ben ik kritisch genoeg over hoe ik met de voorschriften omga en neem ik daar voldoende actie op?
  5. Luister ik naar mijn wijze mede-monniken en neem ik hun kritiek, op mijn naleven van de voorschriften, aan?
  6. Ik ben gescheiden van iedereen waar ik van hou en alles wat mij dierbaar is.
  7. Ik ben de eigenaar en de erfgenaam van mijn kamma (acties).
  8. Mijn dagen en nachten gaan voorbij, hoe breng ik mijn tijd door?
  9. Geniet ik van eenzaamheid?
  10. Heb ik mijn monnikenbestaan zo vervuld dat ik er later door mijn mede-monniken naar gevraagd kan worden?